Hoorcollege 1 10-2-2017
Doelen:
• De student geeft vorm aan de morele opvoeding in relatie tot morele intuïtie,
deugden en waarden.
• De student plaatst de morele opvoeding in het kader van de cultuurpedagogische
kwestie.
• De student analyseert welke vormen van waardenopvoeding zichtbaar zijn in een
pedagogische situatie (casus).
De toestand in de wereld op dit moment: het goede leven voor kinderen en jongeren (nu en
in de toekomst).
Er zijn zorgen en lichtpunten, denk aan arm en rijk. Willen we als HBO-pedagoog
problemen voorkomen/oplossen en lichtpunten bevorderen?
Met betrekking tot zaken als:
Waardenopvoeding / morele opvoeding
Bevorderen van ‘het goede leven’
o Samenleving
o Individu (kind en later volwassenen)
Waardenopvoeding: meer dan morele opvoeding + esthetische waarde
Belangrijk is de vraag: hoe zie jij je taak als pedagoog?
Micha de winter (2011) is van mening dat opvoeding niet waardenvrij kan zijn. Opvoeden
houdt zich bezig met persoonsvorming, identiteitsontwikkeling en zingeving.
Een vraagstuk over waarden verwijst naar doelen (=normatief) en daarmee de
cultuur pedagogische kwestie (als pedagogisch probleem).
Hoe kun jij je pedagogisch handelen conceptueel verantwoorden?:
1. Empirische theorie
Hoe werkt het? Wat kunnen we effectief doen?
Sociale psychologie:
o Hoe haat de beïnvloeding in een groep?
o Welke behoeften/belangen zijn er?
Sociologie
o Hoe worden mensen gesocialiseerd?
o Wat is de invloed van cultuur? En hoe?
o Welke invloed hebben vooroordelen?
2. Pedagogische visie
Wat is goed om nat te streven en te doen?
Waardenopvoeding:
o De pedagogische visie van een pedagoog heeft invloed op de sociale praktijk
binnen een groep.