Hoorcollege 1 10-2-2017
Doelen:
• De student verklaart waarom mensen sociale contacten en relaties aangaan met anderen.
• De student brengt de voordelen van het geven en ontvangen van sociale steun in kaart.
• De student stelt de voorwaarden vast voor een effectieve samenwerking in een groep.
• De student beschrijft het belang van een sociaal netwerk.
Sociale contacten
Sociale contacten en relaties dragen bij aan het overleven van de mens om, in ieder geval de
volgende drie belangrijke redenen:
1. Ze zorgen voor sociale steun
2. Ze maken samenwerking mogelijk
3. Ze maken voortplanting mogelijk
Sociale netwerken
Uit verveling/passief profielen bekijken: negatieve gevoelens (frustratie/afgunst)
Doelgericht profielen bekijken (om relaties te onderhouden): meer voordelen
Mensen laten op facebook vooral hun beste kant zien, waardoor gebruikers denken dat
anderen het beter voor elkaar hebben. (Want wanneer kijk je op FB, als je zelf niets
spannends te doen hebt…)
In de evolutionaire psychologie worden de psychologische aspecten van de menselijke geest en
menselijk gedrag vanuit het oogpunt van de evolutietheorie verklaard. Daarbij worden psychische
functies zoals geheugen, aandacht, waarneming en taal, maar ook menselijke eigenschappen en
gedragingen zoals empathie, altruïsme, partnerkeuze, leiderschap, en intergroepsconflict beschouwd
vanuit het perspectief van natuurlijke selectie. Ons gedrag wordt verklaard door de evolutie theorie.
Sociale steun als overlevingsmechanisme:
Sociale contacten en relaties zorgen voor:
• Minder eenzaamheid
• Minder depressie
• Minder grote kans om eerder te overlijden
• Minder grote kans om opgenomen te worden in psychiatrische inrichting
• Minder grote kans op oplopen van hart- en vaatziekten
• Buffer tegen stress
Vormen sociale steun:
1. Emotionele steun: elkaar op emotioneel gebied helpen -> Bijv. luisteren naar iemands
verhaal.
2. Informationele steun: elkaar adviezen of informatie geven -> Bijv. iemand helpen om
subsidie aan te vragen.
3. Instrumentele steun: praktische dingen voor elkaar doen -> bijv. iemands kamer behangen
4. Waarderende steun: bevestiging halen uit het contact met anderen -> bijv. schouderklopje
Groepsselectie:
Sociale normen zorgen voor sociale interactie wat lijdt tot een groepsselectie:
1. Iedereen zorgt voor zichzelf
2. Daar waar we kunnen, helpen elkaar
Verklaringen voor sociale steun
, Verklaringen voor hulpvaardig, prosociaal gedrag (= Mensen helpen):
1. Inclusive fitness theorie: Genetische band -> Bijv. een eekhoorn wat een baby eekhoorn red uit
een verlaten nestje, helpt niet alleen de baby eekhoorn, maar ook zijn soort om niet
uit te sterven.
2. Competitive altruism theorie: Verbeteren eigen reputatie -> bijv. een BN’er die vrijwilligers
werk gaat doen.
3. Empathie-altruïsme-theorie: helpen door de empathie voor de ander -> bijv. een persoon helpen
omdat je hem aardig vind, ook al levert het jou niks op.
4. Negative-state-relief-model: Gemotiveerd om onlustgevoelens verminderen -> bijv. je ziet
iemand die hulp nodig heeft en je hebt daar een vervelend gevoel over. Je helpt
diegene om je eigen vervelende gevoelens weg te laten gaan. -> bijv. zien dat het
buurjongetje heel hard valt op zijn oprit. Mensen zien dat en jij bent het dichtste bij.
Dan ga je helpen. Wanneer mensen het niet hadden gezien, dan had je het minder
snel gedaan.
5. Mood enhancement theorie: Gemotiveerd om zich goed te voelen -> jezelf beter gaan voelen.
Verschil met nummer 4 is dat je niet een vervelend gevoel kwijt wil maar gewoon
iemand wil helpen om jezelf goed te voelen.
6. Ervaren van plichtsbesef -> vanuit een plichtgevoel een ander helpen. -> bijv. je moeder helpen
met afruimen omdat jij ook aan die tafel gegeten hebt.
7. Sociale-uitwisselingstheorie: Streven naar wederkerigheid -> bijv. werk jij voor mij, werk ik later
voor jou
Welke theorie(en) hangt af van omstandigheden en betrokken personen.
Hulpverleners syndroom: helpen van anderen om een goed zelfbeeld te houden
Cliënt ontvangt sociale steun, maar…
• Cliënt moet leren zelf weer regie te nemen,
• Cliënt wordt afhankelijk(er),
• Hulpverlener neemt problemen van cliënt mee naar huis.
Link met onderwijsdoel: De student zet psychologisch inzicht in sociale relaties in, tijdens
zijn/haar pedagogisch handelen
Optimale samenwerking door:
Positieve sociale interdependentie: Mensen kunnen alleen hun doel bereiken als anderen hun doel
ook bereiken.
• Groepsdoelen
• Cohesie
• Vertrouwen
• Gevoel van rechtvaardigheid
Sociale dilemma’s
Een conflict waarin de gunstigste actie voor en individu schadelijk is voor iedereen als die actie door
de meeste mensen wordt gekozen.