Hoofdstuk 1
Twee manieren van het ontstaan van een verbintenis: 1. De wet 2. De overeenkomst.
Bij aanbod en aanvaarding moet er wel blijken dat er een wil van de twee partijen die overeenstemt.
Er moet sprake zijn van een wilsovereenstemming
Als er een verbintenis wordt nagekomen, is er een tenietgaan van verbintenissen.
Prestatie is het object van een verbintenis.
rechtssubjecten: Dragers van rechten en plichten.
wanprestatie: Tekort in de nakoming.
Nalaten = Bijv. een concurrentiebeding. Een verbintenis om een verplichting in te houden.
WA-verzekering: Een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid.
Onverschuldigde betaling: Schuldeiser had geen verbintenis om jou dit bedrag te betalen.
ongerechtvaardigde verrijking: De rente over het bedrag die in je onverschuldigd hebt gekregen.
Drie rechtmatige daden:
1. Onverschuldigde betaling
2. Ongerechtvaardigde verrijking
3. Zaakwaarneming
Verbintenissenrecht wordt beheerst door het regelend recht.
Natuurlijk persoon = mens van vlees en bloed die als rechtssubject drager is van rechten en
verplichtingen.
Beginselen en uitgangspunten van het privaatrecht:
- Contractsvrijheid: Uitgangspunt is dat partijen in het verbintenissenrecht vrij zijn om overeen
te komen wat zij willen, zolang dit niet expliciet verboden is of in strijd met de wet.
- Pacta sunt servanda: overeenkomsten moeten worden nagekomen. Belofte maakt schuld.
- Vormvrijheid: zolang de wetgever niet anders bepaalt, geldt er geen speciale vorm waarin
handelingen verricht moeten worden. Bv. Overeenkomsten mondeling of schriftelijk.
- Redelijkheid en billijkheid
- Bijzonder gaat voor algemeen.
Redellijkheid: verwijst naar het verstand
billijkheid: verwijst naar ons rechtsgevoel.
Derogeren/beperkende (art. 6:248 lid 2 BW): afwijken van of een uitzondering vormen op.
Materieel: recht inhoudelijk
formeel: procesrecht.
In der minne te schikken: de zaak in onderling overleg op te ossen, zonder tussenkomst van rechter.
Arrondissement: gebied met een rechtbank.
Civiele sector: de rechtbank behandelt in beginsel alle andere privaatrechtelijke procedures die de
kantonrechter niet doet.
Er zijn 4 ressorten: Adam, Denhaag, Arnhem-Leeuwarden en Den Bosch.
, Hoofdstuk 2
Feiten zonder rechtsgevolg = handelingen zonder rechtsgevolg.
Rechtsfeiten/rechtshandelingen met rechtsgevolg: alle feiten waar het recht gevolgen aan verbindt.
blote rechtsfeiten: feiten waar het recht een rechtsgevolg aan verbindt. Maar er is geen sprake van
een handeling. Bv. Baby geboren of iemand die 18 wordt. ERFENIS!
Feitelijke handeling: onrechtmatige + rechtmatige daad.
Obligatoire overeenkomsten: overeenkomst waaruit verbintenis in het leven worden geroepen.
huwelijk komt geen verbintenis uit voort bijvoorbeeld. Het huwelijk is een familierechtelijke
overeenkomst.
Wederkerige overeenkomst: beide partijen hebben een verplichting op zich genomen.
niet-wederkerige overeenkomst: overeenkomst tussen twee partijen waaruit slechts een partij
verplichting op zich neemt. Bv. Een schenking. Eenzijdige overeenkomst. GEEN EENZIJDIGE
REHTSHANDELING.
Overeenkomst = rechtsfeit.
overeenkomst = tweezijdige rechtshandeling. Aanbod + aanvaarding.
Aanbod = een rechtshandeling omdat op het moment dat je een aanbod doet je rechtspositie
verandert. Onzelfstandige eenzijdige rechtshandeling.
Meerderheid van de stemmen bv. Is nog steeds een rechtsfeit.
Art. 6:224 BW moet een bedrijf laten weten als er omstandigheden zijn bv. Verhuizing.
Aanbod + opzegging contract + opstellen van testament. = eenzijdige rechtshandeling.
Gerichte rechtshandeling = gericht tot een bepaalde persoon of tot bepaalde personen. Ook een
openbaar aanbod bv. Advertentie van AH.
Ongerichte rechtshandeling = hoeft niemand te bereiken om haar werking te hebben en kent geen
duidelijke geadresseerde. Bv. Testament.
Aanvaarding los en aanbod los = onzelfstandige eenzijdige gerichte rechtshandeling.
erkenning = ongerichte eenzijdige rechtshandeling.
Algemene vergadering van aandeelhouders (ava) besluiten: meerzijdige gerichte rechtshandeling.