Hoofdstuk 1 Een simpel model van chemische verbindingen
- Organische chemie -> reacties met koolstof. Vaak in verbinding met H, N en O.
- CO2 en CO3- is geen organische chemie, maar je kan het er wel mee bedrijven.
- Atoomnummer -> aantal protonen in een element
- Atoommassa -> aantal protonen + neutronen
- Verschil in aantal protonen -> ander element.
- Verschil in aantal neutronen -> isotopen.
- Verschil in aantal elektronen -> verschillende lading.
- In normale omstandigheden is het aantal protonen gelijk aan het aantal neutronen. Door
uitwisseling van elektronen (bijv. Bindingen) kan de landing verschillen.
o Ionische binding -> binding tussen een positief geladen deeltje en een negatief geladen
deeltje (kation en een anion). Deze stoffen hebben vaak een hoog smelt en kookpunt.
o Covalente binding -> elke stof wil het aantal elektronen hebben als het dichtstbijzijnde
edelgas. Hierdoor ‘delen’ ze elektronen, en kunnen ze dus bindingen aangaan. Deze
bindingen vormen erg makkelijk bij normale omstandigheden en hebben daarom een veel
lager smelt en kookpunt dan stoffen met ionische bindingen.
- Belangrijkste elektronen zijn de valentie-elektronen. Deze zorgen voor de bindingen tussen
atomen. Weergegeven met een streep of 2 puntjes (maar dit doen wij niet!).
- Je moet van het periodiek systeem C, N, O, F, Cl, Br, I kennen (plek + rest!). Hou er rekening mee
dat alle stoffen die in het periodiek systeem hieronder staan dezelfde aantal valentie elektronen
hebben, maar meer elektronen in de buitenste schil kunnen hebben dan 8!
- Edelgasconfiguratie/octet regel -> atomen streven naar edelgasconfiguratie. Dit betekent dat ze
altijd een volle buitenste ring willen. Elk elektron wil 8 valentie elektronen in zijn buitenste schil
(behalve waterstof, die wil er 2). Als dit niet het geval is, is de stof die is geproduceerd dus
onstabiel.