Taak 1 – hoe is ons eet/beweeg gedrag evolutionair veranderd?
1. Wat is evolutie? (evolutietheorie) hoeft niet zo uitgebreid
Natuurwetenschappelijke verklaring voor de evolutie van het leven en voor de verscheidenheid aan
soorten op Aarde. Beschrijft het proces waarbij erfelijke eigenschappen binnen een populatie van
organismen veranderen in de loop van de generaties. Dit als gevolg van genetische variatie,
voortplanting en natuurlijke selectie. survival of the fittest Darwin.
Het feit dat de individuen met gunstige kenmerken overleven en zo hun ‘gunstige genen’ doorgeven
aan hun nageslacht. Verder kunnen er genen muteren, die ervoor zorgen dat een individu zich beter
of slechter aan kan passen. Beter? dan heeft hij voordeel en geeft deze kenmerken dus door.
Slechter? overlijd en het kenmerk gaat uit de groep.
2. Hoe is ons eetgedrag veranderd? (evolutionair)
In eerste instantie was het grootste gedeelte van het eten plantaardig. Door middel van aanpassing
zijn we succesvoller geworden met het bewerken van voedsel en het jagen op dieren. We hebben
ons aangepast tot hardloper, waardoor er renjachten aan de orde kwamen. We zijn gereedschappen
gaan maken, waardoor het eten makkelijker verwerkt kon worden en hierdoor ook hoger in calorieën
werd. Onze hersenen zijn enorm groot in vergelijking met die van andere primaten. Dit heeft ons vele
voordelen geboden. Zulke hersenen kosten echter wel veel energie, maar de voordelen die het bood
hebben hier tegenop gewogen. Door deze grotere hersenen is het cognitief vermogen sterk
ontwikkeld. De hersenen hebben het dus gewonnen van de spierkracht. Hierdoor was de moderne
mens in staat allerlei technieken en strategieën te ontwikkelen om zich in wisselende
omstandigheden staande te houden. Door het culturele aanpassingsvermogen kwam er wel een
einde aan het bestaan als jager-verzamelaar. Dankzij de toenemende snelheid van de culturele
evolutie zijn er in hoog tempo veranderingen opgetreden in ons voedingspatroon. De
landbouwkundige revolutie heeft een grote invloed gehad op onze voeding, maar de invloed van de
industriële revolutie was misschien nog wel groter. Ons voedsel is tegenwoordig vaak fabrieksmatig
vervaardigd. Voedselproducenten hebben uitgezocht hoe ze zo goedkoop en efficiënt mogelijk
precies datgene kunnen maken waar de mens al miljoenen jaren naar smacht: vet, zetmeel, suiker en
zout. Hierdoor hebben we nu veel, goedkoop en calorierijk eten. We nuttigen momenteel veel meer
koolhydraten, minder eiwitten, veel verzadigde vetten, minder vezels en bescheiden hoeveelheden
vitamines en mineralen. Door de landbouw en veeteelt is het voedsel kwantitatief toegenomen en
kwalitatief achteruit gegaan. De industrialisatie heeft dit effect verveelvoudigd.
3. Hoe is ons beweeggedrag veranderd? (evolutionair)
In vergelijking met andere primaten, heeft de mens altijd een hele grote ‘eten-verzamel range’
gehad, waardoor ze vele kilometers te voet aflegde.
De benen zijn langer geworden, wat ervoor zorgde dat verplaatsen minder energie kosten. Er zat een
volledig ontwikkelde boog in de voet, de voeten zijn groter geworden en we zijn op twee voeten
gaan lopen. Verder zijn de ledematen langer geworden en hadden we een uitstekende neus.
Voedsel werd bemachtigd door het verzamelen van plantaardig voedsel en dmv hardlopen. De mens
liep kilometers hard voor zijn eten. Alles is hier ook op aangepast. Doordat we gereedschap zijn gaan
gebruiken is het verwerken van voedsel makkelijker geworden, waardoor dat minder energie/tijd
koste. Alle ontwikkelingen zorgde ervoor dat de mensen in de industrie onmenselijk lange dagen
maakte. Het werk was hier echter niet zo energie vretend. Door de verdere technologische
1
1. Wat is evolutie? (evolutietheorie) hoeft niet zo uitgebreid
Natuurwetenschappelijke verklaring voor de evolutie van het leven en voor de verscheidenheid aan
soorten op Aarde. Beschrijft het proces waarbij erfelijke eigenschappen binnen een populatie van
organismen veranderen in de loop van de generaties. Dit als gevolg van genetische variatie,
voortplanting en natuurlijke selectie. survival of the fittest Darwin.
Het feit dat de individuen met gunstige kenmerken overleven en zo hun ‘gunstige genen’ doorgeven
aan hun nageslacht. Verder kunnen er genen muteren, die ervoor zorgen dat een individu zich beter
of slechter aan kan passen. Beter? dan heeft hij voordeel en geeft deze kenmerken dus door.
Slechter? overlijd en het kenmerk gaat uit de groep.
2. Hoe is ons eetgedrag veranderd? (evolutionair)
In eerste instantie was het grootste gedeelte van het eten plantaardig. Door middel van aanpassing
zijn we succesvoller geworden met het bewerken van voedsel en het jagen op dieren. We hebben
ons aangepast tot hardloper, waardoor er renjachten aan de orde kwamen. We zijn gereedschappen
gaan maken, waardoor het eten makkelijker verwerkt kon worden en hierdoor ook hoger in calorieën
werd. Onze hersenen zijn enorm groot in vergelijking met die van andere primaten. Dit heeft ons vele
voordelen geboden. Zulke hersenen kosten echter wel veel energie, maar de voordelen die het bood
hebben hier tegenop gewogen. Door deze grotere hersenen is het cognitief vermogen sterk
ontwikkeld. De hersenen hebben het dus gewonnen van de spierkracht. Hierdoor was de moderne
mens in staat allerlei technieken en strategieën te ontwikkelen om zich in wisselende
omstandigheden staande te houden. Door het culturele aanpassingsvermogen kwam er wel een
einde aan het bestaan als jager-verzamelaar. Dankzij de toenemende snelheid van de culturele
evolutie zijn er in hoog tempo veranderingen opgetreden in ons voedingspatroon. De
landbouwkundige revolutie heeft een grote invloed gehad op onze voeding, maar de invloed van de
industriële revolutie was misschien nog wel groter. Ons voedsel is tegenwoordig vaak fabrieksmatig
vervaardigd. Voedselproducenten hebben uitgezocht hoe ze zo goedkoop en efficiënt mogelijk
precies datgene kunnen maken waar de mens al miljoenen jaren naar smacht: vet, zetmeel, suiker en
zout. Hierdoor hebben we nu veel, goedkoop en calorierijk eten. We nuttigen momenteel veel meer
koolhydraten, minder eiwitten, veel verzadigde vetten, minder vezels en bescheiden hoeveelheden
vitamines en mineralen. Door de landbouw en veeteelt is het voedsel kwantitatief toegenomen en
kwalitatief achteruit gegaan. De industrialisatie heeft dit effect verveelvoudigd.
3. Hoe is ons beweeggedrag veranderd? (evolutionair)
In vergelijking met andere primaten, heeft de mens altijd een hele grote ‘eten-verzamel range’
gehad, waardoor ze vele kilometers te voet aflegde.
De benen zijn langer geworden, wat ervoor zorgde dat verplaatsen minder energie kosten. Er zat een
volledig ontwikkelde boog in de voet, de voeten zijn groter geworden en we zijn op twee voeten
gaan lopen. Verder zijn de ledematen langer geworden en hadden we een uitstekende neus.
Voedsel werd bemachtigd door het verzamelen van plantaardig voedsel en dmv hardlopen. De mens
liep kilometers hard voor zijn eten. Alles is hier ook op aangepast. Doordat we gereedschap zijn gaan
gebruiken is het verwerken van voedsel makkelijker geworden, waardoor dat minder energie/tijd
koste. Alle ontwikkelingen zorgde ervoor dat de mensen in de industrie onmenselijk lange dagen
maakte. Het werk was hier echter niet zo energie vretend. Door de verdere technologische
1