Lerarenopleiding maatschappijleer
De samenvatting is een mix van
onderdelen uit het boek en de hoofdzaken
uit de presentaties van tijdens de colleges.
College 1: modellen van politiek
Er zijn verschillende benaderingen over wat politiek is.
- De theoretische benadering ‘politiek en overheid’:
Politiek is een situatie waarbij de overheid betrokken is of zou moeten zijn.
- Politiek en het verdelingsvraagstuk (en collectieve-actieproblemen):
Volgens diverse auteurs is het verdelingsvraagstuk de kern van de politiek. In de politiek worden
besluiten genomen over de vraag hoe de beschikbare middelen verdeeld moeten worden. Het
verdelingsvraagstuk beperkt zich overigens niet tot financiën. In de politiek worden bijvoorbeeld
rechten en plichten verdeeld.
Politiek gaat dus onder meer over verdelingsvraagstukken, bijvoorbeeld de verdeling van geld, macht
en waarden. Volgens sommige politicologen gaat het in de politiek echter niet zozeer om
verdelingsvraagstukken, maar vooral om het oplossen van collectieve actieproblemen.
Een eenvoudig, klassiek voorbeeld van een collectieve-actieprobleem is een vrij toegankelijke weide
waar boeren hun schapen kunnen laten grazen.
Een grote weide wordt in gebruik gegeven aan boeren om er hun schapen te houden. In het begin
is iedereen tevreden. Dus besluiten de boeren er schapen bij te kopen, dan kunnen ze hun
opbrengst vergroten. En voor elke boer geldt: als ik geen schapen koop, dan doet mijn buurman
het wel. Maar het eindresultaat van al die individuele beslissingen is dat de weide overbegraasd
raakt: weg gras, weg opbrengst.
In een collectieve-actieprobleem conflicteert het eigenbelang van elke individu in een bepaalde mate
met het eigenbelang van ieder ander individu. In dit belangenconflict zal elk individu zijn eigenbelang
nastreven. Het collectieve resultaat van deze individuele keuzen is echter een situatie die ieders
eigenbelang tekortdoet.
Collectieve-actieproblemen kunnen zich voorden bij vrij toegankelijke goederen, zoals in het
voorbeeld van de weide. Daarnaast treden collectieve-actieproblemen op bij publieke goederen. Een
voorbeeld van publieke goederen zijn de dijken. Publieke goederen worden gekenmerkt door:
- ondeelbaarheid (het goed vermindert niet na consumptie)
- niet-uitsluitbaarheid (niemand kan van consumptie worden uitgesloten)
Door het ondeelbare en niet-uitsluitbare karakter van publieke goederen hebben individuen geen
prikkel om bij te dragen aan de totstandkoming of instandhouding van deze goederen. Mensen zijn
het liefst profiteurs, ofwel free-riders.
1
,Theorie en model
Een theorie is een geheel van samenhangende begrippen. In een model worden relaties tussen
begrippen uit een theorie als geheel gevisualiseerd.
Dus: werkelijkheid → theorie van de werkelijkheid → vereenvoudigde weergave van theorie (model)
Politicologische basismodellen:
Het Politiekesysteemmodel van Easton is een model van het gehele politieke proces.
De centrale begrippen van het politiekesysteemmodel van Easton zijn:
- Invoer
Politieke actoren zijn deelnemers aan het politieke proces. In het politiekesysteemmodel
worden zij aangeduid als de omgeving. De omgeving heeft bepaalde wensen, verlangens en
behoeften gericht op het oplossen van een bepaald politieke probleem.
Zogenoemde poortwachters houden sommige wensen tegen en laten andere wensen toe in
het besluitvormingsproces. Naast bijvoorbeeld politici, ambtenaren en belangengroepen,
vormen de media invloedrijke poortwachters.
- Conversie
Conversie betekent ‘omzetting’. Binnen de overheid worden de wensen en problemen in
besluiten omgezet. De overheid verwerkt daarmee de wensen van de omgeving.
Politieke besluitvorming vindt plaats in de gemeenteraad (lokaal niveau), de provinciale
staten (provinciaal niveau), het parlement (nationaal niveau) en bijvoorbeeld de Europese
Raad van ministers (internationaal niveau).
- Uitvoer
Na de beslissingsfase worden de besluiten uitgevoerd.
Het uitvoeren van besluiten geschiedt door het college van burgemeesters en wethouders
(lokaal niveau), gedeputeerde staten (provinciaal niveau), de regering (nationaal niveau) en
bijvoorbeeld de Europese Commissie (internationaal niveau).
- Terugkoppeling
Ten slotte vormen burgers een oordeel over de uitgevoerde besluiten en presenteren zij
nieuwe wensen aan de overheid. Burgers beoordelen het overheidsbeleid door te stemmen
en door deelname aan bijvoorbeeld belangengroepen, inspraakprocedures en
demonstraties.
2
,Het systeemmodel wordt vaak gecombineerd met het beleidsprocesmodel (beleidscyclus).
De centrale begrippen van het beleidsprocesmodel zijn:
- Agendavorming
Agendavorming is het proces waarbij problemen de aandacht van het publiek of de
beleidsbepalers krijgen. Problemen die de aandacht van het publiek hebben, worden tot de
publieke agenda gerekend. Problemen die de aandacht van de beleidsbepalers hebben,
behoren tot de officiële agenda. De politieke agenda wordt gevormd door beide.
- Beleidsvoorbereiding
Als een wens of probleem tot de politieke agenda is doorgedrongen, wordt de
beleidsvoorbereiding gestart. Beleidsvoorbereiding is het verzamelen en analyseren van
informatie. Vervolgens worden er adviezen geformuleerd over het te voeren beleid.
- Beleidsbepaling
Beleidsbepaling is het nemen van besluiten. Hierin worden onder meer doelen, middelen en
tijdsplanning gekozen en uitgewerkt. Verscheidene auteurs maken onderscheid tussen drie
vormen van besluitvorming:
1. Synoptische besluitvorming: bij synoptische besluitvorming kiezen rationele
beleidsbepalers het beste middel voor een vastgelegd doel in een situatie van volledige
informatie.
2. Incrementele besluitvorming: bij incrementele besluitvorming proberen overbelaste
bestuurders een probleem kwijt te raken door, in een situatie van onvolledige
informatie, een beschikbaar middel te kiezen dat niet te veel van het huidige beleid
afwijkt. Volgens het incrementalisme wordt beleid telkens licht bijgesteld. Lindblom
spreekt van ‘muddling through’: doormodderen.
3. Mixed scanning: een mix van synoptische en incrementele besluitvorming. Bestuurders
zouden wel degelijk sterk van het huidige beleid afwijkende alternatieven in overweging
nemen. Dit is in overeenstemming met de synoptische besluitvorming.
Maar beslissers hebben weinig tijd en geld voor informatieverzameling. Daarom moeten
beslissers een beperkte aantal alternatieven beoordelen. Dit komt overeen met
incrementalisme.
- Beleidsuitvoering
In de fase van besluituitvoering, ook wel implementatie genoemd, moeten woorden in daden
worden omgezet. Besluiten moeten worden uitgevoerd.
- Beleidsevaluatie
Beleidsevaluatie is het beoordelen van beleid.
3
,Volgens het barrièremodel van Bachrach en Baratz kan het beleidsproces stagneren door conflicten.
De onderdelen van het beleidsproces worden niet opgevat als fasen, maar als hindernissen.
Volgens het barrièremodel moeten vier hindernissen worden genomen:
- Barrière 1: Herkenning van het probleem.
Het probleem moet als politiek probleem worden (h)erkend. Is het probleem een politiek
probleem?
- Barrière 2: Afweging
Er moet een hoge prioriteit worden toegekend aan het probleem.
Bij de beleidsvoorbereiding participeren adviesorganen of commerciële adviesbureaus die de
regering adviseren over het beleid. Ook kan een studiecommissie in het leven worden
geroepen. Dergelijke adviesorganen en studiecommissies vervullen soms een ‘ijskastfunctie’.
Advies of studie vindt dan plaats om beslissingen uit te stellen of te dwarsbomen.
- Barrière 3: Besluitvorming
Er moet een besluit ten aanzien van het probleem worden genomen.
- Barrière 4: Uitvoering
Het besluit moet daadwerkelijk worden uitgevoerd. Ambtenaren voeren niet per definitie het
beleid uit dat bestuurders hebben vastgelegd. Zij hebben een bepaalde beleidsvrijheid en
macht.
De beleidsuitvoering kan vertraagd of zelfs tegengewerkt worden als een bepaalde groep
ambtenaren, een ministerie of een uitvoerende particuliere organisatie andere doelen of
belangen nastreeft. De politieke strijd die plaatsvond tijdens de besluitvormingsfase, zet zich
vaak voort tot in de uitvoeringsfase.
4
, College 2: Regering en parlement
Volgens Montesqieu moeten de wetgevende, uitvoerde en rechtsprekende macht worden
gescheiden om de burger te kunnen beschermen tegen een almachtig despoot.
De regering en het parlement in Nederland:
De regering bestaat uit de Koning en de ministers. De Koning is onschendbaar; de ministers zijn
verantwoordelijk. De ministerraad bestaat uit alle ministers. Het kabinet bestaat uit de ministers en
de staatssecretarissen.
5