5.1.1 Blauwe planeet
De atmosfeer:
- De dampkring of de atmosfeer is en laag lucht van gemiddeld 90 km dik die als een schil om
de aarde heen zit. atmosfeer betekend letterlijk damplaag.
- De lucht in de dampkring bestaat uit een mengels van gassen, zoals stikstof, zuurstof, ozon,
het edelgas argon en een sterk wisselende hoeveelheid waterdam.
- Tussen de 15 en 35 km hoogte bevindt zich in de dampkring een laag met een verhoogde
concentratie ozon O3. Deze ozonlaag houdt schadelijke lichtstralen van de zon tegen. De niet-
schadelijke zonnestralen worden wel doorgelaten en grotendeels door het aardoppervlak
geabsorbeerd.
- Lichtstralen worden omgezet in warmtestralen (infrarode straling) in de onderste 10 km van
de dampkring (troposfeer) zorgt deze IR voor opwarming van de lucht vanaf het
aardoppervlak.
- De gemiddelde wereldtemperatuur van de dampkring is 15 graden. Bovenin de troposfeer is
de temperatuur van de lucht geleidelijk gedaald naar -60 graden.
- In de dampkring spelen zich alle verschijnselen af die te maken hebben met het weer en het
klimaat: temperatuur, neerslag en wind.
De transportsystemen voor warmte, lucht en water zijn met de klimaatsystemen van grote
invloed op de manier waarop mensen hun omgeving inrichten. Op sommige plaatsen op
aarde is de verdeling van warmte in de dampkring zo extreem, dat er niets in te richten valt:
in de poolstreken te koud en in de woestijnen te droog.
5.1.2 Ons zonnestelsel
Bij onze zon horen acht planeten die allemaal in een baan om de zon draaien, waaronder onze
planeet aarde.
Alleen op de planeet aarde is er leven dit komt doordat de dampkring zuurstof bevat en er water is
op aarde.
Planeten zoals de aarde en haar maan zijn hemellichamen met een harde korst. Ze hebben aan het
oppervlak geen eigen warmte en zijn voor hun temperatuur afhankelijk van de zon. Ze stralen ook
geen licht uit. Dat we andere planeten, zoals Jupiter en Saturnus, ’s nachts kunnen zien, komt door
de reflectie van zonlicht.