When what you type isn’t what they read: The perseverance of stereotypes and
expectancies over e-mail – Epley & Kruger
Mensen ervaren de wereld met hun zintuigen, maar interpreteren het met hun brein. Hoe we iets
zien is deels afhankelijk van wat diegene of een object doet, maar ook door onze reeds bestaande
stereotypen en verwachtingen over mensen en objecten. Twee mensen kunnen dezelfde
gebeurtenis dus heel anders waarnemen.
De invloed van verwachtingen is verre van totaal, en varieert als een functie van stimulusambiguïteit.
Hoe dubbelzinniger een stimulus, hoe meer verwachtingen de interpretatie van die stimulus sturen.
Dit artikel onderzoekt de implicaties hiervan voor alledaagse communicatie, en dan met name voor
elektronische communicatie (email). Email is inherent een dubbelzinnigere communicatievorm dan
vocale communicatie vanwege het gebrek aan paralinguïstiek en non-verbale cues.
Een groot gedeelte van communicatie is niet alleen afhankelijk van wat er is gezegd, maar ook van
hoe is gezegd. Paralinguïstische cues zijn belangrijke aanwijzingen voor de betekenis en
persoonlijkheid van een spreker. Hierdoor kunnen impressies moeilijk over te dragen zijn via
elektronische vormen van communicatie. De auteurs voorspellen dat verwachtingen impressies via
email meer beïnvloeden dan impressies die gevormd worden via steminteracties. Er zijn echter ten
minste twee redenen om deze voorspelling in twijfel te trekken:
1. Ambigue informatie (informatie die zowel een hypothese bevestigt als tegenspreekt) heeft
de neiging om opgevat te worden op zo’n manier dat het consistent is met de hypothese. Dit
suggereert dat het voorzien in additionele informatie over een persoon mogelijk iemands
steun op stereotypen en verwachtingen vergroot wanneer de additionele informatie ambigu
is. De additionele informatie die wordt overgedragen in stemcommunicatie is mogelijk op
eenzelfde manier geconstrueerd als op een hypothese-consistente manier. hierdoor kunnen
mensen juist meer in plaats van minder steunen
2. Mensen zijn terughoudend om enkel op stereotypen en verwachtingen te ondersteunen
vanwege de waargenomen invaliditeit en ongelijkheid. Wanneer mensen meer leren over
anderen, of denken dat ze meer leren over anderen, voelen ze zich gerechtvaardigder in het
maken van stereotypeconsistente beoordelingen. Dit suggereert dat individuen juist meer
beïnvloed worden door hun verwachtingen en stereotypen wanneer ze communiceren met
hun stem dan wanneer ze communiceren via email
Veel onderzoek wijst uit dat non-verbale cues vaak een betrouwbare richtlijn zijn voor de
persoonlijkheid van een individu. In vergelijking met e-mail, zou stem dan meer onderscheidende
informatie over individuen bevatten dan e-mail, en dus minder vatbaar zijn voor de vertekende
invloed van verwachtingen en stereotypen. Er werden drie experimenten uitgevoerd om deze
hypotheses te testen. In elk experiment werden de verwachtingen van de participanten over een
persoon die ze interviewden via email of via telefoon experimenteel gemanipuleerd:
1. Participanten werden geleid te geloven dat het doel of intelligent was of onintelligent
2. Participanten werden geleid te geloven dat het doel extravert was of verlegen
3. Participanten werden geleid te geloven dat het doel extravert was of verlegen. Er werd
hierbij gekeken of het verschil tussen e-mail en stemcommunicatie werd geproduceerd door
de toegenomen ambiguïteit van e-mail versus steminteractie
Experiment 1
Participanten werden ertoe geleid om te geloven dat ze communiceerden met een intelligent of een
onintelligent individu door in te spelen op gedeelde, zij het verdachte, raciale en culturele
stereotypen. Er werd voorspeld dat de uiteindelijke impressie van een deelnemer over de
intelligentie van het doel sterker werd beïnvloed door de gemanipuleerde verwachtingen bij e-mail
dan bij telefoon.
,Sommige deelnemers kregen de rol van interviewer toegeschreven, de andere deelnemers moesten
een korte vragenlijst invullen over onder andere GPA, major en beste prestatie op de middelbare
school. Vervolgens werden ze gefotografeerd. Dit materiaal werd alleen gebruikt als rechtvaardiging
voor de verwachtingsmanipulatie. Deelnemers die de rol van interviewer kregen ontvingen een foto
van of een intelligente Asian-American man, of van een onintelligente European-American man.
Vervolgens ontvingen ze een lijst met zes interviewvragen. Deelnemers in de telefoonconditie
stelden de vraag, wachtten op het antwoord en stelden vervolgens de volgende vraag. Deelnemers in
de emailconditie stelden hun vraag, wachtten tot ze het antwoord terug kregen gemaild en stelden
vervolgens de volgende vraag. Ten slotte evalueerden de deelnemers het doel op zes semantisch
differentiële schalen. Hiervan waren er drie direct gerelateerd aan intelligentie en drie niet. Een
aparte groep aan deelnemers moesten de vragen die gesteld werden door de interviewers
beantwoorden. De getranscribeerde antwoorden uit de telefoonconditie werden gebruikt in de
emailconditie om te verzekeren dat de antwoorden niet systematisch verschilden.
Er werd een hoofdeffect voor verwachting gevonden. De verwachtingsmanipulatie beïnvloedde de
impressies van de deelnemers over de intelligentie van het doel wel in de emailconditie, maar niet in
de telefoonconditie. Het effect van medium op uiteindelijke impressies was significant voor
deelnemers in de onintelligente conditie, maar niet voor deelnemers in de intelligente conditie. Deze
resultaten voorzien in initieel bewijs dat verwachtingen de impressies die worden gevormd via email
meer beïnvloeden dan degenen die gevormd worden via de telefoon.
Experiment 2
De implicatie van experiment 1 is dat verwachtingen zoals stereotypes een grotere kans hebben te
volharden na een emailgesprek dan na een stemconversatie. In experiment 1 werden verwachtingen
gemanipuleerd door de deelnemers te voorzien in feitelijke, diagnostische informatie over de
persoonlijkheid van het doel. De meeste stereotypes hebben echter een bedenkelijker diagnostiek
dan de schijnbare bruikbare informatie die gegeven werd in experiment 1. In experiment 2 werden
deelnemers ertoe geleid te geloven dat ze interacteerden met of een Asian-American vrouw of een
African-American vrouw, en interviewden vervolgens deze persoon over email of telefoon.
Consistent met de bestaande literatuur over stereotypes werd er verwacht dat deelnemers de Asian-
American vrouw verlegener waar zouden nemen dan de African-American vrouw, en dat deze
stereotypes meer zouden volharden wanneer ze over email interacteerden dan wanneer ze over de
telefoon interacteerden. Experiment 2 was ook ontworpen om een alternatieve interpretatie van het
eerdere experiment te testen. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat mensen de neiging hebben
om informatie die ze horen beter te onthouden dan informatie die ze lezen. Hierom werd aan het
eind van experiment 2 de herinneringen van de deelnemer over de conversatie gemeten.
De procedure was hetzelfde als die in experiment 1 op vier punten na:
1. De achtergrond vragenlijst werd geëlimineerd
2. Verwachtingen werden gemanipuleerd door interviewers te presenteren met een foto van of
een Asian-American of een African-American vrouw, met verschillende foto’s voor elke
deelnemer
3. Interviewers evalueerden het doel na de interactie op 10 dimensies, waarvan 4 er direct
gerelateerd waren aan ‘gezelligheid’ van de deelnemer en zes niet
4. Alle deelnemers waren Europees-Amerikaanse vrouwen om te verzekeren dat het doel en
gender overeenkwamen, maar niet afkomst die werd afgebeeld op de foto
5. Deelnemers wisten niet dat ze achteraf een geheugentest zouden afnemen, die vroeg naar
terugroeping van de antwoorden van de doelen op elke interviewvraag
Er werd een marginaal significant effect voor foto gevonden. De stereotypes van de deelnemers
hadden invloed op hun impressies van het doel wanneer ze communiceerden over email, maar niet
wanneer ze communiceerden over de telefoon. Het effect van verwachtingen op uiteindelijke
impressies was groter voor de negatievere stereotypen (introversie) dan voor de positievere
stereotypen (extraversie). Globale terugroeping van de informatie was hoog, en in de emailconditie
zelfs hoger dan in de stemconditie. Terugroeping correleerde niet met de uiteindelijke impressies
, van de deelnemers binnen de twee condities. Het lijkt er dus niet op dat slechtere terugroeping in de
emailconditie een verklaring is voor de resultaten.
Experiment 3
Experiment 1 en 2 tonen aan dat verwachtingen een grotere kans hebben te volharden na een
elektronische interactie dan na een steminteractie. Er werd gesuggereerd dat email inherent
dubbelzinniger is dan stem, en dat mensen die elektronisch communiceren hierdoor meer
mogelijkheden hebben om de lege plekken in te vullen met hun verwachtingen en stereotypen dan
mensen die verbaal communiceren. Om dit mechanisme te testen werden deelnemers in experiment
3 betrokken in een conceptuele replicatie van de voorgaande experimenten, en evalueerden
onafhankelijke codeurs de ambiguïteit van zowel de stem- als emailversies van de responsies van het
doel. Er werd voorspeld dat de emailtranscripten dubbelzinniger werden ervaren dan
stemtranscripten, en dat dit verschil statistisch de impact van de verwachtingen van deelnemers op
uiteindelijke impressies zou mediëren.
In dit experiment vulden de deelnemers weer wel een achtergrondvragenlijst in. Interviewers
werden ingedeeld in twee condities: extrovert en introvert. Na de beschrijvingen van de doelen te
lezen ontvingen de interviewers een lijst met vragen die ze moesten stellen aan het doel. Ten slotte
moesten de interviewers het doel op 14 dimensies evalueren, waarvan er zeven direct gerelateerd
waren aan ‘gezelligheid’ (bv. onsociaal/sociaal, introvert/extrovert etc.) en zeven niet. Een aparte
groep diende als doelen. Deze deelnemers beantwoordden de vragen die gesteld werden door de
interviewers. De codeurs (die niets afwisten van de hypotheses) beoordeelden de ambiguïteit van de
antwoorden van de doelen, wat gedefinieerd werd als: de mate waarin de communicatie op
meerdere manieren geïnterpreteerd kan worden.
Er werd een hoofdeffect van medium en van verwachting gevonden. De uiteindelijke impressies
werden meer beïnvloed door de verwachtingen van de interviewers in de emailconditie dan in de
telefoonconditie. Het effect van medium was net zoals in de voorgaande experimenten significant
voor de negatieve verwachting (verlegen) maar niet voor de positieve (extrovert). Een emailversie
van het transcript werd als dubbelzinniger gezien dan de stemversie. Hoe dubbelzinniger de
communicatie, hoe meer de uiteindelijke impressies van individuen consistent waren met hun
initiële verwachting in zowel de email als stemconditie. De verschillen in ambiguïteit tussen de email-
en stemcommunicatie werden significant geassocieerd met verschillen in verwachtingsconsistente
impressies in de condities. Het significante effect van communicatiemedium op
verwachtingsconsistente impressies werd geëlimineerd wanneer ambiguïteit werd geïncludeerd in
het statistische model. Deze data demonstreert dat het verschil in ambiguïteit tussen email en
stemcommunicatie statistisch de verschillen in verwachtingsconsistente impressies medieert.
General discussion
De mate waarin stereotypen perceptie leiden is afhankelijk van de ambiguïteit van de informatie die
geëvalueerd wordt. Hoe dubbelzinniger de informatie, hoe groter de kans dat het gevormd word
door iemands stereotypen en verwachtingen.
De drie experimenten toonden aan dat valse eerste impressies een grotere kans hebben te
volharden over email dan over stem. Experiment 3 toonde aan dat dit verschil op zijn minst
gedeeltelijk dankzij de toegenomen ambiguïteit van email versus stem is. Een onverwacht resultaat
was dat dit verschil tussen email en stem groter was voor sommige verwachtingen dan anderen. In
experiment 1 werd er geen verschil gevonden in de intelligente verwachtingsconditie. In
experimenten 2 en 3 was de invloed van communicatiemedium groter wanneer deelnemers
geloofden dat hun interactiepartner verlegen was in plaats van sociaal.
Er waren een aantal beperkingen aan dit onderzoek:
De interacties waren heel kort en gestructureerd
De antwoorden van doelen in de stemconditie werden getranscribeerd en gebruikt in de
emailconditie. Dit is wenselijk voor de interne validiteit maar schaadt de externe validiteit