Je kan sensoren op verschillende manieren indelen
- Soort prikkel
o Mechanosensoren Stellen druk en rek vast
o Thermosensoren Stelt de temperatuur vast
o Chemosensoren De chemische samenstelling
o Fotosensoren
o Nocisensoren Pijnsensoren
- Adaptievermogen
o Plek van de adaptatie
Centrale adaptie (je kan het beïnvloeden, klok)
Perifere adaptie (kan je niet beïnvloeden, munt)
o Wijze van adaptie
Tonische (hebben een vast reactie patroon) of statische (kunnen zich
aanpassen) sensoren
Gecombineerd (past zich gedeeltelijk aan, maar niet volledig)
- Plaats en functie/werkterrein
o Somatosensorisch
Extersensoren Zitten aan de buiten kant. Huis en specifieke zintuigen
Propioceptoren Zitten wel binnen, maar in spier, pees, gewirchten en
evenwichtsorgaan
o Viscerosensorisch
Enterosesnoren Zitten binnen in je lichaam, in je ingewanden
- Structuur
o Vrije zenuwuiteinden (vaak pijnsensoren)
o Ingekapselde zenuwuiteinden (gevoelssensoren)
o Specifieke sensoren
o Zie dia 11
Combinaties van indelingen
Exterosensoren
- Mechaonosensoren
o Aanraking/tast lichaampjes van Meissner
o Druk Schijfjes van Merkel
o Vibratie zin Lichaampjes van Pacini
o Rekken van huid Lichaampjes van Ruffini
o Zie dia 16!
- Thermosensoren (vrije zenuwuiteinden)
o Koude en warmte sensoren
o Sensoren voor extreme kou en warmte (pijn)
- Chemosensoren
- Fotosensoren
- Nocisensoren (vrije zenuwuiteinden)
o Unimodaal Gevoel voor 1 soort prikkel
o Polymodaal Gevoelig voor meerdere soorten prikkels