‘Een leven lang gezond’
Taak 1
Definitie WHO: Staat van compleet lichamelijk, psychisch en sociaal welbevinden.
Rond de 16e eeuw was er de opkomst van de geneeskunde, en werden onderzoeken naar de
anatomie van het lichaam steeds populairder te worden. Tegen de helft van de 19e eeuw
ontstond geneeskunde op celniveau. In 1948 was de definitie van de WHO baanbrekend,
omdat het meer omvatte dan alleen de ‘afwezigheid’ van ziekte.
Er was vanaf het begin al kritiek op de definitie en die is alleen maar toegenomen. Door de
komst van antibiotica kwamen er veel minder infectieziekten voor en veel meer chronische
ziekten.
Begin 20e eeuw ontstond public health denken, waarop een betere hygiëne volgde.
Goede kwaliteit van leven: als men ondanks ziekte of aandoeningen niet het gevoel heeft hier te erg
door belemmerd te worden dus de regie in eigen handen te hebben.
Kwaliteit van leven kan gemeten worden door het ICF model van WHO (wel heel specifiek). Verder
kan het gemeten worden dmv vragenlijsten.
Definitie Huber (positieve gezondheid): Het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen
regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.
veerkracht en aanpassingsvermogen staan centraal. Er wordt verder gekeken naar de sense of
coherange (klopt je gevoel met je fysieke gezondheid of andersom?).
6 dimensies gezondheid volgens Huber
1. Lichamelijke functies
2. Mentale functies en beleving
3. Spiritueel en existentiële dimensie
4. Kwaliteit van leven
5. Sociaal maatschappelijke participatie
6. Dagelijks functioneren
Gezonde levensverwachting: het aantal jaar dat iemand leeft zonder chronische ziekte te
ontwikkelen of te krijgen.
Taak 2
Diploïd: als een cel 2 kopieën heeft van een chromosoom.
Haploïd: als een cel 1 kopie heeft van een chromosoom.