Bewijs
De rechter beoordeelt alleen of de tenlastelegging (TLL) bewezen kan worden ex art.
350 SV. De Officier van Justitie moet dus zorgen dat hij de TLL zo opstelt dat hij deze
kan bewijzen en de rechter mag zich uitsluitend buigen over de TLL.
De rechter oordeelt als volgt; is er bewijs voor het TLL feit, is het bewijs toelaatbaar, is
het genoeg (bewezenverklaring, bestanddelen) en is het overtuigend bewijs?
Feitelijk bewijs betekend niets anders dan kunnen we een onderbouwing vinden voor
hetgeen dat in de TLL staat. Uit de feiten haalt de rechter het bewijs.
Alles wat de stelling (het strafbare feit) kan onderbouwen zoals camerabeelden, foto’s
en dergelijke is bewijs.
Als het gaat om bewijs dan heb je sowieso te maken met art. 339 Sv, hierin staat een
limitatieve opsomming van hetgeen dat als wettig bewijs kan worden geschaard.
Hetgeen dat uit art. 339 SV voort vloeit kan tot een bewezenverklaring van de TLL
leiden.
Eigen waarneming ter zitting ex art. 340 Sv, het kan hierbij gaan om het bekijken van
videobeelden ter zitting, inbeslaggenomen stukken, uiterlijk/gedrag van de verdachte
en dergelijke situationele omstandigheden (ter plaatse).
Verklaring van de verdachte ex art. 341 Sv, dit houdt in de verklaring die afgelegd is
door de verdachte ter zitting. Verdachte heeft uiteraard geen verplichting om te
getuigen en geniet derhalve het zwijgrecht indien gewenst. De rechter kan ook het
zwijgen van de verdachte meenemen als een waarneming ter zitting.
De verklaring van een getuige ex art. 342 Sv houdt wederom in de verklaring van de
getuige welke ter zitting wordt afgelegd. De getuige is in beginsel verplicht om te
getuigen, het mag alleen gaan om een verklaring uit eigen waarneming of ondervinden
en geen vermoedens uitspreken.
De verklaring van een deskundige ex art. 343 Sv houdt wederom in de verklaring van
de deskundige welke ter zitting wordt afgelegd. Deze verklaring houdt in de kennis en of
de stand van wetenschap met betrekking tot een bepaald onderwerp. Meestal maakt de
deskundige een rapport en kunnen er op de zitting door partijen vragen gesteld worden.
Ook schriftelijke bescheiden dienen als bewijsmateriaal, eigenlijk is dit het grootste
gedeelte van het bewijsmateriaal. Processen-verbaal van bevindingen, beschrijvingen
van situaties of videobeelden, foto’s, onderzoeksrapporten, verklaringen op schrift en
dergelijke stukken.