Bloktoets
BLOK 4
Isabel Weijtens
MAASTRICHT UNIVERSITY | FHML
,Inhoud
Taak 1 – Evolutie ...................................................................................................................................... 2
Taak 2 – Eetgedrag ................................................................................................................................... 2
Taak 3 – Wat is gezond? ........................................................................................................................... 4
Taak 4 – Voedselvoorkeur ........................................................................................................................ 5
Taak 5 – Beweging kinderen .................................................................................................................... 9
Taak 6 – Beweeg/eetgedrag jongeren ................................................................................................... 10
Taak 7 – Eetstoornissen ......................................................................................................................... 11
Taak 8 – Verwachtingspatronen ............................................................................................................ 14
Taak 9 – Eetgedrag ................................................................................................................................. 16
Taak 10 – Sedentaire leefstijl ................................................................................................................. 18
Taak 11 – Ondervoeding bij ouderen ..................................................................................................... 19
Taak 12 – Beweging bij ouderen ............................................................................................................ 21
TBL – Voeding ......................................................................................................................................... 22
TBL – Bewegen ....................................................................................................................................... 29
, Taak 1 – Evolutie
Veranderingen eetgedrag:
Grootste gedeelte plantaardig.
Succesvoller bewerken voedsel (gereedschappen) en jagen op dieren (oa renjachten)
Grote hersenen, kosten veel energie, maar sterk cognitief vermogen.
Culturele aanpassingsvermogen maakte einde aan tijd jager-verzamelaar.
Landbouwkundige en industriële revolutie grote invloed voedingspatroon.
Voedsel meestal fabrieksmatig vervaardigd goedkoop en efficiënt: vet, zetmeel, suiker en
zout. veel, goedkoop en calorierijk eten.
Momenteel veel meer koolhydraten, minder eiwitten, veel verzadigde vetten, minder vezels
en maar weinig vitamines en mineralen.
Door landbouw en veeteelt voedsel kwantitatief toegenomen, kwalitatief afgenomen
industrialisatie heeft dit proces verveelvoudigd.
Veranderingen beweeggedrag:
Legde veel km af door grote ‘eten-verzamel range’.
Benen langer geworden verplaatsen kost minder energie.
Volledig ontwikkelde boog in voet. Grotere voeten en op twee voeten gaan lopen.
Langere ledematen en uitstekende neus.
Km hardlopen voor het eten.
Na ontwikkelingen mensen in industrie hele lange dagen, maar niet zo energie vretend.
Door verdere technologische vooruitgangen werkzaamheden fysiek minder zwaar geworden
en moeten mensen steeds vaker zitten.
Invloed op gezondheid:
Ziektes beter te bestrijden en hogere leeftijd.
Veel mismatchaandoeningen: aandoeningen die ontstaan doordat we niet aangepast zijn
aan de omstandigheden waarin we leven.
In huidige samenleving sprake van dysevolutie: schadelijke vorm van geleidelijke
verandering. Echter geen biologische, maar ene culturele evolutie.
Gedrag en leefomgeving die mismatchaandoeningen veroorzaken worden doorgegeven aan
volgende generatie. doordat oorzaken niet worden aangepakt, alleen symptomen
bestreden.
Vroegen hadden we vet nodig om te overleven kunnen het nu heel efficiënt opslaan in
huidige samenleving nadelig.
Door bewerkt, calorierijk voedsel ontstaan een tal van welvaartsziekten.
Taak 2 – Eetgedrag
Cascade van verzadiging: het starten van consumeren wordt bepaald door een combinatie van
interne honger signalen en door cognitieve factoren.
Tijdens het absorberen van het voedsel, wordt de kwaliteit ‘getoetst’ belangrijk ontwikkeling van
gevoelens van genot. In de maag nemen andere processen het over en wordt de kwaliteit vh eten
nogmaals belangrijk. Het groter worden van het maagvolume wordt doorgegeven aan de hersenen
en er worden gastro-intestinale hormonen vrij gegeven. In combinatie met deze hormonen en
cognitieve verwachten van het eten/drinken wordt de verzadiging gestimuleerd. Worden de
nutriënten door de ingewanden geabsorbeerd signalen/hormoon verzadiging afgegeven.