1. Herhaling bacterie
a. Classificatie
b. Gramkleuring
c. Celwandopbouw
d. Pathogenese
e. Diagnostiek, hoe aantonen?
2. Antibiotica, totaal beeld + 3 klassen van de casus
a. Verschillende klassen
b. Breed- smal spectrum, waar berust dit op
3. Resistentie
4. Verwekkers van de 3 infecties (urineweginfectie, wondinfectie en diarree)
Bacterie
Bacteriën zijn eencellige prokaryoten waarvan de genetische informatie opgeslagen ligt op
een circulair gesloten, dubbelstrengs DNA-molecuul. Het DNA-molecuul ligt strak
opgewonden in een kluwen (ook wel nucleoïd genaamd) vrij in het cytoplasma en bevat een
paar duizend genen (= een paar miljoen basenparen); geheel uitgerold zou het ongeveer 1 mm
lang zijn. Zoals reeds vermeld zijn er vaak ook nog plasmidale DNA-moleculen te vinden in
bacteriën. Het cytoplasma van bacteriën bevat vele ribosomen maar geen andere organellen
op grond waarvan men onderscheid kan maken; bij sommige soorten bacteriën kunnen in het
cytoplasma sporen ontstaan indien de bacterie in ongunstige omstandigheden terechtkomt. In
de spore is een van de twee DNA-strengen te vinden omgeven door een sporemembraan, een
laag peptidoglycaan en nog een mantel bestaand uit keratine-achtig eiwit; dit geheel is zeer
goed bestand tegen de inwerking van chemicaliën (waaronder diverse desinfectantia) en hitte
(denaturatie pas boven 100°C).
Onder gunstige omstandigheden ontkiemt de spore weer. Naast sporen ziet men soms
partikels of korrels in het cytoplasma die uit verschillende soorten reservestoffen kunnen
bestaan.
Voor de indeling van bacteriën zijn de vorm en de samenstelling van de celwand van
doorslaggevend belang. Ook de ligging van bacteriën ten opzichte van elkaar speelt een rol.
Zo onderscheidt men de bolvormige kokken en de langgerekte staven, die in ketens, pakketjes
of trosjes kunnen liggen; de staven kunnen een keurig rechte oriëntatie hebben of juist
gekromd zijn als een komma of golvend als een slangetje. Men kan bacteriën onder de
lichtmicroscoop pas zien nadat zij gekleurd zijn. In dit verband is de kleurreactie volgens
Gram (een Deense onderzoeker aan het eind van de 19e eeuw) de belangrijkste.