Conflictenrecht overgang van vorderingen, vertegenwoordiging, vormvoorschriften en
goederenrecht
Casus 6.1
Jari’s revalidatie wordt vergoed door de verzekeraar Estins (Estland gevestigd). Na uitbetaling
stelt Estins gesubrogeerd te zijn in Jari’s rechten tegen Felicia. Estins cedeert haar vordering op
Felicia aan haar in Rotterdam gevestigde moedermaatschappij VTM.
a) Naar welk(e) rechtstelsel(s) moet de cessie naar Nederlands IPR worden beoordeeld?
Cessie: 3 verhoudingen
Cedent (=schuldeiser) Cessionaris (=nieuwe schuldeiser)
Schuldenaar (=debiteur)
Lange tijd werd gezegd dat dit door één recht moet worden beheerst. Dit is niet meer zo. De
verhoudingen luiden als volgt:
a) Cedent – Schuldenaar = vatbaarheid voor cessie (Artikel 14 lid 2 Rome I)
b) Cedent – Cessionaris (=cessieovereenkomst) = geldigheid cessie (Artikel 14 lid 1 Rome I)
c) Cessionaris – Schuldenaar = gevolgen voor de relatie schuldenaar – nieuwe schuldeiser (Artikel
14 lid 2 Rome I).
Let op: goederenrechtelijke aspecten van de cessie --> niet Rome I, maar artikel 10:135 BW!
1. Welke IPR-vraag?
Toepasselijk recht
2. Welke regeling is van toepassing?
Rome I-Verordening
Temporeel toepassingsgebied
Overeenkomst gesloten op/na 17-12-2009 (artikel 28).
Rome I is temporeel van toepassing.
Materieel toepassingsgebied
- Rome I Verordening
Verbintenissen uit overeenkomst, waarbij tussen het recht van verschillende landen moet
worden gekozen, burgerlijke en handelszaken (artikel 1).
o Uitzonderingen (lid 1 en 2)
In casu is Rome I ook materieel van toepassing, want er is geen sprake van een van de uitzonderingen.
Formeel toepassingsgebied: artikel 2 Rome I
= Universeel. Dit betekent dat Rome I naar ieder land, naar ieder recht kan verwijzen.
In casu is er voldaan aan het formeel toepassingsgebied.
Concluderend kunnen we zeggen dat Rome I van toepassing is.
1