H1 DE WERELD VAN HET OPENBAAR BESTUUR
Openbaar bestuur = de verzameling van partijen binnen en buiten de overheid die zich bezighouden
met de inrichting en sturing van de samenleving.
Ambivalent bestuur = de vier dimensies die de kwaliteit van het openbaar bestuur bepalen.
Deze vier dimensies moeten met elkaar in evenwicht zijn zodat het bestuur goed kan functioneren:
• Democratie (controle op macht en openheid voor publieke participatie);
• Rechtmatigheid (overheidsoptreden op wettelijke grondslag);
• Effectiviteit (doeltreffendheid: mate van doelbereiking, doelmatigheid: optimaal gebruik van
middelen);
• Integriteit (beroepsethische normen).
Ieder aspect is dus met elkaar verbonden.
Overheid ligt telkens in een spagaat: kiezen we voor het ene aspect of het andere?
Voorbeeld: Meer banen op de A4 voor de vermindering van files. Het liefst wordt hier zo snel
mogelijk gehandeld en wordt er niet gekeken naar bezwaarschriften: effectief. Echter, zo gaat de
overheid wel tegen de beginselen in van behoorlijk bestuur.
De overheid gaat hierin voor publiek belang, organisaties om winst en continuïteit.
Vanaf de jaren 70 kwam er steeds meer kritiek op de verzorgingsstaat:
• Deze zou zich niet goed kunnen aanpassen op de grote veranderingen van de maatschappij
in die tijd (ontkerkelijking, individualisering en immigratie). Het gevoerde beleid was dus
weinig toekomstgericht.
• De overheid moet zich niet bemoeien met de economische tak. De overheid zou alleen een
rol moeten spelen op hoofdlijnen.
• De overheid moet goedkoper en slagvaardiger optreden.
H2 STURING EN BELEID IN HET OPENBAAR BESTUUR
Vormen van sturing:
• Overheidssturing;
• Maatschappelijke zelfsturing;
• Sturing in wisselwerking tussen overheid en maatschappelijke organisaties;
• Marktmechanisme.