UVT
1. _______controleert voor de oorzaak en gevolg van het onderzoek
a) interne validiteit
b) externe validiteit
c) betrouwbaarheidsgehalte
d) nog iets
2. Jan zou graag naar Tilburg willen en daar willen wonen, maar niemand wilt met hem mee. Waar
is hier sprake van?
a) jan heeft een hoge consensus; vindt Tilburg niet leuk
b) jan heeft een lage consistency; heeft een unieke voorkeur
c) jan heeft een lage consensus; heeft een unieke voorkeur
d) jan heeft een hoge consistency; vindt Tilburg niet leuk
3. Wat houdt de theory van reasoned action in?
a) subjectieve normen en attitudes
b) evaluaties en attitudes
c) subjectieve normen en evaluaties
d) evaluaties en nog iets
4. Volgens de Eloboration Likelihood Model van ????? bestaan er voor cognitie 2 routes. Welke 2
zijn dit?
a) perifiere en centrale
b) cognitieve en niet‐ cognitieve
c) bewust en onbewust
d) geen van de bovengenoemde antwoorden
5. Volgens de propinquty zal de kans op vriendschap het____ en de kans op irritatie_____ als je
niet ver van elkaar woont(dus buurman vergeleken met overbuurman)
a) grootst; grootst
b) grootst; kleinst
c) kleinst; kleinst
d) kleinst; grootst
6. Hoe noem je de manier waarop oordelen gebasseerd worden gebasseerd op het gemak
waarmee gebeurtenissen uit?
a) availability heuristic
b) representation heuristic