8.1 witteboorden- en organisatiecriminaliteit
De Nederlandse criminoloog Bonger wordt algemeen gezien als de eerste die een theorie over
delinquentie ontwikkelde die zowel de traditionele criminaliteit als de criminaliteit van de gevestigde
orde en welgestelden omvatte. Bongers inzicht dat het focussen op armoede als oorzaak van
criminaliteit voorbijging aan de enorme hoeveelheid misdaad gepleegd door de heersende klasse,
werd grotendeels genegeerd, tot Sutherland de theorie nieuw leven inblies tijdens zijn presidentiële
rede voor de American sociological society.
Het begrip witte boordencriminaliteit verwijst naar criminaliteit die gepleegd wordt door mensen in
het algemeen sociaal gerespecteerd worden en een zeker aanzien hebben vanwege hun beroep. Het
door fraude en corruptie misbruik maken van vertrouwen en invloedrijke posities is een delict dat
niet tot de traditionele misdaden wordt gerekend en vaak door meer welgestelde mensen in hogere
posities wordt gepleegd. Nu de sociale gelaagdheid in de samenleving niet langer adequaat kan
worden beschreven, omdat de betekenis van de middenklassen veel groter geworden, is het begrip
witteboordencriminaliteit vervangen door organisatiecriminaliteit. Het gaat om misdaad waarvan
doorgaans verondersteld wordt dat deze een meer planmatig en rationeel karakter heeft en die men
geneigd is met behulp van planmatig en rationeel beleid te bestrijden.
Onder beroepscriminaliteit verstaan we criminaliteit waarbij de dader gebruikmaakt van zijn positie
binnen de organisatie en die aanwendt ten behoeve van eigen gewin.
Onder organisatiecriminaliteit dienen die misdrijven te worden begrepen die, individueel of
groepsgewijs, door de leden van een gerespecteerde en bonafide organisatie gepleegd wordt binnen
het kader van de uitoefening van organisatorische taken.
Waar het volgens Sutherland omging was meer sociologisch inzicht te krijgen in criminaliteit als
sociaal schadelijk gedrag waarop in principe een sanctie is gesteld, en de maatschappelijke reactie
daarop. In sociologische zin meende hij dat witteboordencriminaliteit zeker criminaliteit was, ook al
bleef enige reactie erop uit.
Soorten organisatiecriminaliteit
Veel gevallen van organisatiecriminaliteit zijn, vermogensmisdrijven. Voorbeelden hiervan zijn
belasting, faillisementsfraude, factuurfraude enzovoorts. Deze criminaliteit vindt plaats in de vorm
van het verstrekken van onjuiste inlichtingen aan handelspartner of overheden.
Internationale misdrijven
Een recent uitbereiding van het onderzoeksterrein naar organisatiecriminaliteit betreft de
betrokkenheid van bedrijven bij internationale misdrijven, als zodanig gedefinieerd en strafbaar
gesteld door de internationale gemeenschap in verdragen en statuten. Het gaat dan om de
betrokkenheid van ondernemingen bij ernstige schending van mensenrechten.
Er zijn belangrijke overeenkomsten te vinden in de verklaring van internationale misdrijven en die
van organisatie criminaliteit. Brants wijst onder andere op de bureaucratische aard van grotere
organisaties en de nadruk op het behalen van vastgestelde doelstellingen.
Om hun gedrag te rechtvaardigen gebruiken bedrijven het mechanisme van neutralisatietechnieken
zoals beschreven door Skyes en Matza in het kader van jeugdcriminaliteit. Managers van grote
internationale bedrijven zien zichzelf in het algemeen als respectable, wetgetrouwe burgers.
coleman en Benson onderzochten de neutralisatietechnieken die managers gebruiken om misdaden
te rechtvaardigen. Deze zien we terug in de media of in juridische procedures die volgen op
beschuldigingen van internationale misdrijven. Het gaat om het ontkennen van de schade, het