Week 1
Hoofstuk 6 criminaliteit, situationele factoren en de publieke ruimte
Inleiding
In de jaren zeventig van de vorige eeuw veranderde de focus van de criminologie. Er was een breuk
waar te nemen met de in het grootste deel van de twintigste eeuw gangbare theorieën, die
criminaliteit verklaarden vanuit persoonlijke of sociale omstandigheden en onaangepastheid van
sociale minderheden en welvaart vanzelf zouden leiden tot een vermindering van criminaliteit, kwam
niet uit.
Criminaliteit werd als normaal gezien en als gevolg van het ontbreken van adequaat toezicht. Een
gevolg van deze visie is dat de aandacht verschuift van de delinquent en hoe deze behandeld moet
worden, naar de misdaad en hoe deze voorkomen moet worden.
6.1 rationele keuzebenadering
De rationele keuzebenadering vinden we terug in de klassieke school, die als uitgangspunt heeft dat
misdadigers hun daden plegen uit vrije keuze en vanuit rationele motieven. Waar de klassieke school
zich vanuit dit uitgangspunt vooral concentreerde op het (politieke) systeem van berechting en
strafing, kiest de rationele keuzetheorie voor een meer economische benadering bij het doorgronden
van de oorzaken van criminaliteit. Economen staan dan ook aan de basis van deze benadering en
gaan uit van een kosten en batenanalyse die bepaalt of iemand over zal gaan tot het plegen van
criminaliteit. Het gaat niet alleen om materiële kosten en baten die in geld uit te drukken, maar ook
om zaken zoals status, imago en ongemak.
Speltheorie
De klassieke besluitvormingstheorie wordt gebruikt om criminaliteit te verklaren. Tsebelis toont de
gebreken in deze aanpak aan met een eenvoudige vergelijking tussen twee besluiten: het besluit om
thuis te blijven of naar buiten te gaan wanneer de kans op regen groter dan nul is, en het besluit om
je te houden aan de wet of het overtreden ervan en hopen arrestaties te vermijden.
de speltheorie erkent de interactieve dynamiek van besluitvorming en biedt daarmee een belangrijke
aanvulling voor het verklaren van criminaliteit met de rationele keuzebenadering. Speltheorieën
verschillen van besluitvormingsmodellen, in de zin van dat ze ervan uitgaan dat mensen weten dat
hun acties elkaar beïnvloeden en dat ze deze kennis gebruiken in het maken van keuzes.
Situationele criminaliteitspreventie
Akers bleef bij zijn bezwaar dat de rationele keuzebenadering geen verklaring geeft voor
onderliggende oorzaken en motivaties in het gedrag van delinquenten. Het streven van de
aanhangers van deze theorie is om te analyseren hoe potentiële daders de kosten-batenafweging
maken, om aan de hand daarvan zodanig in die situaties in te grijpen dat de potentiële daders van
het begaan van criminaliteit zullen afzien. De rationele keuzetheorie wordt dus veel meer
geassocieerd et situationele criminaliteitspreventie dan met de effecten van pakkans en de zwaarte
van straffen.
Clarke en Cornish hebben een belangrijke verdieping gegeven aan de rationele keuzetheorie. Zij
stelde dat het overgaan van crimineel gedrag niet een simpele keuze is, maar dat een opvolgende
reeks van keuzes gemaakt moet worden, die beïnvloed worden door een aantal sociale en
psychologische factoren die het individu met zich meebrengt in de specifieke situatie. Clarke en
Cornish vatten hun rationele keuzeperspectief samen in zes kernpunten:
1. het plegen van delinquent gedrag is een doelgerichte handeling, gepleegd met de intentie om
voordeel te behalen.
2. plegers proberen de beste beslissing te nemen, rekening te houdend met in het geding zijnde
risico’s en onzekerheden.
3. het besluitvormingsproces van daders varieert aanzienlijk, afhankelijk van het soort criminaliteit.