HC 6 IEB
Transfer pricing gaat over welke winst aan gelieerde ondernemingen mag worden toegerekend
indien zij met elkaar handelen.
Op welke wijze moet worden bepaald hoe winst moet worden toegerekend?
> Separate entity approach – Iedere onderneming wordt apart belast, ook al horen ze tot een
bepaald concern. Alternatief zou zijn het concern als geheel nemen, dit is global formulary
apportionment, dan wordt verdeelsleutel gebruikt hoe de winst moet worden toegerekend.
Transacties tussen gelieerde ondernemingen lopen parallel, is niet normaal op de vrije markt. Niet-
gelieerde ondernemingen hebben juist tegengestelde belangen op de vrije markt.
Gehanteerde verrekenprijzen zijn voor betalende onderneming een kostenpost, voor de verkrijgende
onderneming behoort het tot de winst. Hiermee beïnvloedt het dus ook de belastingheffing.
Daarom zijn belastingadministraties ook erg gericht op de gehanteerde verrekenprijzen.
> Winstverschuiving!
Daarom is het ook van belang dat er sprake is van een objectief criterium. Daarom wordt het
arm’s-Lengthbeginsel worden gebruikt. Doen alsof er wordt gehandeld met een niet-gelieerde
onderneming. Er moet zakelijk worden gehandeld.
Art. 9 OESO – Is alleen van toepassing op gelieerde ondernemingen. A houdt de verticale
gelieerdheid in, b de horizontale gelieerdheid.
Art. 9 OESO geeft uitleg over het transfer pricing.
Je moet de guidelines gebruiken geeft het commentaar aan bij art. 9 OESO.
Transfer pricing correcties:
- Primaire correctie – Verhoging winst dochtermaatschappij, indien moeder voor dienst die dochter
verrichte dienst te weinig heeft betaald.
- Corresponderende correctie – Winst moeder moet met 400 worden verlaagd, zo wordt er
voorkomen dat er een economische dubbele belasting ontstaat. Lid 2 art. 9 OESO geeft aan dat het
verplicht is deze correctie uit te voeren, mits die staat het met de verhoging van de winst in de
andere staat is.
- Secundaire correctie – Kas wijkt nog steeds af. Dochter zou meer in kas hebben en moeder minder.
Om werkelijke kaspositie kloppend te laten maken nog een extra transactie laten plaatsvinden,
bijvoorbeeld een fictieve dividenduitkering. Dan zou ook bronbelasting moeten worden ingehouden,
dit is dan een secundaire correctie.
Moet er een secundaire transactie en secundaire correctie nodig? Volgens NL is dit altijd nodig. Als
DB niet kan worden verrekend kan secundaire correctie achterwege blijven.
Op welke wijze moeten de verrekenprijzen at arm’s length worden vastgesteld?
> Hierbij is een belangrijke rol voor de vergelijkbaarheidsanalyse weggelegd.
Vergelijking van de voorwaarden van concerntransactie met transactie in de vrije
markt. OESO transferpricing richtlijn noemen specifiek vijf factoren die belangrijk kunnen zijn bij het
bepalen van de vergelijkbaarheid.
* Kenmerken van goederen en diensten – Verschillen in specifieke kenmerken
zullen invloed hebben op de prijs
* Functionele analyse – Betaalde vergoeding zal een weerspiegeling zijn van de
functies die door de ondernemingen worden uitgeoefend.
* Contractuele voorwaarden – Hoe de verantwoordelijkheden, risico’s en de
Transfer pricing gaat over welke winst aan gelieerde ondernemingen mag worden toegerekend
indien zij met elkaar handelen.
Op welke wijze moet worden bepaald hoe winst moet worden toegerekend?
> Separate entity approach – Iedere onderneming wordt apart belast, ook al horen ze tot een
bepaald concern. Alternatief zou zijn het concern als geheel nemen, dit is global formulary
apportionment, dan wordt verdeelsleutel gebruikt hoe de winst moet worden toegerekend.
Transacties tussen gelieerde ondernemingen lopen parallel, is niet normaal op de vrije markt. Niet-
gelieerde ondernemingen hebben juist tegengestelde belangen op de vrije markt.
Gehanteerde verrekenprijzen zijn voor betalende onderneming een kostenpost, voor de verkrijgende
onderneming behoort het tot de winst. Hiermee beïnvloedt het dus ook de belastingheffing.
Daarom zijn belastingadministraties ook erg gericht op de gehanteerde verrekenprijzen.
> Winstverschuiving!
Daarom is het ook van belang dat er sprake is van een objectief criterium. Daarom wordt het
arm’s-Lengthbeginsel worden gebruikt. Doen alsof er wordt gehandeld met een niet-gelieerde
onderneming. Er moet zakelijk worden gehandeld.
Art. 9 OESO – Is alleen van toepassing op gelieerde ondernemingen. A houdt de verticale
gelieerdheid in, b de horizontale gelieerdheid.
Art. 9 OESO geeft uitleg over het transfer pricing.
Je moet de guidelines gebruiken geeft het commentaar aan bij art. 9 OESO.
Transfer pricing correcties:
- Primaire correctie – Verhoging winst dochtermaatschappij, indien moeder voor dienst die dochter
verrichte dienst te weinig heeft betaald.
- Corresponderende correctie – Winst moeder moet met 400 worden verlaagd, zo wordt er
voorkomen dat er een economische dubbele belasting ontstaat. Lid 2 art. 9 OESO geeft aan dat het
verplicht is deze correctie uit te voeren, mits die staat het met de verhoging van de winst in de
andere staat is.
- Secundaire correctie – Kas wijkt nog steeds af. Dochter zou meer in kas hebben en moeder minder.
Om werkelijke kaspositie kloppend te laten maken nog een extra transactie laten plaatsvinden,
bijvoorbeeld een fictieve dividenduitkering. Dan zou ook bronbelasting moeten worden ingehouden,
dit is dan een secundaire correctie.
Moet er een secundaire transactie en secundaire correctie nodig? Volgens NL is dit altijd nodig. Als
DB niet kan worden verrekend kan secundaire correctie achterwege blijven.
Op welke wijze moeten de verrekenprijzen at arm’s length worden vastgesteld?
> Hierbij is een belangrijke rol voor de vergelijkbaarheidsanalyse weggelegd.
Vergelijking van de voorwaarden van concerntransactie met transactie in de vrije
markt. OESO transferpricing richtlijn noemen specifiek vijf factoren die belangrijk kunnen zijn bij het
bepalen van de vergelijkbaarheid.
* Kenmerken van goederen en diensten – Verschillen in specifieke kenmerken
zullen invloed hebben op de prijs
* Functionele analyse – Betaalde vergoeding zal een weerspiegeling zijn van de
functies die door de ondernemingen worden uitgeoefend.
* Contractuele voorwaarden – Hoe de verantwoordelijkheden, risico’s en de