1.1 Waarom betekenisvolle activiteiten?
In contact komen om achter te komen wat ze interessant vinden. Tot 8 jaar is alles wat nep is goed,
daarna lieve ‘echte’ messen, soep, geld.
Vinden het leuk om dingen te slopen, te bouwen en mooie dingen te maken. Volwassenen na doen.
Betekenisvol als kinderen er graag aan deelnemen en er bijzonder intens mee bezig zijn. Door
interesse -> leren. Leerkrachten vragen zich af welke betekenis een kind aan activiteiten en
onderwerpen verbind (wat weet die er al van?). leerkracht bemiddeld persoonlijke en cultureel
waardevolle activiteiten. Proberen dat belangrijke sociaal-culturele activiteiten betekenis gaan
krijgen.
Ontwikkeling van jonge kinderen is het best te stimuleren in de context van spel. De motivatie en
vaardigheden die hen in staat stellen om deel te nemen aan bewuste leeractiviteiten komen in het
(begeleide) spel tot ontwikkeling.
1.2 Wat doet de bemiddelde leerkracht?
Ontwikkeling komt tot stand in de interactie tussen kinderen en de omgeving waarin ze opgroeien.
Het is een sociaal proces waarin de rol van een volwassene bijzonder belangrijk is.
Leerkrachten maken het voor kinderen mogelijk om mee te doen aan sociaal-culturele activiteiten
met een spelkarakter en zij bevorderen daarbinnen hun spelontwikkeling.
Zij bemiddelen tussen de betekenissen en de inbreng van de kinderen aan de ene kant en de doelen
waar zij vanuit de samenleving verantwoordelijk voor zijn aan de andere kant.
Met spelbegeleiding verbinden zij twee doelen: het spel moet voor de kinderen zelf aan betekenis
winnen en ze brengen leermomenten in die kinderen meer handelingsmogelijkheden beiden dan ze
uit zichzelf verwerven.
Leerkrachten hebben verschillende taken en rollen, van het opbouwen van een rijke
speelleeromgeving en deelname aan het spel, tot weloverwogen en geplande begeleiding en
instructie.
1.3 Op weg naar een brede ontwikkeling
Betekenisvolle activiteiten met een spelkarakter en de bemiddelende hulp van leerkrachten zijn
gericht op de onderwijs pedagogische bedoelingen voor peutergroepen en de onderbouw. Deze
liggen op drie gebieden: een brede persoonsontwikkeling staat voorop, specifieke kennis en
vaardigheden dragen daaraan bij en basiskenmerken zijn de voorwaarden.
De prioriteiten bij de start voor peuters en vierjarigen liggen bij de basiskenmerken, sociale
ontwikkeling en ontwikkeling van communicatie en taal.