Psychodiagnostiek en assessment – Henk Verhoeven
H1 Diagnostiek: inschatten van mensen
Diagnostiek gaat over het inschatten van mensen. Dagelijks maken wij allemaal inschattingen van
situaties en mensen om ons heen. Soms doen we dat bewust, soms onbewust. We hebben deze
inschattingen nodig omdat we op basis hiervan beslissingen nemen.
1.1 Besliskunde
In elk voorspellingsproces spelen twee variabelen de hoofdrol: een beoordelingsmoment nu en een
beoordelingsmoment ergens in de toekomst. In de psychodiagnostiek noemen we dit test en criterium.
De mate waarin deze twee beoordelingen met elkaar overeenstemmen, zegt iets over de kwaliteit van
je voorspellingen en je beoordelingsvermogen. Op basis van de twee beoordelingsmomenten worden
er in de besliskunde vier soorten beslissingen onderscheiden:
1. Valid positive = De voorspelling was positief en bleek later ook waar
2. False positive = de voorspelling was positief, maar bleek niet te kloppen
3. False negative = de voorspelling was negatief, maar bleek niet te kloppen
4. Valid negative = de voorspelling was negatief en bleek later ook waar
Predictieve validiteit: Dit begrip heeft betrekking op de vraag in hoeverre de test of meting
voorspellende waarde heeft.
1.2 Correlaties
De correlatiecoëfficiënt is een getal tussen 0 en 1.00 dat de sterkte van de relatie tussen twee
variabelen aangeeft. Bij 0 is er geen verband en bij 1.0 is er een perfect verband. In de
menswetenschappen zullen we nooit dergelijke perfecte relaties aantreffen.
Puntenwolk
Stel, deze correlatiecoëfficiënt is 0.7
Iemand die hoog scoort op een IQ test heeft waarschijnlijk een hogere toets score
Maar ook andere factoren spelen een rol
(heeft iemand goed geleerd, was iemand aanwezig bij de colleges, etc.)