HC 2 IEB
BvdB heeft twee functies:
- Voorkomen van dubbele belasting, dit is de eenzijdige regeling van Nederland
- Normatieve functie voor belastingverdragen, in sommige belastingverdragen wordt verwezen naar
het besluit. Vooral verwezen naar besluit voor hoe de vrijstellingsmethode en de
verrekeningsmethode werken. Voor verdragen gesloten tussen 1960 en 1980 wordt alleen naar BvdB
verwezen voor de verliescompensatieregeling.
Hoe zit het met de voorkoming van belasting? Dat zie je in art. 1 lid 2 BvdB. Voorziet alleen indien
niet op andere wijze in de voorkoming wordt voorzien.
- Er is geen verdrag
- Belastingverdrag ziet niet op bepaalde belastingen
- Een belastingverdrag kent geen regeling voor een bepaald subject of een bepaald object.
Denk bijvoorbeeld als er een verdrag is voor lucht- en scheepvaart, een bakker kan hier geen
beroep op doen.
Object kan ook niet onder een verdrag vallen. Bepaalde typen inkomen vallen dan niet onder
het verdrag. Tegenwoordig zit er vaak een restartikel in, maar er zijn wel een aantal
verdragen die niet een dergelijk restartikel bevatten.
Er is geen andere regeling ter voorkoming, dan mag je verdrag toepassen.
Als andere regeling minder gunstig is dan BvdB, dan heb je gewoon pech, aangezien er dus wel
een andere regeling is. Ook indien het verdrag de dubbele belasting niet wegneemt, dan kan je niet
een beroep doen op het Besluit.
Treaty override, als verdragspartner zich niet houdt aan het verdrag, dan heb je ook gewoon pech.
Dan kun je ook niet een beroep doen op het BvdB.
Treaty override – In NL gaat verdrag boven de wet, dit is niet zo in alle andere staten.
Belangrijke voorwaarde voor toepassing van het besluit is dat er sprake is van onderworpenheid in
de andere staat.
Stel poortje van art. 1 lid 2 BvdB gepasseerd, dan moet je gaan kijken of je het besluit mag gaan
toepassen. Vereist wordt dat NL pas een vrijstelling of verrekening geeft indien het object in die
andere staat is belast. De onderworpenheid ziet op het object, dus de inkomsten moeten
onderworpen zijn. Het maakt niet uit dat er een korting is of een andere reden dat er geen belasting
wordt geheven.
Onderworpenheid vind je helemaal in het slot van art. 9 BvdB terug.
Object moet tot de heffing horen, als er feitelijk niet wordt geheven door vrijstellingen maakt niet
uit.
Als feitelijk niet wordt geheven, ringfencing, doordat van buitenlandse onderneming alles buiten de
heffing valt, dan is er geen sprake van onderworpenheid.
Is er geen sprake van onderworpenheid door een tax holiday? Dit is geen probleem om aan de
onderworpenheid te voldoen.
Je moet kijken naar nationale wetgeving waarom er niet wordt geheven, bijvoorbeeld kijken of er
sprake is van een tax holiday of van ringfencing.
Art. 38 lid 2 AWR – Onder bepaalde voorwaarden gaat men uit van onderworpenheid. Fictie voor
arbeidsinkomsten van EU en EER werkgever.
BvdB heeft twee functies:
- Voorkomen van dubbele belasting, dit is de eenzijdige regeling van Nederland
- Normatieve functie voor belastingverdragen, in sommige belastingverdragen wordt verwezen naar
het besluit. Vooral verwezen naar besluit voor hoe de vrijstellingsmethode en de
verrekeningsmethode werken. Voor verdragen gesloten tussen 1960 en 1980 wordt alleen naar BvdB
verwezen voor de verliescompensatieregeling.
Hoe zit het met de voorkoming van belasting? Dat zie je in art. 1 lid 2 BvdB. Voorziet alleen indien
niet op andere wijze in de voorkoming wordt voorzien.
- Er is geen verdrag
- Belastingverdrag ziet niet op bepaalde belastingen
- Een belastingverdrag kent geen regeling voor een bepaald subject of een bepaald object.
Denk bijvoorbeeld als er een verdrag is voor lucht- en scheepvaart, een bakker kan hier geen
beroep op doen.
Object kan ook niet onder een verdrag vallen. Bepaalde typen inkomen vallen dan niet onder
het verdrag. Tegenwoordig zit er vaak een restartikel in, maar er zijn wel een aantal
verdragen die niet een dergelijk restartikel bevatten.
Er is geen andere regeling ter voorkoming, dan mag je verdrag toepassen.
Als andere regeling minder gunstig is dan BvdB, dan heb je gewoon pech, aangezien er dus wel
een andere regeling is. Ook indien het verdrag de dubbele belasting niet wegneemt, dan kan je niet
een beroep doen op het Besluit.
Treaty override, als verdragspartner zich niet houdt aan het verdrag, dan heb je ook gewoon pech.
Dan kun je ook niet een beroep doen op het BvdB.
Treaty override – In NL gaat verdrag boven de wet, dit is niet zo in alle andere staten.
Belangrijke voorwaarde voor toepassing van het besluit is dat er sprake is van onderworpenheid in
de andere staat.
Stel poortje van art. 1 lid 2 BvdB gepasseerd, dan moet je gaan kijken of je het besluit mag gaan
toepassen. Vereist wordt dat NL pas een vrijstelling of verrekening geeft indien het object in die
andere staat is belast. De onderworpenheid ziet op het object, dus de inkomsten moeten
onderworpen zijn. Het maakt niet uit dat er een korting is of een andere reden dat er geen belasting
wordt geheven.
Onderworpenheid vind je helemaal in het slot van art. 9 BvdB terug.
Object moet tot de heffing horen, als er feitelijk niet wordt geheven door vrijstellingen maakt niet
uit.
Als feitelijk niet wordt geheven, ringfencing, doordat van buitenlandse onderneming alles buiten de
heffing valt, dan is er geen sprake van onderworpenheid.
Is er geen sprake van onderworpenheid door een tax holiday? Dit is geen probleem om aan de
onderworpenheid te voldoen.
Je moet kijken naar nationale wetgeving waarom er niet wordt geheven, bijvoorbeeld kijken of er
sprake is van een tax holiday of van ringfencing.
Art. 38 lid 2 AWR – Onder bepaalde voorwaarden gaat men uit van onderworpenheid. Fictie voor
arbeidsinkomsten van EU en EER werkgever.