Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

HC Sociaal-Economisch Beleid: Theorie & Instituties

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
28
Geüpload op
29-04-2017
Geschreven in
2016/2017

Dit zijn de hoorcolleges van het vak SEBTI van studiejaar 16/17. Gezien het feit dat het vak nauwelijks inhoudelijk verandert, kan dit gebruikt worden voor meerdere jaren.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Hoorcollege 1 Arbeidsvraag- en aanbod

Je hebt 3 opties op de arbeidsmarkt

1. Werkend (betaald werk) L
2. Werkloos (geen werk, wil werken, zoekt naar werk)U
3. Niet-actief (niet werkend + niet werkloos)  vb huisvrouwen, pensioengerechtigden O



Beroepsbevolking = werkenden (L) + werklozen (U)

Potentiële beroepsbevolking = werkenden (L) + werklozen (U) + niet-actief (O)

Werkloosheidspercentage = u = U/LF

Werkgelegenheidspercentage = L/N

Participatiegraad = LF/N



Verklaringen voor groei werkgelegenheidspercentage voor vrouwen is dat zij ook zijn gaan werken en
ze zijn ook gaan studeren.

Variatie verklaren?

1. De vraag en aanbod van arbeid
2. De arbeidsmarkt is niet een markt van volledige concurrentie, omdat er marktinstituties
zijn. Maar soms kunnen ze ook zorgen voor marktfalen, ipv het verhelpen.

Arbeidsmarkt afbeelding

De bedrijven zijn de vragers van arbeid en werknemers bieden de arbeid aan. Op de X-as staat de
hoeveelheid van arbeid en (L), wordt vaak uitgedrukt in het aantal arbeidsuren en op de Y-as staat de
prijs (loon) van de arbeid (W).

Driehoek Fs is de werkgevers surplus en de driehoek Ws is de werknemers surplus. Het surplus is
het verschil die je bereidt bent te betalen en de prijs die je daadwerkelijk betaald.

Ls is gegeven door werknemers, dus die driehoek in het begin van de lijn hoort bij hun. Omgekeerd is
het bij de werkgevers.

Vraag naar arbeid

De vraagcurve is het verband tussen de hoogte van het loon en de aangeboden hoeveelheid van
arbeid. En hij verloopt dalend aangezien het een afgeleide vraag is van de productiviteit van arbeid
en de prijs v/h eindproduct.

Hoe bepalen bedrijven hoeveel arbeid zij inzetten?

MO = MK of MRP (geldend grensproduct) = MRC (loon)



1

,Die MRP is ook meteen de vraag naar arbeid en de MRC is de aanbod ervan.

Monopsonie

Een monopolie, maar dan voor de arbeidsmarkt. Er is 1 bedrijf op de arbeidsmarkt en deze heeft dan
veel marktmacht. De aanbodcurve van de gehele arbeidsmarkt is de aanbodcurve voor de
monopsonist. De MK-curve ligt boven de aanbodcurve. Er wordt minder arbeid ingehuurd en tegen
een lager loon dan in een concurrerende markt.

Afbeelding

Waarom loopt de MK (MRC) lijn stijgend bij de monopsonie. Dit heeft te maken dat de aanbodslijn
voor de gehele markt geldt. Daarom moet hij bij elke eenheid arbeider het loon verhogen om de
volgende werknemer aan te trekken.

Je moet dus de loon verhogen om meer mensen te krijgen. Maar als je dit telkens blijft verhogen,
loopt die MK lijn steiler dan de aanbodlijn dus daarom ligt hij boven de aanbodlijn. Je komt uit in
punt B voor MO=MK en voor de loon moet je kijken naar de S curve en dan van punt B naar beneden
kijken.

Je ziet het loon ligt lager en de hoeveelheid arbeid ligt lager.

Aanbod van arbeid

Individuen maken keuzes op basis van preferenties + budgetrestricties en ze maken een keuze tussen
Consumptie + vrije tijd en worden grafisch weergegeven via indifferentiecurves.

Alle punten op de indifferentiecurve leveren jou evenveel nut op. Je bent daarom op alle punten op
1 lijn indifferent (zie punt X & Y).

Er zijn oneindig veel en het heeft allemaal betrekking op 1 individu << de indifferentiecurves.

Eigenschappen indifferentiecurves

1. Dalend verloop, omdat je dan een afruil heb tussen vrije tijd en euro’s.
2. Hogere indifferentiecurves geven hogere nutsniveau
3. Indifferentiecurven snijden elkaar niet. Je hebt dan 1 punt waarop die 2 lijnen elkaar
overlappen en dat kan niet omdat er dan 2 lijnen zijn die hetzelfde nut geven en dat kan niet.
4. Indifferentiecurven zijn convex (krom). Het is een dalend verloop, omdat er sprake is van
afnemende marginale nut.

Budgetrestricties

Je bent op zoek naar het hoogste niveau van welvaart binnen je budgetrestrictie.

Loonstijging

Je hebt de keuze tussen meer of minder werken en leidt tot 2 effecten  substitutie/inkomens

1. Substitutie = Hoger loon  kosten vrije tijd stijgen  meer werken
2. Inkomens = Hoger loon  meer kunnen consumeren  minder werken



2

,Het hangt allemaal af van je indifferentiecurves.

Loonstijging (2)

Linkerplaatje is inkomenseffect

Rechterplaatje is substitutie-effect



Hoorcollege 2 Loonbelasting

Loon

Een vergoeding (prijs) voor een bepaalde hoeveelheid arbeid, en komt tot stand door vraag en
aanbod op de arbeidsmarkt. En dit is afhankelijk van sector, opleidingsniveau, geslacht enz. Het
verschil in uurloon is te verklaren, door bijv. meer arbeidsproductiviteit. De waarde van MO=MK, als
die hoger is dan plaats het bedrijf een hoger loon. Maar het is een veronderstelling.

Instituties

Een arbeidsmarktinstitutie is een systeem van wetten, normen en conventies dat tot stand
is gekomen door collectieve besluitvorming en dat restricties en prikkels in zich heeft die
individuele beslissingen met betrekking tot arbeid en loon beïnvloeden.

Binnen andere disciplines heeft het begrip instituties andere betekenissen.

Belasting

Een onvrijwillige betaling aan de overheid  geen rechtstreekse prestaties tegenover

Belastingtarieven

Gemiddeld belastingtarief  betaalde belasting/inkomen

Marginaal belastingtarief  tarief betaald over laatst verdiende euro

Effectieve marginale belastingtarief  Het marginale tarief waarbij niet alleen rekening
wordt gehouden met belastingen, maar met alle inkomensafhankelijke regelingen

Typen belastingstelsels

Proportioneel  Gemiddelde belastingtarief is constant, ongeacht inkomen

Progressief  Gemiddelde belastingtarief stijgt naarmate inkomen stijgt

Regressief  Gemiddelde belastingtarief daalt naarmate inkomen stijgt




3

,Budgetlijn: proportionele belasting

Zie afbeelding

Budgetlijn: progressieve belasting

Je ziet dat dit progressief is, omdat wanneer je meer gaat werken je een hogere
belastingtarief betaald. De lijn blijft stijgen maar de helling wordt vlakker, omdat je een
hoger tarief betaald.

W = loon, rechtsonder betaal je geen belasting en daarna wat meer dat zie je aan de (1-
t1/t0).

Aanbod van arbeid

Belasting heeft invloed op het aanbod van arbeid  2 beslissingen
(participatiebeslissing/extensive margin) + intensive margin (urenbeslissing)

Reserveringsloon


Het laagste loon waartegen een werknemer bereid is te werken (indifferent tussen werken
en niet werken)

Loon > reserveringsloon = werken
Loon < reserveringsloon = niet werken

Punt E staat voor ‘endowment’. In punt A heb je al het budget (E) zonder te werken, dus
daar kijk je naar het indifferentiecurves. Die raakt precies (U1) aan punt A, hoogste curve die
je kan halen.

Het gaat om de helling in punt A (RESERVERINGSLOON IS HELLING VAN
INDIFFERENTIECURVE)  Die helling (boog ding) is het reserveringsloon

De onderste blauwe lijn is de budgetlijn bij een lagere uurloon, daar snijdt de
indifferentiecurve (U2) in het punt B. Deze ligt lager dan U1, maar je bent als individu op
zoek naar het maximaliseren van je U (utility), dus hoe verder hoe beter. Je zou bij deze lijn
niet werken, omdat je meer utility kan halen door 0 uur te blijven werken, punt A.

De bovenste lijn ligt hoger en snijdt in punt C, en U3 ligt hoger dan U1, dus hier is de
conclusie je gaat hier werken, bij het aantal uren van punt C. En het uurloon is hier hoger.
En de helling is hier hoger.




4

,Belasting en vraag naar arbeid

Werkgeverslasten (productiekosten) stijgen en MO=MK stijgt, wat er gebeurd is dus een
lagere vraag naar arbeid

Belasting en aanbod van arbeid

Er zijn 2 beslissingen (participatie/urenbeslissing)

- Beïnvloedt een loonbelasting de participatiebeslissing dan gebeurt dat alleen via het
substitutie-effect: minder aanbod

Wanneer je belasting afdraagt en je uurloon kleiner wordt, wordt het minder aantrekkelijk
om te werken, dus zal het een negatieve effect hebben op de participatiebeslissing


- Beïnvloedt een loonbelasting de urenbeslissing, dan is het de vraag of het
inkomenseffect of het substitutie-effect domineert

Als de hoogte van het loon verandert kan het 2 kanten op. Het hangt af van je
indifferentiecurves af welke effect domineert. Uit empirisch onderzoek blijkt dat wanneer er
een (hogere) loonbelasting komt, gaat men minder uur werken (substitutie effect)




5

, Keuzes stelsels

A = Geen
B = Progressief
C = Proportioneel




Belasting werkgevers dragen af


Werkgevers dragen of werknemers dragen het af.

Als werkgevers dat doen, komt er een verschil tussen brutoloon en nettoloon. De belasting
heeft de omvang van dit verticale streepje. Er ontstaat het verschil tussen brutoloon (Ld) en
het nettoloon (LS), dat verschil is de belasting

Het maakt economisch niet uit wie feitelijk de belasting afdraagt.




6

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
29 april 2017
Aantal pagina's
28
Geschreven in
2016/2017
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Onbekend
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

$6.57
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
leidenab123 Erasmus Universiteit Rotterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
137
Lid sinds
12 jaar
Aantal volgers
97
Documenten
1
Laatst verkocht
1 jaar geleden

3.8

28 beoordelingen

5
8
4
12
3
5
2
1
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen