Samenvatting kinderen met specifieke taalstoornissen
Hoofdstuk 2 Kinderen met specifieke taalstoornissen
Bij een primaire/specifieke taalstoornis staat de taalproblematiek op de voorgrond > de taalstoornis
is geen gevolg van een andere stoornis of andere problematiek.
Kinderen met taalstoornissen kunnen ook problemen hebben met neurocognitieve functies als
auditieve waarneming & verwerking, volgehouden aandacht, geheugen en executieve functies
(informatie selecteren, verwerken, opslaan). Taalstoornis zonder specificatie wordt toegekend
wanneer de aard van de taalstoornis nog niet duidelijk is of als het een gevolg is van een andere
problematiek > ook wel een secundaire taalstoornis.
Meer jongens dan meiden hebben een specifieke taalstoornis. Er is bijna altijd sprake van
comorbiditeit met een ander probleem. Vaak hebben kinderen met specifieke taalstoornissen ook
last van bijkomende leerproblemen of ADHD.
Oorzaken en verklaringen voor het ontstaan van specifieke taalstoornissen:
- Genetische factoren
o Neurobiologische stoornis met een genetische basis.
o Genetische kwetsbaarheid die in interactie met omgevingsfactoren maakt dat de
stoornis zich in meerdere of mindere mate openbaart.
- Neuro-anatomische factoren
o Subtiele afwijkingen in de hersenen, zoals vergrote ventrikels, verminderd
hersenvolume, afwijkingen in de witte stof, licht afwijkende structuur van het gebied
van Broca > taalproductie.
o Bij ERP-metingen (positieve/negatieve pieken die de neurale activiteit in bepaalde
hersengebieden weerspiegelen als reactie op bepaalde stimulus) laat een deel van
kinderen met specifieke taalstoornissen afwijkende ERP’s zien.
- Verklarende theorieën
o Linguïstische theorieën > het gevolg van een afwijking in een aangeboren
‘grammaticale module’ die verantwoordelijk zou zijn voor o.a. zinsbouw.
o Meerdere studies wijzen op een beperking in het werkgeheugen als verklarende
theorie voor taalstoornissen.
o Problemen met statistisch leren. Kinderen met specifieke taalstoornissen hebben
moeite met het procedurele geheugen > dit leidt ertoe dat het afleiden van regels uit
de regelmatigheden van de taal zoals ‘hij heeft gefietst’ moeilijk zijn voor hen om te
ontdekken. De combinatie van beperkingen in het fonologisch geheugen en de
problemen met het statistisch leren vormen een verklaring voor specifieke
taalstoornissen.
Verschillende neurocognitieve functies spelen een rol bij specifieke taalstoornissen:
Auditieve waarneming en verwerking > van cruciaal belang voor taalverwerving
Auditieve waarneming akoestische informatie wordt waargenomen, verwerkt en
geïnterpreteerd in het brein. Kinderen met S-TOS hebben moeite met het correct
waarnemen van spraakklanken. Dit kan nadelig zijn voor ontwikkeling taalbegrip en
fonologisch bewustzijn.
Aandacht
Aandacht heeft grote invloed op leren, want er wordt informatie waargenomen en
onbelangrijke zaken worden genegeerd.
Typen aandacht:
o Volgehouden aandacht > het vermogen om lange tijd te concentreren
o Verdeelde aandacht > aandacht over twee of meer aspecten verdelen
o Selectieve aandacht > richten op belangrijke informatie en andere aspecten
onderdrukken.
Kinderen met S-TOS hebben beperkingen in volgehouden aandacht, vooral bij aduitief-
linguïstische stimuli.
Hoofdstuk 2 Kinderen met specifieke taalstoornissen
Bij een primaire/specifieke taalstoornis staat de taalproblematiek op de voorgrond > de taalstoornis
is geen gevolg van een andere stoornis of andere problematiek.
Kinderen met taalstoornissen kunnen ook problemen hebben met neurocognitieve functies als
auditieve waarneming & verwerking, volgehouden aandacht, geheugen en executieve functies
(informatie selecteren, verwerken, opslaan). Taalstoornis zonder specificatie wordt toegekend
wanneer de aard van de taalstoornis nog niet duidelijk is of als het een gevolg is van een andere
problematiek > ook wel een secundaire taalstoornis.
Meer jongens dan meiden hebben een specifieke taalstoornis. Er is bijna altijd sprake van
comorbiditeit met een ander probleem. Vaak hebben kinderen met specifieke taalstoornissen ook
last van bijkomende leerproblemen of ADHD.
Oorzaken en verklaringen voor het ontstaan van specifieke taalstoornissen:
- Genetische factoren
o Neurobiologische stoornis met een genetische basis.
o Genetische kwetsbaarheid die in interactie met omgevingsfactoren maakt dat de
stoornis zich in meerdere of mindere mate openbaart.
- Neuro-anatomische factoren
o Subtiele afwijkingen in de hersenen, zoals vergrote ventrikels, verminderd
hersenvolume, afwijkingen in de witte stof, licht afwijkende structuur van het gebied
van Broca > taalproductie.
o Bij ERP-metingen (positieve/negatieve pieken die de neurale activiteit in bepaalde
hersengebieden weerspiegelen als reactie op bepaalde stimulus) laat een deel van
kinderen met specifieke taalstoornissen afwijkende ERP’s zien.
- Verklarende theorieën
o Linguïstische theorieën > het gevolg van een afwijking in een aangeboren
‘grammaticale module’ die verantwoordelijk zou zijn voor o.a. zinsbouw.
o Meerdere studies wijzen op een beperking in het werkgeheugen als verklarende
theorie voor taalstoornissen.
o Problemen met statistisch leren. Kinderen met specifieke taalstoornissen hebben
moeite met het procedurele geheugen > dit leidt ertoe dat het afleiden van regels uit
de regelmatigheden van de taal zoals ‘hij heeft gefietst’ moeilijk zijn voor hen om te
ontdekken. De combinatie van beperkingen in het fonologisch geheugen en de
problemen met het statistisch leren vormen een verklaring voor specifieke
taalstoornissen.
Verschillende neurocognitieve functies spelen een rol bij specifieke taalstoornissen:
Auditieve waarneming en verwerking > van cruciaal belang voor taalverwerving
Auditieve waarneming akoestische informatie wordt waargenomen, verwerkt en
geïnterpreteerd in het brein. Kinderen met S-TOS hebben moeite met het correct
waarnemen van spraakklanken. Dit kan nadelig zijn voor ontwikkeling taalbegrip en
fonologisch bewustzijn.
Aandacht
Aandacht heeft grote invloed op leren, want er wordt informatie waargenomen en
onbelangrijke zaken worden genegeerd.
Typen aandacht:
o Volgehouden aandacht > het vermogen om lange tijd te concentreren
o Verdeelde aandacht > aandacht over twee of meer aspecten verdelen
o Selectieve aandacht > richten op belangrijke informatie en andere aspecten
onderdrukken.
Kinderen met S-TOS hebben beperkingen in volgehouden aandacht, vooral bij aduitief-
linguïstische stimuli.