H1 Moraal en ethiek
Morele vragen: gaan over goed en kwaad, over de manier waarop mensen zouden moeten leven.
Morele opvattingen: een antwoord op de vraag hoe men zich als mens goed en verantwoordelijk kan
gedragen.
5 verschillende moralen:
- Hechtingsmoraal: regelt hoe we omgaan met de mensen met wie we verbonden zijn.
- Geweldmoraal: regelt hoe we met dreigende situaties om moeten gaan.
- Reinigingsmoraal: regelt dat mensen reinheid koppelen aan het goede en besmetting met het
kwaad.
- Samenwerkingsmoraal: speelt een rol in de manier waarop mensen met elkaar samenwerken
en waarop ze omgaan met de mensen die de samenwerking bedreigen.
- Beginselenmoraal: hier vanuit zoeken mensen naar redelijke argumenten om te onderbouwen
waarom een handeling goed of fout is.
3 morele niveaus:
- Microniveau: morele vragen van mens tot mens.
- Mesoniveau: morele keuzes van organisaties over de missie van een instelling en de manier
waarop ze daaraan willen werken.
- Macroniveau: manier waarop de samenleving moet worden ingericht (verdeling welvaart,
opvang vluchtelingen).
Waarden: begrippen die omschrijven wat mensen waardevol vinden en waarnaar zij streven.
Normen: handelingsvoorschriften, laten zien hoe je moet handelen.
Fatsoensnormen: ongeschreven regels (geen telefoon in de klas).
Juridische normen: wettelijk vastgestelde moralen (gij zult niet doden).
Deugd: goede eigenschap die de handelswijze van de mens bepaalt.
Ethiek: (moraal) een systematische reflectie op morele vragen, op basis van rationele argumenten.
3 soorten ethiek:
- Descriptieve ethiek: beschrijvende ethiek (beschrijving van de opvattingen van psychologen
over het beroepsgeheim).
- Prescriptieve ethiek of normatieve ethiek: voorschrijvende ethiek, zo zouden mensen zich
moeten gedragen (beroepscode, utilisme).
- Meta-ethiek: ethiek die fundamentele morele vraagstukken bestudeert (zijn waarden universeel
of cultuurgebonden?).
Universele waarden: geldt voor iedereen.
Cultureel-relativisme: een bepaalde handeling wordt in de ene cultuur goed gekeurd maar in de
andere cultuur afgekeurd.
Kritiekpunten: Geen kritiek mogelijk (is goed in hun cultuur) en maakt hervorming niet mogelijk.
Universalisme staat tegenover cultureel relativisme
Empowerment: social workers ondersteunen cliënten om meer zeggenschap over hun eigen leven te
krijgen.