blok 1 Return-2-Performance
Klinisch redeneren
Fysiotherapeutisch handelen
Fysiotherapeutisch handelen bestaat uit verschillende fasen:
1. Aanmelding: screening of verwijzing
2. Anamnese
3. Onderzoek
4. Diagnose en indicatiestelling
5. Behandelplan
6. Behandeling
7. (Eind)evaluatie
8. Afsluiting behandelepisode
Klinisch redeneren
Bij klinisch redeneren wordt informatie verzameld, gewogen, geprioriteerd, geïnterpreteerd en
gestructureerd. Het doel hiervan is om de bewegingsproblemen van de cliënt kritisch te verhelderen,
te helpen oplossen en de resultaten te evalueren.
Methodisch handelen
Methodisch handelen bestaat uit 3 processen:
1. Screeningsproces: hierin wordt gekeken of fysiotherapie de juiste behandeling is voor het
gezondheidsprobleem.
2. Diagnostisch proces: het bewegingsprobleem van de cliënt wordt in kaart gebracht,
geanalyseerd en gekoppeld aan de hulpvraag van de cliënt.
3. Therapeutisch proces: het behandelplan wordt in overleg met de cliënt op methodische wijze
uitgevoerd.
Kenmerken methodisch handelen
Doelgericht. Deze methode van handelen is erop gericht om het vooraf vastgestelde doel te
bereiken. Het is van belang dat deze doelen duidelijk en specifiek geformuleerd zijn.
Systematisch. Methodisch handelen verloopt altijd volgens een bepaalde handelwijze.
Procesmatig. Hier wordt onder verstaan dat de ene deelhandeling voorwaarden schept voor
het succesvol uitvoeren van een volgende deelhandeling. Wel moet je ruimte overlaten om
tussentijds te kunnen bijsturen als er zich kleine wijzigingen voordoen in het proces. Iemand
die procesmatig werkt heeft overzicht over het totale handeligenverloop en houdt de
doelstellingen in het oog.
Bewust. Het is belangrijk dat je kritisch en bewust kan terugblikken op je eigen handelen.
De intramurale risicoanalyse is een systematisch onderzoek van het gezondheidsprobleem om vast te
stellen of er sprake is van belemmerende factoren voor herstel op het niveau van functies,
activiteiten en participatie.
, Anamnese
Anamnese
Een anamnese is het eerste gesprek met de patiënt. Het is een onderzoeksinstrument om te komen
tot een fysiotherapeutische diagnose. Bij een autoanamnese wordt het gesprek gevoerd met de
patiënt. Bij een heteroanamnese wordt het gesprek gevoerd met een familielid of verzorger.
Tijdens de anamnese is het de bedoeling om een beeld te krijgen van de patiënt, zijn bewegend
functioneren en zijn gezondheidsprobleem. Het is belangrijk om een functionele
samenwerkingsrelatie op te bouwen en de patiënt te helpen bij het formuleren van een hulpvraag.
De anamnese geeft daarnaast een zicht op spraakvermogen, gehoor, taalbegrip, geheugen,
concentratie en intelligentie.
Doelen
Kennismaken
Verhelderen van de klachten en de hulpvraag
Verhelderen van klachtenbeleving
Verhelderen van inzicht
Informatie vergaren over gezondheidsgedrag
Toetsen en bijstellen van de hypothesen
Verzamelen van informatie over de patiënt
Formuleren van hypothesen
Uitspreken wederzijdse verwachtingen
Opstellen onderzoeksplan
Inhoud
Persoonlijke gegevens
Hulpvraag
Gezondheidsprobleem en gezondheidstoestand
Historie en beloop
Invloeden op het probleem
Relatie met vroegere of andere problemen
Behandelingen en resultaten
Restricties en adviezen
Contra-indicaties
Individuele omstandigheden
Verwachtingen
Lekenoordeel
Oplossingen van de patiënt
Betekenis
Aan het einde van de anamnese worden eerder gevormde hypothesen getoetst, specifieker gemaakt
en eventueel nieuwe hypothesen gevormd. Hierna krijgt de patiënt te horen over het behandelplan.
Er wordt gekeken of er over moet worden gegaan tot onderzoek. Je kijkt dan naar rode vlaggen,
andere specialisten en collega fysiotherapeut.
Hulpvraag
De hulpvraag wordt uitgevraagd voor het inventariseren van problemen in het functioneren en de
doelstellingen en verwachtingen van de patiënt.
Maak de hulpvraag zo concreet mogelijk en vroeg in het gesprek.