Anatomie en fysiologie van het centraal auditief systeem
De Nervus Vestibulocochlearis (N. VIII), is een sensorische hersenzenuw.
Deze hersenzenuw geeft niet alleen informatie door over je gehoor, maar
ook over je evenwicht.
De zenuw komt vanuit de meatus acusticus interna
(=rotsbeen, zie sterretje op afbeelding), de hersenstam binnen.
De zenuw ontspringt in de medulla (bovenkant van de hersenstam),
vanuit hier kruisen de zenuwen gaan door naar de auditieve cortex, die
zich bevindt in de temporale kwab, maar voordat ze daar aankomen leggen ze nog een weg af. De
zenuwen komen langs nucleus (= soort knooppunten), dit zijn gevoelige cellen, die precies weten
waar alle informatie vandaan komt. Eenmaal aangekomen in de auditieve cortex, wordt hier de
informatie verwerkt.
Medulla
Toonaudiometrie en spraakaudiometrie
Het doel van toonaudiometrie is om vast te stellen of er een gehoorverlies is, hoe groot het
gehoorverlies is (ernst), de aard, de vorm en de symmetrie. Bij de uitvoering van de test wordt
bepaald hoe zacht een zuivere toon mag worden aangeboden om nog net hoorbaar te zijn voor een
luisteraar. Het resultaat teken je in een toonaudiogram. De tonen worden aangeboden met zowel
een koptelefoon en een beengeleider. Er vallen een paar subtesten onder toonaudiometrie:
6 samenvattende hoorfactoren
Niet goed waarnemen (zachtere) geluiden: De hoordrempel
Hinder van hardere geluiden: De drempel van onaangename luidheid
Niet goed onderscheiden alledaagse geluiden: Het onderscheiden van geluiden
Niet goed verstaan gesprek rustige omgeving: Het spraakverstaan in stilte
Niet goed verstaan in een rumoerige situatie: Het spraakverstaan in lawaai
Niet goed bepalen richting geluid: Het richtinghoren