Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Anatomie & Fysiologie 2

Beoordeling
4.0
(4)
Verkocht
1
Pagina's
106
Geüpload op
01-04-2017
Geschreven in
2015/2016

Complete samenvatting van anatomie en fysiologie 2 van Marc Veenstra. Zie ook bundel 'Neuro Anatomie en Fysiologie (NAF)' voor alle stof van het vak NAF.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

ANATOMIE EN FYSIOLOGIE 2

WC1 AF Intercellulaire communicatie en het hormoonstelsel
Martini, hoofdstuk 10, Het hormoonstelsel.
 de verschillen aangeven tussen de controle van het endocriene systeem en het neuronale
systeem
 de intercellulaire interactie tussen aangrenzende en naburige cellen uitleggen
 het ‘Tweede Signaalstof mechanisme’ uitleggen
 de intracellulaire binding en werking van steroïdhormonen uitleggen
 de eigenschappen van klieren uitleggen
 uitleggen hoe de productie van een hormoon kan worden gestimuleerd
 uitleggen hoe hormonen uit de bloedbaan verdwijnen
 de rol van de hypothalamus en de hypofyse bij de secretie van hormonen omschrijven
 uitleggen welke hormonen de hypofyse produceert en wat hun werking is
 de rol van de schildklier bij de basale stofwisseling omschrijven
 uitleggen welke hormonen betrokken zijn bij de basale stofwisseling
 de rol van de bijnierschors omschrijven
 de drie groepen steroïdhormonen die de bijnierschors produceert benoemen
 de regulering van de plasmaglucoseconcentratie uitleggen.


WC2 AF Het Urinaire Stelsel
Martini hoofdstuk 18.
 aangeven wat de drie belangrijkste functies van urinaire stelsel zijn
 de bouw en functie van een nefron omschrijven en de processen beschrijven die en rol spelen
bij de urinevorming
 aangeven wat de nettofiltratiedruk is
 aangeven wat de relatie is tussen de druk in de glomeruluscapillairen en de arteriële bloeddruk
 aangeven wat de rol van de juxtaglomerulaire cellen is
 aangeven hoe de regulatie van de osmolariteit van het bloed en het weefselvocht verloopt
 aangeven hoe de bloeddruk over een langere periode wordt geregeld
 aangeven waar zich het water in het lichaam bevindt
 weer geven wat een vochtbalans, een mineralenbalans (mbt natrium en kalium) en een zuur-
 basebalans is
 de buffersystemen verklaren die de pH van de intracellulaire en extracellulaire vloeistof
constant houdt

 de structuren beschrijven die accommodatie en convergentie mogelijk maken en uitleggen hoe
deze systemen werken
 uitleggen wat de accommodatie-convergentie reactie (dichtbij-reflex / dichtbij synkinesie) is en
hoe het ontstaat

WC5 AF Hart
 de functie van het hart en de bloedsomloop uitleggen
 de anatomie en de fysiologie van het hart beschrijven mbt de kleppen, het pericardium en de
 coronairarterie
 de elektrische eigenschappen van het hartspierweefsel uitleggen
 uitleggen hoe het standaard ecg is opgebouwd
 de verschillende fasen van de hartcontractie uitleggen
 de regulering van het hartminuutvolume uitleggen
 de functie en werking van de barosensoren uitleggen

,WC6 AF Bloedvaten
Bestudeer de volgende literatuur:
Martini hoofdstuk 13 tot en met paragraaf 13.6.
 weergeven uit welke drie lagen de wanden van de bloedvaten bestaan
 weergeven wat arteriosclerose en atherosclerose is
 de verschillende type bloedvaten kunnen uitleggen op basis van structuur en functie
 uitleggen hoe de windketelfunctie van de grote arteriën zorgt voor een min of meer constante
stroomsnelheid van het bloed
 aangeven welke factoren de arteriële bloeddruk bepalen
 uitleggen hoe de meting van de arteriële bloeddruk in zijn werk gaat
 aangeven hoe de bouw en functie van de capillairen is
 de balans tussen filtratie en resorptie in het capillaire stelsel uitleggen
 uitleggen wat oedeem is
 uitleggen hoe de korte termijnregeling en de lange termijnregeling van de bloeddruk is
 Verklaren op welke wijze het bloedvatenstelsel reageert op lichaamsbeweging of bloeding
 de functie en werking van de barosensoren uitleggen


WC8 AF Bloed en Afweer
Martini, hoofdstuk 11 en hoofdstuk 14.
 de samenstelling van het bloedplasma weergeven
 de functies van het bloed benoemen
 de bloedstolling uitleggen
 een beschrijving geven van de structuur van de lymfevaten
 het belang van de lymfevaten aangeven
 de histologie van lymfeklieren beschrijven
 de functies van lymfeknopen uitleggen
 de functies van de oppervlaktemembranen omschrijven
 onderscheid maken tussen niet-specifieke en specifieke verdedigingsmechanisme
 het belang van de niet-specifieke afweer uitleggen
 de verschillende stappen van een ontstekingsreactie noemen en elke stap toelichten
 uitleggen hoe het complement bijdraagt aan de afweer
 uitleggen wat antigenen zijn
 de invloed van een antigeen op het immuunsysteem uitleggen
 de rol van de antigeenpresentatie bij de afweer uitleggen
 het begrip en de werking van ‘humorale immuunreacties’ uitleggen
 sensibilisering, activering en differentiatie van B-cellen uitleggen
 de functie van antistoffen beschrijven
 de primaire en de secundaire immuunreactie uitleggen
 uitleggen hoe T-lymfocyten bijdragen aan de specifieke afweer
 het begrip ‘immuuncompetent’ uitleggen
 allergieën kunnen uitleggen

WERKCOLLEGES
 Maak per hoorcollege de opdrachten uit de reader

, HET ENDOCRIENE STELSEL

HOMEOSTASE & COMMUNICATIE
Om de homeostase te handhaven is communicatie nodig tussen cellen.
 Communicatie dichtbij
o Chemische signaalstoffen afgeven aan naburige cellen
o De functies van weefsels op plaatselijke niveau worden gecoördineerd
 Communicatie over afstanden
o Zenuwstelsel
 Te vergelijken met een ‘telefoonsysteem’
 Bron & en bestemming zijn heel specifiek en het effect is van korte duur
o Endocriene stelsel
 Te vergelijken met ‘geadresseerde brieven’ en werkt in het bloedvatenstelsel
als ‘postbode’
 Chemische signaalstoffen, de hormonen, worden in het bloed
afgegeven en hebben specifieke doelcellen.
 Doelcellen bevatten receptoren die nodig zijn om de hormonale
berichten te lezen.
 Langdurige communicatie
o Vergelijking zenuwstelsel en endocrienestelsel
 Afgifte van chemische stoffen die binden aan receptoren en doelcellen
 Gemeenschappelijke signaalstoffen (bijv noradrenaline en adrenaline)
 Voornamelijk via negatieve terugkoppeling gereguleerd
 Coördineren en reguleren activiteiten en handhaven homeostase


DE WERKING VAN HORMONEN
Exocriene cellen geven klierproducten op een epitheeloppervlak af.

Endocriene cellen (hormonen) geven klierproducten direct af aan de extracelullaire vloeistof.
 Hormonen zijn chemsiche signaalstoffen die in het ene weefsel worden afgegeven en door de
bloedstroom naar doelcelle in andere weefsels worden vervoerd.

DE STRUCTUUR VAN HORMONEN
 Aminozuurderivaten
o Kleine moleculen die wat bouw betreft op aminozuren lijken.
o Adrenaline, noradrenaline, schildklierhormonen, melatonine

 Peptidehormonen
o Bestaan uit ketens van aminozuren
o Grootste groep die alle hormonen van hypothalamus, hypofyse, hart, nieren, thymus,
spijsverteringskanaal en pancreas omvat
o ADH, oxytocine, groeihormoon, prolactine, insuline enz.

 Vetderivaten
o Steroïdhormonen
 Vetten afgeleid van cholesterol
 Afgegeven door voortplantingsorganen en bijnieren
 Onoplosbaar in water, dus worden in het bloed aan specifieke transporteiwitten
gebonden
o Eicosanoïden
 Vetzuur afgeleid van arachidonzuur
 Coördineren plaatselijke celactiviteiten en zijn van invloed op enzymatische
processen in extracellulaire processen (bijv bloedstolling)
 Prostaglandinen

,MECHANISMEN VOOR HORMONALE WERKING
Eiwitten bepalen de bouw en functie van een cel. Structurele eiwitten bepalen algemene vorm en
inwendige structuur. Enzymen regelen stofwisseling.
Hormonen wijzigen het functioneren van cellen doordat ze de indentiteit, activiteit, plaats of
hoeveelheid van belangrijke enzymen en structurele eiwitten in de doelcellen wijzigen. Een hormoon
kan alleen invloed op een doelcel met de juiste receptoren.

Hormoonwerking op de Plasmamembraan
 Niet-steroïdhormonen zoals adrenaline, noradrenaline,
peptidehormonen en eicosanoïden binden zich aan
membraanreceptoren.
 Ze werken als eerste signaalstof die een prikkel geeft voor de
vorming van een tweede signaalstof in het cytoplasma.
o De tweede signaalstof kan een enzym remmen of
activeren.
o Tweede signaalstoffen: cyclisch AMP (cAMP),
calciumionen, cyclisch GMP, guanosinetrifosfaat
(GTP)
 De schakel tussen eerste- en tweede signaalstof omvat meestal
een G-eiwit die aan een membraanreceptor is gekoppeld.
o Het G-eiwit wordt geactiveerd als een hormoon zich
aan een membraanreceptor bindt.
 Nettoresultaat is een verandering van de
stofwisselingsactiviteiten van de cel.
 De tweede signaalstof cyclisch AMP (cAMP) wordt gevormd
wanneer een G-eiwit de eynzym adenylaatscylclase activeerd.
Adenylaatscyclase zet ATP om in cAMP.
o Effect: Door fosfolysering worden ionenkanalen geopend en enzymen geactiveerd.

Hormooninteractie met Intracellulaire Receptoren
 Steroïdhormonen en schildklierhormonen gaan door de plasmamembraan heen en binden
zich aan receptoren in de cel.
 Steroïdhormonen diffunderen snel door de plasmamembraan en binden zich aan receptoren
in het cytoplasma.
o Het hormoon-receptorcomplex dat daarbij ontstaat, activeert of inactiveert vervolgens
specifieke genen in de cel.
o Zo wordt mRNA sneller of trager getranscribeerd, waardoor de structuur of
functioneren van de cel wordt gewijzigd.
 Schildklierhormonen gaan door de plasmamembraan heen via diffusie of
actieftransportmechanisme en binden zich aan receptoren in de celkern of op mitochondriën.
o De hormoon-receptorcomplex binnen de celkern activeren genen of veranderen de
snelheid waarmee mRNA wordt getranscribeerd.
o Toename stofwisselingsactiviteit

,AFGIFTE EN TRANSPORT VAN HORMONEN
In het bloed kunnen de hormonen vrij circuleren of aan speciale transporteiwitten zijn gebonden.

Vrije hormonen blijven minder dan een uur functioneel en worden geïnactiveerd wanneer ze
 De bloedstroom uit diffunderen en zich aan receptoren binden
 Door bepaalde cellen in de lever of nier worden geabsorbeerd en afgebroken
 Worden afgebroken door enzymen

Gebonden hormonen bijven veel langer in het bloed aanwezig doordat ze aan transporteiwitten zijn
gebonden.
 Steroïdhormonen en schildklierhormonen

REGULERING VAN DE HORMONALE ACTIVITEIT
Hormonale activiteit wordt met name via negatieve terugkoppeling gereguleerd.

Humorale (‘vloeibare’) prikkels
 Verandering van de samenstelling van de extracellulaire vloeistof.
 Voorbeeld: Regulering calciumconcentratie van het bloed
o Als calciumconcentratie bloed daalt, wordt prathyroïdhormoon afgegeven.
 Calciumconcentratie stijgt.
o Als calciumconcenratie bloed stijgt, wordt calcitonine afgegeven.
 Calciumconcentratie daalt weer.
Hormonale prikkels
 Verandering van de concentratie van hormonen in het bloed
Neurale prikkels
 Onstaan wanneer een neurotransmitter aankomt bij een verbinding tussen een zenuw en
klier.
 Hypothalamus

EEN OVERZICHT VAN DE ENDOCRIENESTELSEL

, HYPOTHALAMUS




De hypothalamus heeft een belangrijke verbinding tussen het zenuwstelsel en het endocriene stelsel.
 Functioneert zelf als een endocrien orgaan.
o Twee hormonen – ADH en oxytocine – worden langs axonen naar de lobus posterior
van de hypofyse getransporteerd. Daar worden ze in de circulatie gebracht.
 Scheidt twee soorten regulerende hormonen af die endocriene cellen in de lobus anterior van
de hypofyse reguleren.
o Releasing hormones (RH) stimuleren synthese en secretie van hypofysehormonen.
o Inhibiting hormones (IH) voorkomen de synthese en secretie van hypofysehormonen.
 Bevat centra van het autonome zenuwstelsel die de endocriene cellen van de medullae
adrenales (het bijniermerg) via sympathische innervatie reguleren.
o Als het sympathische zenuwstelsel wordt geactiveerd, geeft het bijniermerg hormonen
aan het bloed af.

, HYPOFYSE


De hypofyse is een
hormoonklier die
negen verschillende
hormonen afgeeft. Al
deze hormonen zijn
peptiden of kleine
eiwitten die zich aan
membraanrecpetoren
binden. Al deze
hormonen maken
gebruik van cAMP
als tweede signaalstof.




HYPOFYSEVOORKWAB

De hypofysevoorkwab (adenohypofyse) bevat endocriene cellen die door een uitgebreid netwerk van
haarvaten zijn omgeven. In dit netwerk worden de hormonen aan het bloed afgegeven.

Poortadersysteem van de Hypofyse
De hypofysevoorkwab heeft een zeer
ongebruikelijke organisatie van bloedvaten. Het
hele complex wordt een poortadersysteem
genoemd.
 Neuronen van de hypothalamus geven
hormonen af in de hypofyse.
 De hormonen komen terecht in een
netwerk van capillairen of haarvaten,
die zich vervolgens verenigen tot grotere
vaten die een tweede netwerk van
capillairen vormen.
 Bloedvaten die twee haarvatennetten
verbinden worden poortaders genoemd.


Regeling van Hypofysevoorkwab door de
Hypothalamus
De regulerende hormonen van de
hypothalamus – releasing hormone (RH) of
inhibiting hormone (IH) – worden via het
poortadersysteem naar de hypofysevoorkwab
vervoerd. Deze hormonen stimuleren of
remmen de endocriene cellen in de
hypofysevoorkwab.
 Snelheid gereguleerd via negatieve
terugkoppeling.
 Veel van deze regulerende hormonen
worden tropinen genoemd.

, Hormonen van de Hypofysevoorkwab
De hypofysevoorkwab vormt zeven hormonen. De eerste vier reguleren de vorming van hormonen in
andere hormoonklieren.

 Thyroidstimulerend Hormoon (TSH) of Thyrotropine
o Doelorgaan: Schildklier
o Functie: Activeert de afgifte van schildklierhormonen
o Wanneer: Afgegeven in reactie op thyrotropine releasing hormone (TRH) van de
hypothalamus.
o Regulering: Negatieve terugkoppeling

 Adrenocorticotroop Hormoon (ACTH) of Corticotropine
o Doelorgaan: Cortex Adrenalis (Bijnierschors)
o Functie: Activeerd de afgifte van steroïdhormonen (glucocorticoïden) van de
bijnierschors
o Wanneer: Afgegeven in reactie op corticotropine releasing hormone (CRH) van de
hypothalamus
o Regulering: Negatieve terugkoppeling

Gonadotropinen reguleren de activiteiten van de mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen of
gonaden. De hypofysevoorkwab maakt twee gonadotropinen: FSH en LH.

 Follikelstimulerend hormoon (FSH)
o Doelorganen: Ovaria en Testes
o Functie:
 Bij de vrouw
 Bevordert de ontwikkeling van follikels (en eicellen)
 Stimuleert de afgifte van oestrogenen (steroïdhormonen van de
ovaria)
 Bij de man
 Stimuleert de vorming van spermacellen
o Wanneer: Afgegeven in reactie op gonadotropine releasing hormone (GnRH) van de
hypothalamus
o Regulering: Negatieve terugkoppeling
 Inhibine, afgegeven door de testes en ovaria, remt de afgifte van FSH en
GnRH

 Luteïniserend Hormoon (LH)
o Doelorgaan: Ovaria en Testes
o Functie:
 Bij de vrouw
 Stimuleert ovulatie (vorming van voortplantingscellen bij de vrouw).
 Bevordert afgifte van oestrogenen en progestativa (zoals
progesteron) in de ovaria.
o Bereiden het lichaam op mogelijke zwangerschap voor
 Bij de man
 Wordt soms interstitiëlecellenstimulerend hromoon (ICSH)
genoemd
 Zet de interstitiële cellen van de teste aan tot de vorming van
androgenen (zoals testosteron).
o Wanneer: Afgegeven in reactie op gonadotropine releasing hormone (GnRH) van de
hypothalamus
o Regulering: Negatieve terugkoppeling
 Oestrogenen, progestinen en androgenen remmen de productie van GnRH

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
1 april 2017
Aantal pagina's
106
Geschreven in
2015/2016
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$6.56
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 1 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 4 reviews worden weergegeven
8 jaar geleden

8 jaar geleden

9 jaar geleden

8 jaar geleden

4.0

4 beoordelingen

5
1
4
2
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
elisederuiter96 Hogeschool Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
198
Lid sinds
9 jaar
Aantal volgers
108
Documenten
7
Laatst verkocht
8 maanden geleden

4.1

45 beoordelingen

5
17
4
17
3
10
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen