Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting BLOK 1.6 Normaal of Abnormaal (Klinische psychologie): Probleem 1 t/m 7

Rating
3.7
(3)
Sold
7
Pages
92
Uploaded on
11-04-2017
Written in
2016/2017

Samenvatting van probleem 1 t/m 7, incl. alle artikelen!

Institution
Course

Content preview

Samenvatting blok 1.6

Probleem 1
Wat is het verschil tussen een angst en fobie?

Anxiety Fear
Een algemeen gevoel van ongerustheid over Een alarm reactie die voorkomt uit direct
mogelijk gevaar in de toekomst. Vb. een tijger gevaar. Vb. een tijger in het echt.
achter dik glas in de dierentuin.

Geen duidelijke bron van angst. Vaak kan er Een duidelijke bron van angst, die door de
niet duidelijk wordt gezegd wat het gevaar is. meeste mensen als echt wordt ervaren.


Fear:
Een basis emotie, het activeert fight-or-flight response van het autonome zenuwstelsel. Hierdoor kunnen we snel
reageren wanneer we in contact staan met direct gevaar.

Wanneer de fear respone zonder reden voorkomt, noemen we dit een panic attack. De symptomen van een panic
attack lijken heel erg op die van fear, maar is er ook sprake van controle verliezen, bang om dood te gaan.
Fear en paniek hebben drie componenten:
- Cognitief/subjectief component: ik voel me bang, ik ga dood
- Fysiek component: versnelde hartslag en zwaar ademen
- Gedragscomponent: neiging om te vluchten.

Anxiety:
Anxiety response pattern is een complexe mix van onprettige emoties en cognities, deze zijn allebei meer op de
toekomst gericht, en breder dan fear. Anxiety heeft ook de drie componenten: cognitief, fysiek en gedrag.
- Cognitief: negatieve gedachten, zorgen over mogelijke toekomstige gevaren.
- Fysiek: gespannenheid, chronisch overaroused. Er is geen activatie van de fight-or-flight modes, maar het
bereid de persoon wel voor op gevaar.
- Gedrag: sterke neiging om situaties met mogelijk gevaar te ontwijken. Geen vlucht gedrag zoals bij fear.
De adaptieve functie van anxiety is dat een milde vorm van anxiety je prestatie kan verbeteren. Anxiety is
maladaptive (ziekelijk) wanneer het chronisch wordt, zoals bij mensen met een diagnose voor een anxiety disorder.

Zowel fear als angst: zijn erg conditioneerbaar. Wanneer een neutrale stimulus herhaaldelijk samengaan met een
onprettige stimulus, kan er een fear of anxiety response ontstaan voor de neutrale stimulus. Deze stimulus is dan een
geconditioneerde stimulus geworden.

Anxiety disorders hebben onrealistische, irratoinele fears of anxiety van hoge intensiteit. Het DSM-5 erkent vijf
verschillende anxiety disorders:
1. Specifieke fobieën
2. Social anxiety disorder (social phobia)
3. Panic disorder
4. Agorafobie (pleinvrees)
5. Gegeneraliseerde angst disorder

Fobie: De meest voorkomende anxiety disorder. Een aanhoudende en buiten proportionele angst voor een
specifiek object of situatie dat niet zorgt voor gevaar. Vaak beseffen de mensen zelf dat de angst
irrationeel is. Specifieke fobieën, sociale fobie en agorafobie vallen over fobieën.

Comorbiditeit: Het hebben van meerdere stoornissen




SPECIFIC PHOBIAS

, Een extreme, onredelijke, blijvende/hardnekkige angst die getriggerd wordt door een specifiek object of
situatie (hoogte, vliegen, dieren, injecties enz).
De fobie veroorzaakt extreme angst en paniek en het individu ontwikkelt avoidance strategieën. Vaak zijn de mensen
er wel bewust van dat de angst overdreven of onredelijk is (als je bvb vergelijken met reactie van anderen), maar
hebben een set van phobic beliefs  geloven over een stimuli van een fobie die de angst en vermijding van de
stimulus/situatie in stand houdt. Vaak bevatten deze geloven waarom iets eng is en hoe ze moeten reageren erop.

Prevalentie:
- 12% tot 20% van volwassenen heeft een specific phobia op een bepaald punt van hun leven
o 75% met een specifieke fobie heeft ten minste een andere specifieke angst.
- Vrouwen hebben 2x meer kans dan mannen dat ze diagnosed worden met een specific phobia
- Er zijn culturele verschillen tussen de phobia’s, in westerse culturen is bijvoorbeeld een angst voor spinnen
een veelvoorkomende phobic, terwijl dit veel lager is bij Indian culturen.
- Ontstaat in kindertijd/adolescentie (van 7 -11 jaar), sommige wel eerder (zoals fobieën voor dieren) in de
kindertijd.

De subtypes van specifieke fobia’s in DSM-5
1. Dieren (vb. slangen, spinnen, honden, insecten, vogels)
2. Natuurlijke omgeving (vb. stormen, hoogtes, water)
3. Bloed-injectie-verwonding (vb. het zien van bloed, of een handicap, krijgen van injecties)
4. Situationeel (vb. OV, tunnels, bruggens, liften, vliegen, auto rijden, kleine ruimtes)
5. Overig (vb. overgeven of stikken).

Bloed-injectie-verwonding fobie:
- Zij ervaren niet alleen angst, maar ook (of zelfs meer) walging. Daarnaast laten ze een unieke
fysieke reactie zien: in plaats van versnelde hartslag en bloeddruk, is er juist sprake van een grote daling in
hartslag en bloeddruk. Gaat vaak samen met misselijkheid, duizeligheid en flauwvallen.
- De unieke lichamelijke reactie is er alleen bij blootstelling aan bloed of een verwonding. Waarschijnlijk een
evolutionaire verklaring: door flauwvallen minder bloedverlies en stoppen van de aanval.
- Dit type fobie is erg erfelijk.
- Bij 3 tot 4% van de populatie.

Psychoanalytisch standpunt (Freud):
Een fobie staat voor een afweer tegen angst, deze angst komt voor uit onderdrukte seksuele impulses van het id. Het
id impulse is te gevaarlijk om te kennen, daarom werd angst geassocieerd met iets externs dat een symbolische
relatie heeft met het id. De functie van een fobie is volgens Freud om de seksuele impuls te onderdrukken.
Veel kritiek: te speculatief, geen objectief bewijs

Learning standpunt:
Klassieke conditionering (Watson):
Gebruik maken van klassieke conditionering om fobieën uit te leggen, vb  little albert & rat.
Conditioned stimulus – unconditioned stimulus – unconditioned repons – conditioned respons
De fear response kan gemakkelijk geconditioneerd worden door een neutrale stimulus herhaaldelijk te koppelen aan
een traumatisch of pijnlijke gebeurtenissen. Hierdoor wordt de neutrale stimulus geassocieerd met pijn. Je
ontwikkelt hierdoor een fobie voor de neutrale stimulus. Er is ook een kans dat de angsten worden gegeneraliseerd
met gelijke objecten/situaties.

Kritiek:
- Voor conditionering zijn traumatische ervaringen nodig, maar veel mensen met fobie kunnen geen
traumatische ervaring noemen als oorzaak.
- Niet iedereen die pijn of een trauma ervaart, ontwikkelt een fobie. Dus suggereert dat alleen conditionering
onvoldoende is voor het ontwikkelen van een fobie.
- Bij simpele conditionering modellen hebben alle stimuli een even groot kans op associatie, dat is niet zo.
Mensen hebben sneller een fobie voor dieren, hoogtes, water, donder, in plaats van voor messen, geweren,
elektriciteit.
- Conditionering geeft geen verklaring voor incubation  wanneer de angst toeneemt na contact met de
stimulus, ook als geen traumatische ervaring volgt.

, Volgens conditionering leidt dit juist tot extinction/uitsterven (dus meer in aanraking  minder angst), in
plaats van verhoging van de angst respons.
- Klassieke conditionering kan dus niet als verklaring voor alle fobieën worden gezien, maar wel de
ontwikkeling van een aantal fobieën, zoals angst voor de tandarts.

Vicarious conditioning  direct conditioneren:
Het kijken naar iemand met een fobie met het fobie object, kan zorgen voor distress bij de observator. De angst
wordt overgegeven aan de observator.
Vb. onderzoek met apen die kijken naar wilde apen die bang zijn voor slangen. Dit werkte ook via een
videotape met wilde apen die bang zijn voor apen. Bewijs dat de media effect kan hebben op ontwikkeling
van fobieën.
Ook wanneer een niet fobisch iemand een nare ervaring ondergaat, kan dit geconditioneerd worden.
Vb. een jongen ziet zijn opa overgeven terwijl hij sterft. Ontwikkelt een fobie voor overgeven.

Individuele verschillen: verschillen in levenservaringen hebben veel invloed op het ontwikkelen van een
geconditioneerde fobie. Wanneer de individu al bekend is met de stimulus, is de kans op het ontwikkelen van fobie
veel kleiner. Sommige ervaringen zijn risico factoren en andere beschermende factoren voor het ontwikkelen van
fobieën.
Vb. Als ouders niet angstig zijn voor phobic objecten of situaties en het kind ziet dit vaak, kan het als
een beschermende factor zijn tegen een andere ouder die angstig reageert.
Ook kunnen ervaringen voor, tijdens en na de conditionering de mate van de fobie beïnvloeden.

Biologische oorzaken  2 dominante evolutionaire theorieën over fobieën:
1. Biological preparedness (Seligman)  prepared learning
Theorie dat mensen een ingebouwde aanleg hebben voor fobieën voor dingen die ook onze voorouders bedreigden,
zoals slangen, water en hoogtes, niet voor nieuwe dingen als geweren, elektriciteit. De evolutie heeft bepaald voor
welke stimuli we gevoeliger zijn. Deze prepared fears zijn niet aangeboren, maar wel makkelijker te krijgen (je hebt
een predisposition voor de fobie)

Twee bewijzen hiervoor:
- Wanneer deelnemers door middel van klassieke conditionering een stimulus van slangen of spinnen te zien
krijgen, ontwikkelen ze veel sneller een angst, met minder extinction dan van een stimulus als een bloem of
huis.
- Laboratorium apen die nog nooit een slang hadden gezien, werden bang voor de slang door reacties van
wilde apen. Maar dit gold niet bij stimuli als een konijn of een bloem.
Deze dingen suggereren dat er niet aangeleerde aanleg is voor snel angst respons hebben voor sommige stimuli,
maar niet voor andere.

2. Non-associative fear acquisition model
Model dat stelt dat een aantal aangeboren, evolutionair-relevante angsten zijn. Deze ontwikkelen zich vanzelf,
hiervoor is geen traumatische ervaring nodig. Normaal gesproken: na herhaaldelijke blootstelling aan de stimulus,
vind er extinction plaats, en de angst verdwijnt. Wanneer dit niet gebeurd, het wen proces verkeerd gaat, ontwikkel
je dus een fobie.



Genetische en temperament variabelen beïnvloeden de snelheid en kracht van het conditioneren van een angst.
Voorbeeld: mensen die drager zijn van een serotonine-transporter gen, ontwikkelen sneller een fobie.

Tweelingstudie: eeneiige tweelingen hebben een grotere kans op het ontwikkelen van dezelfde dieren en
situationele fobieën, dan twee-eiige tweelingen.
Maar ook: uit twin-studies bleek dat de omgeving ook een rol speelt in het ontwikkelen van fobieën. Dit is dan weer
een bewijs dat fobieën ook aangeleerde gedragingen kunnen zijn.

Lagere sociaal economische status (SES): lage verbale vaardigheid  grotere kans op een sociaal fobie.
Hier ook behaviour inhibition (zie verder).

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 11, 2017
Number of pages
92
Written in
2016/2017
Type
SUMMARY

Subjects

$5.35
Get access to the full document:
Purchased by 7 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing all 3 reviews
6 year ago

7 year ago

6 year ago

3.7

3 reviews

5
0
4
2
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
psychologiestudent1 Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
605
Member since
9 year
Number of followers
242
Documents
24
Last sold
3 year ago

4.1

207 reviews

5
59
4
113
3
29
2
3
1
3

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions