MOND
Kaak
De kaak is een deel van de schedel, die bewerkt het voedsel voor het in het spijsverteringsstelsel
komt.
De kaak bestaat uit de Maxilla (=bovenkaak) en
de Mandibula (=onderkaak)
Lippen
De Latijnse naam voor lippen is Labia Oris
Tong
De Latijnse naam voor tong is lingua
De tong speelt een rol bij het kauwen, slikken,
reinigen van het gebit en het zorgt ervoor dat je
smaak kunt waarnemen.
De tong bestaat vooral uit spieren:
Intrinsieke spieren veranderen de vorm
van de tong
Extrinsieke spieren veranderen de positie van de tong
Het gehemelte (palatum)
Het gehemelte is de gebogen scheidingswand tussen de mondholte en de neusholte.
Het gehemelte bestaat uit het harde gehemelte (=palatum durum), vormt de scheiding tussen de
neus- en de mondholte.
Ook het zachte gehemelte (=palatum molle, velum) is een onderdeel van het gehemelte, speelt een
belangrijke rol bij de spraakproductie.
De huig
De Latijnse naam voor huig is uvula
De huig is de uitloper van het zachte gehemelte.
Het sluit de neusholte af tijdens het slikken, zodat het
voedsel direct in de keelholte komt en niet in de neusholte.
Alveolairrand
De alveolairrand is het randje achter de voortanden.
Dit is de plek waar de tongpunt moet liggen in rust, maar ook
bij het slikken.
Alveolairrand
Tandboog