Omzetbelasting
Belastbare feiten:
-Leveringen van goederen onder bezwarende titel door ondernemers in Nederland
-Intracommunautaire verwervingen van goederen onder bezwarende titel door
ondernemers en rechtspersonen die geen ondernemer zijn in Nederland
-Intracommunautaire verwervingen van nieuwe vervoersmiddelen in Nederland
-Invoer van goederen
-Verrichten van diensten onder bezwarende titel door ondernemers in Nederland
-Combinatie van hierbovenstaande
De BTW is één van de systemen voor de heffing van de omzetbelasting
Binnen de EU is er één gemeenschappelijk stelsel voor de omzetbelasting van kracht, dat
gecoördineerd wordt via richtlijnen.
De belastingplichtige voor de omzetbelasting is de ondernemer. De ondernemer is ieder
die een bedrijf zelfstandig uitoefent. (art. 7 lid 1 OB). Bij een bv in oprichting is de oprichter
de btw-ondernemer. Iemand die zelfstandig een beroep uitoefent is ook ondernemer (art. 7
lid 2 onderdeel a OB). Ook het exploiteren van vermogensbestanddelen om er duurzame
opbrengst uit te verkrijgen is ondernemerschap (art. 7 lid 2 onderdeel b OB). Incidentele
prestaties vallen niet onder ondernemerschap voor de wet OB.
Verder moet er sprake zijn van prestaties in het economische verkeer. Prestaties bedoelt
voor personen uit eigen kring tellen niet mee. Essentieel belang is een vergoeding voor de
prestaties (zowel geld, natura, ruil). Rechtspersonen die prestaties zonder vergoeding
verrichten zijn geen ondernemer voor de wet OB. Rechtspersonen die zowel prestaties
tegen vergoeding als prestaties zonder vergoeding verrichten zijn ondernemer voor de wet
OB, mits er samenhang is tussen de verschillende prestaties. Rechtsbijstand verricht door
openbare bureaus worden niet als economische activiteiten geteld. Ook bij een
symbolische vergoeding is er geen ondernemerschap voor de wet OB. Ondernemers die
nevenactiviteiten verrichten zijn alleen ondernemer voor de wet OB ten aanzien van de
nevenactiviteiten als deze nevenactiviteiten verband houden met de activiteiten van de
onderneming.
De overheid is alleen ondernemer voor de wet OB als deze prestaties verricht die ook in
de privaatrechtelijke sfeer gedaan kunnen worden (art. 7 lid 3 OB).
Fiscale eenheid (art. 7 lid 4 OB)
Een fiscale eenheid is mogelijk als er sprake is van financiële verwevenheid,
organisatorische verwevenheid en economische verwevenheid. Bij financiële
verwevenheid gaat het om dat de meerderheid van elk van de vennootschappen direct of
indirect in dezelfde handen is. Bij organisatorische verwevenheid gaat het om dat
eenzelfde of dezelfde groep van personen de bestuursfuncties in de verschillende
ondernemingen vervult. Bij economische verwevenheid gaat het om dat de activiteiten van
de ondernemingen in hoofdzaak strekken tot de verwezenlijking van eenzelfde
economisch doel behoren of de activiteiten van de ene onderneming in hoofdzaak worden
verricht ten behoeve van de andere onderneming.
Ook is er een fiscale eenheid mogelijk als een houdstermaatschappij alle aandelen bezit
van haar werkmaatschappijen. De fiscale eenheid wordt gevormd op het moment dat de
vennootschappen financieel, organisatorisch en economisch met elkaar verweven zijn. De
vennootschappen kunnen dan een verzoek bij de belastingdienst indienen. Een fiscale
Belastbare feiten:
-Leveringen van goederen onder bezwarende titel door ondernemers in Nederland
-Intracommunautaire verwervingen van goederen onder bezwarende titel door
ondernemers en rechtspersonen die geen ondernemer zijn in Nederland
-Intracommunautaire verwervingen van nieuwe vervoersmiddelen in Nederland
-Invoer van goederen
-Verrichten van diensten onder bezwarende titel door ondernemers in Nederland
-Combinatie van hierbovenstaande
De BTW is één van de systemen voor de heffing van de omzetbelasting
Binnen de EU is er één gemeenschappelijk stelsel voor de omzetbelasting van kracht, dat
gecoördineerd wordt via richtlijnen.
De belastingplichtige voor de omzetbelasting is de ondernemer. De ondernemer is ieder
die een bedrijf zelfstandig uitoefent. (art. 7 lid 1 OB). Bij een bv in oprichting is de oprichter
de btw-ondernemer. Iemand die zelfstandig een beroep uitoefent is ook ondernemer (art. 7
lid 2 onderdeel a OB). Ook het exploiteren van vermogensbestanddelen om er duurzame
opbrengst uit te verkrijgen is ondernemerschap (art. 7 lid 2 onderdeel b OB). Incidentele
prestaties vallen niet onder ondernemerschap voor de wet OB.
Verder moet er sprake zijn van prestaties in het economische verkeer. Prestaties bedoelt
voor personen uit eigen kring tellen niet mee. Essentieel belang is een vergoeding voor de
prestaties (zowel geld, natura, ruil). Rechtspersonen die prestaties zonder vergoeding
verrichten zijn geen ondernemer voor de wet OB. Rechtspersonen die zowel prestaties
tegen vergoeding als prestaties zonder vergoeding verrichten zijn ondernemer voor de wet
OB, mits er samenhang is tussen de verschillende prestaties. Rechtsbijstand verricht door
openbare bureaus worden niet als economische activiteiten geteld. Ook bij een
symbolische vergoeding is er geen ondernemerschap voor de wet OB. Ondernemers die
nevenactiviteiten verrichten zijn alleen ondernemer voor de wet OB ten aanzien van de
nevenactiviteiten als deze nevenactiviteiten verband houden met de activiteiten van de
onderneming.
De overheid is alleen ondernemer voor de wet OB als deze prestaties verricht die ook in
de privaatrechtelijke sfeer gedaan kunnen worden (art. 7 lid 3 OB).
Fiscale eenheid (art. 7 lid 4 OB)
Een fiscale eenheid is mogelijk als er sprake is van financiële verwevenheid,
organisatorische verwevenheid en economische verwevenheid. Bij financiële
verwevenheid gaat het om dat de meerderheid van elk van de vennootschappen direct of
indirect in dezelfde handen is. Bij organisatorische verwevenheid gaat het om dat
eenzelfde of dezelfde groep van personen de bestuursfuncties in de verschillende
ondernemingen vervult. Bij economische verwevenheid gaat het om dat de activiteiten van
de ondernemingen in hoofdzaak strekken tot de verwezenlijking van eenzelfde
economisch doel behoren of de activiteiten van de ene onderneming in hoofdzaak worden
verricht ten behoeve van de andere onderneming.
Ook is er een fiscale eenheid mogelijk als een houdstermaatschappij alle aandelen bezit
van haar werkmaatschappijen. De fiscale eenheid wordt gevormd op het moment dat de
vennootschappen financieel, organisatorisch en economisch met elkaar verweven zijn. De
vennootschappen kunnen dan een verzoek bij de belastingdienst indienen. Een fiscale