Samenvatting Neuro Anatomie Fysiologie
HC7 – Hersenstam en de fysiologie van de blikbewegingen, Kirsten van Baarsen
Accommodatie
De lens boller laten worden, zodat je het goed kunt lezen.
De pupilspieren
- M. Dilatator Pupillae verwijden (mydriasis, dilateert)
pupil afnemende lichtintensiteit prikkeling
sympathisch ZS.
- M. Sphincter Pupillae verkleinen (miosis, contraheert) pupil toenemende
lichtintensiteit prikkeling parasympatisch ZS.
Convergentie, accommodatie en miosis gaan samen
Zitten alle drie in het mesencephalon in de hersenstam.
- Ze kunnen ook onafhankelijk optreden.
O Olfactorius NI 1 Reukzenuw
O Opticus NII 2 Oogzenuw
O Oculomotorius NIII 3 Oogbewegingen;
Innerveert de; M. medialis, M. obliquus superior/inferior,
T Trochlearis N.IV 4 Oogbewegingen;
Innerveert de m. obliquus superior (bovenste schuine oogspier).
T Trigeminus N.V 5 Dikste hersenzenuw (ook wel drielingszenuw)
Sensorische zenuw, maar heeft ook een motorische tak naar de twee
kauwspieren toe.
Heeft drie verschillende takken die naar het gelaat gaan;
1. V1 Nervus opthalmicus/orbita
2. V2 Nervus maxillaris
3. V3 Nervus mandibularis
A Abducens N.VI 6 Oogbewegingen;
Innerveert de rectus lateralis laat het oog naar buiten draaien.
F Facialis N.VII 7 Aangezichtszenuw gaat ook naar het gelaat, maar doet vooral de
motoriek. Maakt deel uit van het parasympatisch ZS.
- Onder andere verantwoordelijk voor gezichtsuitdrukkingen en
smaakwaarneming.
V Vestibulocochlearis N.VIII 8 Takt zich in tweeën naar de;
- Vestibulum evenwichtsorgaan
- Cochlea slakkenhuis, voor het gehoor
G Glossopharyngeus N.IX 9 Innerveert het gebied van de tong en de keel. Is o.a. belangrijk voor het
slikken.
- Glossus tong
- Pharynx keel
V Vagus N.X 10 Vage (zwervende) hersenzenuw gaat naar de ingewanden toe, o.a.
naar de longen, darmen. Onwillekeurige zenuw, heb je geen invloed op.
A Accessorius N.XI 11 Zorgt voor twee dingen;
1. Zorgt voor het optrekken van de schouders.
2. Zorgt voor het draaien van het hoofd.
H Hypoglossus N.XII 12 Zenuw die naar de onderkant van de tong gaat, die dus de tongmotoriek
aanstuurt.
- Hypo onder
- Glossus tong
HC7 – Hersenstam en de fysiologie van de blikbewegingen, Kirsten van Baarsen
Accommodatie
De lens boller laten worden, zodat je het goed kunt lezen.
De pupilspieren
- M. Dilatator Pupillae verwijden (mydriasis, dilateert)
pupil afnemende lichtintensiteit prikkeling
sympathisch ZS.
- M. Sphincter Pupillae verkleinen (miosis, contraheert) pupil toenemende
lichtintensiteit prikkeling parasympatisch ZS.
Convergentie, accommodatie en miosis gaan samen
Zitten alle drie in het mesencephalon in de hersenstam.
- Ze kunnen ook onafhankelijk optreden.
O Olfactorius NI 1 Reukzenuw
O Opticus NII 2 Oogzenuw
O Oculomotorius NIII 3 Oogbewegingen;
Innerveert de; M. medialis, M. obliquus superior/inferior,
T Trochlearis N.IV 4 Oogbewegingen;
Innerveert de m. obliquus superior (bovenste schuine oogspier).
T Trigeminus N.V 5 Dikste hersenzenuw (ook wel drielingszenuw)
Sensorische zenuw, maar heeft ook een motorische tak naar de twee
kauwspieren toe.
Heeft drie verschillende takken die naar het gelaat gaan;
1. V1 Nervus opthalmicus/orbita
2. V2 Nervus maxillaris
3. V3 Nervus mandibularis
A Abducens N.VI 6 Oogbewegingen;
Innerveert de rectus lateralis laat het oog naar buiten draaien.
F Facialis N.VII 7 Aangezichtszenuw gaat ook naar het gelaat, maar doet vooral de
motoriek. Maakt deel uit van het parasympatisch ZS.
- Onder andere verantwoordelijk voor gezichtsuitdrukkingen en
smaakwaarneming.
V Vestibulocochlearis N.VIII 8 Takt zich in tweeën naar de;
- Vestibulum evenwichtsorgaan
- Cochlea slakkenhuis, voor het gehoor
G Glossopharyngeus N.IX 9 Innerveert het gebied van de tong en de keel. Is o.a. belangrijk voor het
slikken.
- Glossus tong
- Pharynx keel
V Vagus N.X 10 Vage (zwervende) hersenzenuw gaat naar de ingewanden toe, o.a.
naar de longen, darmen. Onwillekeurige zenuw, heb je geen invloed op.
A Accessorius N.XI 11 Zorgt voor twee dingen;
1. Zorgt voor het optrekken van de schouders.
2. Zorgt voor het draaien van het hoofd.
H Hypoglossus N.XII 12 Zenuw die naar de onderkant van de tong gaat, die dus de tongmotoriek
aanstuurt.
- Hypo onder
- Glossus tong