Spier hoofdstuk 21
Aansprakelijkheid voor eigen gedrag op grond van 6:162
‘eenieder draagt in beginsel zijn eigen schade’
Onrechtmatige gedraging ander à plichtverzakende gedrag is grondslag
Kwalificatie gedrag – toerekening dader
6:162 lid 2: onrechtmatige gedraging gedefinieerd
‘onbehoorlijk’ gedrag kan ook aanleiding vormen tot onrechtmatigheid en dus schadevergoeding à
‘een doen of nalaten ism hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt,
let op dat het wel toerekenbaar moet zijn!
Toerekening à bij ‘schuld’ van de dader 6:162 lid 3 à ‘verwijtbaarheid’ of ‘vermijdbaarheid’ dader
moet dan wel toerekeningsvatbaar zijn! In 6:162 lid 3 ‘wet’ verwijst naar 6:165: ook een
ontoerekeningsvatbare kan een onrechtmatige gedraging worden toegerekend(deze heeft in beginsel
geen schuld (1)
‘een oorzaak krachtens de in het verkeer geldende opvattingen’ ook hier is er zonder sprake te zijn van
‘schuld’ toerekening van het onrechtmatige gedrag (2) (bij beide mogelijkheden is verwijtbaatheid niet
noodzakelijk)
Aansprakelijkheid van rp
Rp kunnen optreden dmv hun organen(directeur bijv) als deze organen onrechtmatig optreden, kan de
rp daarvoor ter verantwoording worden geroepen en aansprakelijk worden gesteld. Dit geldt ook in het
geval iemand formeel gezien niet verantwoordelijk is om een rp te vertegenwoordigen. Bijv de
wethouder van een gemeente. Stel deze doet een verkeerde uitspraak over een zaak, dan levert dit een
onrechtmatige daad op van de Gemeente: HR Knabbel & Babbel
Twee mogelijke gronden dus waarop een rp aansprakelijk kan worden gesteld voor onrechtmatig
handelen:
Formeel bevoegd orgaan Niet-formeel bevoegd orgaan
Burgemeester Wethouder
Namens rp onrechtmatig handelt Namens rp onrechtmatig handelt
Beide toerekenbaar aan rp omdat zij in het maatschappelijk verkeer als gedragingen van die rp hebben
te gelden à vereenzelvigingstheorie
6:170: Rp is ook aansprakelijk voor schade aan een derde toegebracht door een fout van een
ondergeschikte.
6:162 lid 2: voorbehoud à rechtvaardigingsgrond
1. overmacht
2. noodweer
3. uitvoering van een wett voorschrift
4. bevoegd gegeven ambtelijk bevel
Ook toestemming van de ‘gelaedeerde’(schuldeiser, iemand die nadeel heeft ondervonden door een
onrechtmatige daad) zal soms een omstandigheid zijn die de onrechtmatigheid wegneemt.
Rechtvaardigingsgrond à het wegnemen van het aanvankelijke, op schending van een wett norm of
op de inbreuk van een recht gebaseerde, onrechtmatigheidsoordeel op grond van de bijzondere
omstandigheden waaronder de handeling heeft plaatsgevonden. Risicoaanvaarding kan niet de
onrechtmatigheid van een gedraging wegnemen, als zijnde een rechtvaardigingsgrond, maar hoort bij
de eigen schuld van 6:101 en kan eventueel tot vermindering van de schadevergoedingsplicht leiden.
1
J. Spier, T. Hartlief, G.E. van Maanen en R.D. Vriesendorp, Verbintenissen uit de wet en
Schadevergoeding, Kluwer Deventer