Psychologie - Wetenschap van gedrag (extern) en mentale / geestelijke processen (intern). Psyche = ‘geest’ en -
Ologie = ‘gebied van studie’. Gebaseerd op objectieve, verifieerbare gebeurtenissen.
- Experimenteel psychologen (onderzoekspsychologen): Psycholoog die onderzoek doet naar elementaire
psychologische processen – in tegenstelling tot toegepast psycholoog.
- Docenten psychologie: Psycholoog met als primaire taak het geven van onderwijs.
- Toegepast psychologen: Psycholoog die de door experimenteel psychologen vergaarde kennis gebruikt om
problemen van mensen op te lossen.
o Arbeids- en organisatiepsychologen;
o Sportpsychologen;
o Schoolpsychologen;
o Klinisch psychologen en counselors;
o Forensisch psychologen.
Psychiatrie - Psychiatrie is een medisch specialisme dat zich richt op de diagnose en behandeling van mentale
stoornissen.
Pseudopsychologie - Niet-onderbouwde psychologische aannamen die als wetenschappelijke waarheden worden
gepresenteerd.
Zes vaardigheden voor kritisch denken
1. Wat is de bron?
2. Is de bewering redelijk of extreem?
3. Wat is het bewijsmateriaal?
4. Kan de conclusie beïnvloed zijn door bias?
5. Worden veelvoorkomende denkfouten vermeden?
6. Zijn voor het oplossen van het probleem verschillende invalshoeken nodig?
Anekdotisch bewijsmateriaal - Getuigenissen die de ervaringen van iemand of enkele personen schetsen, maar ten
onrechte voor wetenschappelijk bewijs worden aangezien.
Bias - Een vooroordeel, vervorming of vertekening van een situatie, meestal op basis van persoonlijke ervaringen en
waarden.
- Emotionele bias: de neiging om oordelen te vellen gebaseerd op attitudes en gevoelens, in plaats van op een
rationele analyse van het bewijsmateriaal.
- Confirmation bias (bevestigingsbias): de neiging om informatie die niet bij je opvattingen aansluit te negeren
of te bekritiseren en om in plaats daarvan informatie te zoeken waar je het wel mee eens bent.
Zes perspectieven op psychologie
1. Biologische perspectief (Rationalisme: René Descartes);
Het psychologische perspectief dat de oorzaken van gedrag zoekt in het functioneren van de genen, de
hersenen en het zenuwstelsel en hormoonstelsel (endocriene stelsel).
o Neurowetenschap: het vakgebied dat zich richt op begrip van hoe de hersenen gedachten,
gevoelens, motieven, bewustzijn, herinneringen en andere mentale processen creëren.
o Evolutionaire psychologie: een relatief nieuw specialisme in de psychologie dat gedrag en mentale
processen beschouwt op basis van hun genetische aanpassingen aan overleving en voortplanting
(Darwin = natuurlijke selectie).
2. Cognitieve perspectief (Wilhelm Wundt en William James);
Een van de belangrijkste psychologische perspectieven, waarbij de nadruk ligt op mentale processen, zoals
leren, geheugen, perceptie en denken als vormen van informatieverwerking.
o Introspectie: Beschrijving van je eigen innerlijke, bewuste ervaringen.
o Structuralisme: Historische stroming binnen psychologie die de basisstructuren van de geest en de
gedachten trachtte te ontrafelen. Structuralisten zochten de ‘elementen’ van bewuste ervaring
(Wilhelm Wundt).
o Functionalisme: Historische stroming binnen de psychologie die meende dat psychische processen
het beste begrepen kunnen worden in het licht van hun adaptieve nut en functie. Eerste vorm van
“toegepaste” psychologie (William James)
3. Behavioristische perspectief (John Watson en B.F. Skinner).
Een psychologische invalshoek die de bron van onze handelingen zoekt in stimuli vanuit de omgeving (en de
reactie van organismen daarop), in plaats van in mentale processen.
o Behaviorisme: Een historische school die ernaar streefde om van de psychologie een objectieve
wetenschap te maken die zich alleen op gedrag richtte (en niet op mentale processen).
4. Whole-person perspectief;
Een aantal psychologische perspectieven die draaien om een globaal inzicht in de persoonlijkheid, waaronder
de psychodynamische psychologie, humanistische psychologie en psychologie van karaktertrekken en
temperament.