Tekst 1 Crum
Gordijn ging uit van een mens-wereld concept(de mens is onlosmakelijk
verbonden met de wereld). Gordijn ging een ‘dialoog’ aan tijdens het bewegen.
Hij zag dit als zinvol betrokken zijn bij de wereld om ons heen, zo bouwde hij
een ‘relatie’ op met bijvoorbeeld een bal(omgeving).Zo’n relatie is een ‘om te’
relatie. Een bal is ‘om te’ trappen etc.. Op het moment dat je een ‘relatie’
aangaat met een voorwerp (het trappen tegen een bal), actualiseer je een
bewegingsmogelijkheid. Dit systeem staat centraal bij de ecologische
psychologie. Het bewegingsgedrag wordt verklaard door ‘action systems’.
Action systems zijn bewegingshandelingen(zoals knipogen). Hierbij krijg je input
van de omgeving, wat ‘landscaping’ wordt genoemd. Dit doe je door
veranderingen in het bewegingslandschap(omgeving) aan te
brengen(uitvoering). Het voordeel bij landschappelijke aanwijzingen is dat je op
het motorisch leren het midden tussen impliciet en expliciet leren behoudt.
Ook kun je de stressbestendigheid en de prestatie hierdoor verbeteren.
Scaffolding is het procesgerichte hulp geven van de onderwijzer bij het
uitvoeren van de taak door de leerling. Dit kan ook wel door te bedenken wat
je wilt gaan aanpassen(voorbereiding).
Het relationeel bewegingsconcept is vandaag de dag nog steeds relevant door
drie indicaties die Crum heeft benoemd. De drie indicaties zijn:
Gordijns bewegingsconcept vormt samen met de notie ‘een veranderende
en veranderbare bewegingscultuur’ vormde de basis van de Nederlandse
opvatting over het bewegingsonderwijs.
De pedagogische perspectieven van het bewegingsconcept. Hij omschrijft
de activiteits- en bewegingsgebieden binnen het bewegingsonderwijs.
Gordijns’ voorwetenschappelijke notie over het menselijk bewegen’ blijkt
veel gelijkenissen te hebben met de actuele ecologische benadering van
waarnemen en bewegen binnen de psychologie.
De ecologische en de klassieke ‘motor skill’ theorie verschillen van elkaar. De
‘motor skill’ heeft een biomechanische en fysiologische benadering(d.m.v.
lichaamsbewegingen, bijv.: ogen knipperen), terwijl de ecologische psychologie
vanuit een ecologisch oogpunt kijkt.