Collegeweek 1:
Aard van het bestuursrecht, Europees en nationaal bestuursrecht en de partijen in het
bestuursrecht
Literatuur:
R.J.N. Schlössels en S.E. Zijlstra, Bestuursrecht in de Sociale Rechtsstaat, deel 1 (2017):
• Hoofdstuk 1: nr. 1 - 12, nrs. 32 - 34,
• Hoofdstuk 2: nrs. 45 -51, nrs. 66 – 73,
• Hoofdstuk 3: nrs. 75 – 83,
• Hoofdstuk 4: nr. 125 en nrs. 143 – 149.
Weekdoelen:
Na het volgen van het hoorcollege, de werkgroep en het bestuderen van de stof in week 1:
- kunt u drie functies van het bestuursrecht noemen en kunt u beargumenteren op welke
manier er tussen deze functies spanning kan bestaan;
- kunt u uitleggen op welke manier het EU-recht het Nederlandse bestuursrecht in algemene
zin beïnvloedt en kunt u daarvan een voorbeeld geven;
- kunt u uitleggen wat wordt verstaan onder procedurele en institutionele autonomie;
- kunt u de criteria noemen om te worden aangemerkt als ‘b-orgaan’ in de zin van de Awb
(art. 1:1 lid 1 onder b Awb) en kunt u deze criteria toepassen;
- kunt u de criteria op grond waarvan een organisatie kan worden aangemerkt als
belanghebbende in de zin van artikel 1:2 lid 3 Awb noemen en toepassen
- kunt u uitleggen hoe deze criteria zich verhouden tot de algemene criteria van
belanghebbendheid van artikel 1:2 lid 1 Awb;
- kunt u (nieuwe) rechtspraak met betrekking tot het bestuursorgaanbegrip en het
belanghebbende begrip analyseren en beoordelen in het licht van de bestaande
rechtspraak.
, Werkgroepvragen:
Vraag 1 - De drie functies van het bestuursrecht
Een centrale gedachte in het boek Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat is de spanning tussen de
drie verschillende functies van het bestuursrecht.
a. Beargumenteer waarom artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht uiting geeft aan
zowel de instrumentele functie van het bestuursrecht als de waarborgfunctie.
Art 8:1 Awb bepaalt: een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de
bestuursrechter.
Art. 8:1 Awb heeft een instrumentele functie: Voor de belanghebbende is er een afbakening in deze
bepaling en het zorgt ervoor dat de waarborgfunctie kleiner wordt doordat niet iedereen tegen een
besluit kan aanvechten. Dit is om ervoor te zorgen dat rechtsbescherming effectief en efficiënt blijft.
Ook heeft art. 8:1 Awb een waarborgfunctie, omdat de rechtspositie van de burger t.o.v. de overheid
wordt gewaarborgd. De burger die een belanghebbende is, kan namelijk tegen een besluit van de
overheid een beroep instellen. Dit betekent dat je als belanghebbende wordt beschermd tegenover
de overheid. Dit is een uiting van de formele waarborgfunctie: je hebt een middel of een
bestuursorgaan tot een goede besluit is gekomen.
Ter informatie:
Instrumentele functie: Het recht wordt gezien als middel om bepaalde doeleinden mee te bereiken
(een wet maken om een bepaald doel te bereiken). De rol die dit recht speelt ten behoeve van de
vaststelling en uitvoering van het overheidsbeleid. Bestuursrecht als middel om overheidsbeleid te
verwezenlijken (recht van het bestuur).
Waarborgfunctie: bestuursrecht beschermt ofwel waarborgt de rechtspositie van de burger ten
opzichte van de overheid, onder andere rechtsbescherming maar is breder (recht tegen het bestuur).
Het houdt in dat het waarborgen moet bieden voor burgers en bedrijven tegen het handelen van de
overheid door middel van geschreven wetten, besluiten, regelingen en beleidsregels.
b. Beargumenteer waarom afdeling 4.1.2 van de Awb uiting geeft aan zowel de legitimerende
functie van het bestuursrecht als de waarborgfunctie.
Afdeling 4.1.2. van de Awb gaat over de voorbereiding van de beschikkingen. Dit is een uitwerking
van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Deze afdeling heeft een legitimerende functie vanwege het feit dat er juridische grondslagen zijn
voor bestuursorganen omtrent de voorbereiding van beschikkingen. In 4:11 Awb zie je bijv. dat het
hoorplicht van de burger wordt ingeperkt. Het geeft een procedure weer voor een bestuursorgaan,
maar in sommige gevallen mag er ook worden afgeweken. De legitimerende functie is vooral
belangrijk op het moment als een overheid de burger ergens in beperkt.
Daarnaast heeft deze afdeling ook een waarborgfunctie namelijk dat bij iedere bepaling worden de
rechten van de belanghebbende (de burger) gewaarborgd indien de overheid zich niet aan de
wettelijke bepalingen houdt. De rechten van de burger worden beschermd tegenover de overheid.
Het gaat hier om het recht van hoor en wederhoor, zorgvuldigheidsbeginselen, beginsel van
belangenafweging. Een materiele kant van de waarborgfunctie zie je hier terugkomen zorgen dat de
belangen op tafel komen en het goed wordt meegewogen