Samenvatting Neuro Anatomie Fysiologie (NAF) – Opleiding Optometrie
Samenvatting Optometrisch onderzoek 2
HC6 – SOEP en Anamnese, Pascal van Rossum
Anamnese
1. Verhelderen van klacht en/of bezoekreden
2. Onmisbaar voor de (differentiaal) diagnose
3. Risicoanalyse
Hoge bloeddruk
Hart en vaatziekten
Glaucoom
Ziektes familiair
Wat vraag het van jouw communicatievaardigheden en/of professionaliteit om een goed
anamnese af te kunnen nemen?
1. Geef de patiënt aandacht
2. Spreek de taal van de patiënt
3. Wees empathisch
4. Vertrouwelijkheid
Vormen
1. Klachtgericht (bv. glaucoomcontrole + bijkomende klachten)
Alleen vragen stellen over waar de klacht zit.
2. Aanvullend klachtgericht (bv. glaucoomcontrole + bijkomende klachten)
Vragen stellen over waar de klacht zit en vragen of er nog andere klachten
zijn.
3. Gedetailleerd: probleem aangevuld met verleden, familiair of sociale anamnese
Vragen stellen over waar de klacht zit en vragen of er nog andere klachten
zijn.
Vragen stellen over het verleden en of er in de familie klachten zitten.
4. Uitgebreid: symptomen + verleden, familiair en sociale anamnese
Hier vraag je alles aan de patiënt
Dit kost behoorlijk veel tijd.
Als je een patiënt wegstuurt ben je verantwoordelijk als optometrist voor de patiënt
Vragen
1. Open vragen
Algemeen: bv. heeft u problemen met de ogen?
Heeft u problemen met de gezondheid
Specifiek, bv. dubbelzien
2. Gesloten vragen
Heeft u last van dubbelzien?
Hier zit de voorkeur met vragen stellen bij de patiënt.
3. Geef sturing!
Hoe lang heeft u last van?
- Sinds een paar uur?
- Sinds een paar weken?
Je moet alles uitsluiten de ene patiënt denkt ergens heel anders over dan de andere.
Samenvatting Optometrisch onderzoek 2
HC6 – SOEP en Anamnese, Pascal van Rossum
Anamnese
1. Verhelderen van klacht en/of bezoekreden
2. Onmisbaar voor de (differentiaal) diagnose
3. Risicoanalyse
Hoge bloeddruk
Hart en vaatziekten
Glaucoom
Ziektes familiair
Wat vraag het van jouw communicatievaardigheden en/of professionaliteit om een goed
anamnese af te kunnen nemen?
1. Geef de patiënt aandacht
2. Spreek de taal van de patiënt
3. Wees empathisch
4. Vertrouwelijkheid
Vormen
1. Klachtgericht (bv. glaucoomcontrole + bijkomende klachten)
Alleen vragen stellen over waar de klacht zit.
2. Aanvullend klachtgericht (bv. glaucoomcontrole + bijkomende klachten)
Vragen stellen over waar de klacht zit en vragen of er nog andere klachten
zijn.
3. Gedetailleerd: probleem aangevuld met verleden, familiair of sociale anamnese
Vragen stellen over waar de klacht zit en vragen of er nog andere klachten
zijn.
Vragen stellen over het verleden en of er in de familie klachten zitten.
4. Uitgebreid: symptomen + verleden, familiair en sociale anamnese
Hier vraag je alles aan de patiënt
Dit kost behoorlijk veel tijd.
Als je een patiënt wegstuurt ben je verantwoordelijk als optometrist voor de patiënt
Vragen
1. Open vragen
Algemeen: bv. heeft u problemen met de ogen?
Heeft u problemen met de gezondheid
Specifiek, bv. dubbelzien
2. Gesloten vragen
Heeft u last van dubbelzien?
Hier zit de voorkeur met vragen stellen bij de patiënt.
3. Geef sturing!
Hoe lang heeft u last van?
- Sinds een paar uur?
- Sinds een paar weken?
Je moet alles uitsluiten de ene patiënt denkt ergens heel anders over dan de andere.