H.1
Beslissingen die het beste resultaat hebben voor de ondernemingsdoelstellingen noemen we optimale
beslissingen. Bij suboptimale beslissingen worden de doelstellingen in mindere mate gehaald dan mogelijk is.
Klanttevredenheid is de bestaansbasis van elke onderneming.
Winstbegrip is een goede maatstaf voor de kwaliteit van de besluitvorming. Dit houdt zowel rekening met de
omzet die volgt uit klantenfocus van de onderneming als met de kosten die aan een bepaald niveau van
klanttevredenheid zijn verbonden. Belangrijk is daarbij dat de winst op lange termijn de voorrang heeft boven
de winst op korte termijn.
Besluitvorming op basis van winstgevendheid betekent dat elke beslissing wordt beoordeeld op de kosten en
de baten, zowel op korte als op lange termijn.
Balanced scorecard: waarbij het functioneren van afdelingen en ondernemingen niet alleen wordt beoordeeld
op het financiële aspect, maar ook op interne organisatie, klanten en markt en innovatie.
Gedwongen door concurrentie moeten ondernemingen continu scherp zijn op de ondernemingsprestaties
zoals efficiency, productkwaliteit, tijd en innovatie.
Onder benchmarking verstaan we de vergelijking van de ondernemingsresultaten op allerlei belangrijke
succesfactoren met die van concurrerende ondernemingen. Dat gebeurt aan de hand van een overzicht van de
beste prestaties in de bedrijfstak op de belangrijke succesfactoren voor de onderneming aan de hand van
benchmarking kan blijken dat het roer helemaal om moet.
Het verschil tussen benchmarking en balanced scorecard is dat de balanced scorecard een interne focus heeft
terwijl benchmarking naar buiten gericht is, op concurrenten in de markt.
Over besluitvorming op korte termijn spreken we wanneer de productiecapaciteit als gegeven wordt
beschouwd. Dat is het geval wanneer een incidentele order wordt geplaatst bij overcapaciteit of wanneer de
capaciteit juist te beperkt is om aan alle vraag te voldoen.
Besluitvormingsfuncties: onderzoek en ontwikkeling, design, productie, marketing, distributie en
klantenservice. Dit zijn de opeenvolgende schakels die de productie waarde geven in de ogen van de klant.
Principes van financiële besluitvorming zijn:
1. Relevantie
2. Risico
3. Rente
Relevante kosten zijn kosten die door de beslissing worden beïnvloed. Kosten die onafhankelijk zijn van een
beslissing noemen we irrelevante kosten.
Een beslissing over de bezetting of de verkoop van deze capaciteit heeft geen invloed op de hoogte van deze
kosten, ‘sunk costs’.
Constante kosten zijn onafhankelijk van de omvang van productie en afzet. Variabele kosten worden wel
beïnvloed door productie en afzet.
Constante kosten zijn bij beslissingen over de benutting van productiecapaciteit niet relevant. Als er door een
nieuwe, nog onbekende klant een eenmalige order wordt geplaatst (incidentele order), dan hangt de
orderacceptatie alleen af van de dekkingsbijdrage, het verschil tussen omzet en variabele kosten. Zolang de
dekkingsbijdrage positief is, kan een incidentele order uit kostenoogpunt geaccepteerd worden.
Voorbeeld 1.1
1
Beslissingen die het beste resultaat hebben voor de ondernemingsdoelstellingen noemen we optimale
beslissingen. Bij suboptimale beslissingen worden de doelstellingen in mindere mate gehaald dan mogelijk is.
Klanttevredenheid is de bestaansbasis van elke onderneming.
Winstbegrip is een goede maatstaf voor de kwaliteit van de besluitvorming. Dit houdt zowel rekening met de
omzet die volgt uit klantenfocus van de onderneming als met de kosten die aan een bepaald niveau van
klanttevredenheid zijn verbonden. Belangrijk is daarbij dat de winst op lange termijn de voorrang heeft boven
de winst op korte termijn.
Besluitvorming op basis van winstgevendheid betekent dat elke beslissing wordt beoordeeld op de kosten en
de baten, zowel op korte als op lange termijn.
Balanced scorecard: waarbij het functioneren van afdelingen en ondernemingen niet alleen wordt beoordeeld
op het financiële aspect, maar ook op interne organisatie, klanten en markt en innovatie.
Gedwongen door concurrentie moeten ondernemingen continu scherp zijn op de ondernemingsprestaties
zoals efficiency, productkwaliteit, tijd en innovatie.
Onder benchmarking verstaan we de vergelijking van de ondernemingsresultaten op allerlei belangrijke
succesfactoren met die van concurrerende ondernemingen. Dat gebeurt aan de hand van een overzicht van de
beste prestaties in de bedrijfstak op de belangrijke succesfactoren voor de onderneming aan de hand van
benchmarking kan blijken dat het roer helemaal om moet.
Het verschil tussen benchmarking en balanced scorecard is dat de balanced scorecard een interne focus heeft
terwijl benchmarking naar buiten gericht is, op concurrenten in de markt.
Over besluitvorming op korte termijn spreken we wanneer de productiecapaciteit als gegeven wordt
beschouwd. Dat is het geval wanneer een incidentele order wordt geplaatst bij overcapaciteit of wanneer de
capaciteit juist te beperkt is om aan alle vraag te voldoen.
Besluitvormingsfuncties: onderzoek en ontwikkeling, design, productie, marketing, distributie en
klantenservice. Dit zijn de opeenvolgende schakels die de productie waarde geven in de ogen van de klant.
Principes van financiële besluitvorming zijn:
1. Relevantie
2. Risico
3. Rente
Relevante kosten zijn kosten die door de beslissing worden beïnvloed. Kosten die onafhankelijk zijn van een
beslissing noemen we irrelevante kosten.
Een beslissing over de bezetting of de verkoop van deze capaciteit heeft geen invloed op de hoogte van deze
kosten, ‘sunk costs’.
Constante kosten zijn onafhankelijk van de omvang van productie en afzet. Variabele kosten worden wel
beïnvloed door productie en afzet.
Constante kosten zijn bij beslissingen over de benutting van productiecapaciteit niet relevant. Als er door een
nieuwe, nog onbekende klant een eenmalige order wordt geplaatst (incidentele order), dan hangt de
orderacceptatie alleen af van de dekkingsbijdrage, het verschil tussen omzet en variabele kosten. Zolang de
dekkingsbijdrage positief is, kan een incidentele order uit kostenoogpunt geaccepteerd worden.
Voorbeeld 1.1
1