Floor Jacobs
11050764
WG04
Mw. J. van Oosten
Entertainmentcommunicatie
Universiteit van Amsterdam
11-04-2016
1. Leg in je eigen woorden uit wat het belangrijkste kritiekpunt van de auteurs is en geef een
eigen voorbeeld dat deze kritiek ondersteunt.
Volgens de auteurs is het belangrijkste kritiekpunt van de mood management theorie dat deze ervan
uitgaat dat de gebruikers van media altijd zullen proberen de stemmingen niet negatief te laten
worden en hierbij kiezen voor bepaalde positieve media. Daarnaast kunnen mensen soms ook, in
tegendeel van wat er in de theorie wordt gesteld, juist een negatieve media kiezen om hun negatieve
stemming te behouden. In de theorie wordt beweerd dat mensen in het selectieproces slechts
opzoek zijn naar positieve media. Terwijl mensen dus ook negatieve media kunnen opzoeken. De
theorie is te eenzijdig en niet complex genoeg.
Een goed voorbeeld hiervan is dat iemand in een positieve stemming kan zijn en vervolgens wel
negatieve media kiest. Iemand die in een positieve stemming is kan wel een horror gaan kijken. Dit
gaat dus in tegen de mood management theorie.
2. In Beyond the Blockbuster (2006) beschrijft Bordwell uiteenlopende ontwikkelingen
binnen de Amerikaanse filmgeschiedenis.
a) Bordwell beschrijft verschillende ontwikkelingen tussen 1975 en 2000 die zorgden voor
financiële oplevingen voor de filmstudio’s. Beschrijf vier van deze ontwikkelingen.
- De filmstudio’s werden gesponsord door de regering van Nixon om de investeren in
de oude en nieuwe filmproductie te ondersteunen. Hierdoor steeg het financiële
vermogen van de filmstudio’s. Er was nog nooit een zo groot financieel vermogen,
waardoor ze succesvolle films als Star Wars konden maken, waar later nog meer geld
mee verdient is. Ook wel de blockbusters genoemd.
- De filmstudio’s vonden een tweede manier om hun bedrijf uit te breiden, door een
samenwerking aan te gaan met de televisie-industrie, de platenindustrie en home
video’s. Hiermee bereiken de filmstudio’s een grotere afzetmarkt.