Grounding in communication – Clark & Brennan
Grounding
Om in een interactie te slagen moet er coördinatie van content en coördinatie van proces
plaatsvinden. Men moet zowel de inhoud als het proces van wat ze aan het doen zijn coördineren.
Aan coördinatie van content kan niet begonnen worden zonder gedeelde informatie of een common
ground aan te nemen. Tijdens de coördinatie van het proces wordt de common ground elk moment
geüpdatet. Tijdens communicatie kan de common ground niet naar behoren geüpdatet worden
zonder het proces grounding. In een gesprek proberen de deelnemers bijvoorbeeld vast te leggen
wat er is gezegd en begrepen. Ze proberen als het ware te gronden wat er is gezegd, en maken het
deel van hun common ground. Twee belangrijke factoren vormen grounding:
1. Doel wat de twee mensen proberen te bereiken in hun communicatie
2. Medium van de communicatie de technieken in dat medium die beschikbaar zijn om het
doel te bereiken, en wat het kost om ze te gebruiken
Grounding in Conversation
Het stellen van een vraag vereist meer dan het uitspreken van een interrogatieve zin. Het moet ook
vastliggen dat de respondent heeft begrepen wat de vrager bedoelde.
Er wordt aangenomen dat het criterium dat mensen proberen te bereiken in conversaties het
volgende is: de bijdrager en zijn/haar partners geloven onderling dat de partners hebben begrepen
wat de bijdrager bedoelde met een criterium dat voldoende is voor huidige doeleinden. Dit wordt
het grounding criterium genoemd. Technisch gezien is grounding het collectieve proces waarmee
deelnemers tot wederzijdse overtuiging proberen te komen.
Contributing to Conversation
Bijdragen aan een gesprek wordt over het algemeen verdeeld in twee fases:
1. Presentatiefase A presenteert uitspraak X voor B om te overwegen. Dit wordt gedaan op
aanname dat als B bewijs Y of sterker geeft, A kan geloven dat B begrijpt wat A bedoelt met X
2. Acceptatiefase B accepteert uitspraak X door bewijs Y te geven dat B gelooft te begrijpen
wat A betekent met uitspraak X. Dit doet B op de aanname dat wanneer A dat bewijs Y
registreert, A ook gelooft dat B het begrijpt
De presentatiefase kan om verschillende manieren gecompliceerd zijn:
Zelfreparaties
Inbedding
Grounding wordt het meest duidelijk in de acceptatiefase. Er zijn vier staten waarin iemand zich kan
bevinden:
0. B had niet door dat A uitspraak X maakte
1. B had door dat A iets van X uitsprak (maar was niet in fase 2)
2. B hoorde uitspraak X correct (maar was niet in fase 3)
3. B begreep wat A bedoelde met uitspraak X
Om verheldering te verkrijgen kunnen gespreksdeelnemers een side-sequentie of een
invoegingssequentie initiëren.
Evidence in Grounding
Wanneer we geen negatief bewijs (bewijs dat we niet goed gehoord of begrepen zijn) vinden nemen
we aan dat we begrepen zijn. Gebrek aan negatief bewijs is niet het enige waar we naar opzoek zijn
om onze acceptatie te rechtvaardigen. Mensen zoeken juist vaak naar positief bewijs van begrip. De
drie meest voorkomende vormen van positief bewijs zijn:
1