Accommodatie
Om een nabijgelegen voorwerp scherp te zien, moet de brekende werking van het oog toenemen om
een scherp beeld op het netvlies te krijgen.
3 punten in de ruimte:
- Het vertepunt R, het punt waarop het oog is ingesteld zonder accommodatie
- Het nabijehdispunt P, het punt waarop het oog is ingesteld met maximale accommodatie
- Het instelpunt I, het fixatiepunt waarop het oog is ingesteld met meer of minder
accommodatie. Op dat punt moet het leeswerk staan voor een scherpe afbeelding op het
netvlies. Dit punt ligt altijd in het accommodatiegebied tussen R en P
De afstand van HH’oog tot deze drie punten zijn respectievelijk
- Vertepuntsafstand r
- Nabijheidspuntsafstand p
- Instelafstand i
Deze 3 afstand omgezet in dioptrieën geven achtereenvolgens:
- R de vertepuntsrefractie, sterkte van de invallende bundel vanuit punt R. R is altijd gelijk
aan de oogfout (GvA = R)
- P nabijheidspuntrefractie, sterkte die een invallende bundel moet hebben voor een
scherpe afbeelding als het oog volledig accommodeert. P is gelijk aan de oogfout inclusief de
maximale accommodatie (GvA + Amax= P)
- I instelrefractie, sterkte die een invallende bundel vanuit of naar het instel- of fixatiepunt
heeft. I is altijd gelijk aan de graad van ametropie inclusief de accommodatie. (GvA +A =-I) bij
een emmetroop is de instelrefactie I altijd gelijk aan de negatieve accommodatie
- A accommodatie, de sterkteverandering van het oog. Deze is altijd positief. Het
accommodatievermogen is de maximale accommodatie die het oog bezit.
R= Amax + P
R= A+ I
Met correctie:
Als er een correctie of een ander hulpmiddel gedragen wordt krijgen de letters een accent
Het accommodatie-effect A’ is niet gelijk aan de werkelijke accommodatie A.
A’= a* (1-hT’)2
Accommodatie-apparaat
Accommodatie is het resultaat van de samenwerking tussen:
- Ciliarlichaam
- Vaatvlies
- Zonulavezels
- Ooglens