H6 Koolhydraten of sacchariden
Koolhydraten: polyhydroxy – aldehyden (of – ketonen) - meest verspreidde biologische
bestanddelen in de natuur – belangrijk bestanddeel van het dieet (zit veel in voeding) 50-90%
- Veel polaire groepen aanwezig hierdoor goed oplosbaar in water
- Zoet van smaak hierdoor sacchariden (suikers) genoemd
- worden in veel grotere mate (vergelekn met voedingseiwitten) omgezet in andere verbindingen
- bij verbranding komt veel energie vrij nodig !
- Monosacchariden kleinste eenheid van KH
- Suikermolecule wordt ingedeeld a.d.h.v. chemische aard en aantal C-atomen
- KH worden ingedeeld a.d.h.v. aantal suikermoleculen
Dus van groot naar klein:
Koolhydraat suikermolecule chemische aard/aantal C-atomen
Cellulose polymeer van glucose meest voorkomende organische molecule op aarde
Functies KH:
1. Energie leveren
2. Uitgangsmateriaal voor de biosynthese van vetzuren en aminozuren
3. Onderdeel van glycoproteïnen, glycolipiden, nucleïnezuren
Monosacchariden (enkelvoudige suikers)
- bestaan uit enkele polyhydroxyaldehyde- of ketoneneenheid
- Glucose (C6H12O6) is het bekendst, alle andere suikers zijn hiervan afgeleid
- Energiebron van leven en bouwsteen van belangrijke polysacchariden
- kunnen niet tot eenvoudigere KH gehydrolyseerd worden
- Hexosen (6 C’s, komen het meest voor ), pentosen (5 C’s ), triosen (3 C’s) zijn de belangrijkste voor
de biologie (bijv.glucose/fructose)
Disacchariden (2 monosacchariden)
- Bijv. Maltose, saccharose, sucrose, lactose
- worden gekarakteriseerd door hun hydrolyse producten (de aard vd monosacchariden)
- Zijn KH die gehydrolyseerd kunnen worden in 1 of 2 identieke of 2 verschillende monosacchariden
- Anderzijds kunnen ze ontstaan bij een reactie tussen 2 suikermoleculen H2O treedt dan uit en er
wordt tussen beiden ringvormige moleculen een brug gevormd (glycosidische binding)
Polysacchariden (meerdere monosacchariden, ketens)
- 1 of 2 soorten monosacchariden worden meestal herhaald – sommige soorten bevatten maar 1
soort monosaccharide die herhaalt wordt
- Bijv. Amylose (zetmeel), glycogeen, cellulose, dextranen zijn ook polysacchariden
- worden gekarakteriseerd door hun hydrolyse producten (de aard vd monosacchariden)
- hoog molecuulgewicht
- bouwstenen of brandstoffen