Hoofdstuk 1: Ons spellingsysteem
1.1 Ons schriftsysteem en leren spellen
Pictografisch schriftsysteem: woorden weer geven door middel van tekeningen en afbeeldingen. Was
heel vroeger het begin van schrijven maar nu nog steeds: denk aan verkeersborden, kort wordt met
een pictogram een hele betekenis uitgelegd. Ieder tekentje staat voor een woord
Logo grafisch schriftsysteem: elk plaatje staat voor 1 woord, maar woorden ook uit elkaar gehaald zo
krijg je meer woordencombinaties.(voor- en achtervoegsels staan dus los) Denk aan de Chinese taal.
Alfabetisch schriftsysteem: Een schriftsysteem waarbij taal wordt weergegeven door de afzonderlijke
spraakklanken van een woord in letter te noteren. Gebruiken we nu.
Foneem: een spraakklank die een betekenisverschil oplevert, voorbeeld: huis – muis. Grafeem: de
manier waarop je de fonemen opschrijft. Dat kan een letter zijn, maar ook een lettercombinatie,
voorbeeld: a, ui. Je hebt verschillende grafemen hoe je een foneem kan op schrijven! (figuur 1.1). Het
vaak gehoorde advies ‘Als je goed luistert, dan weet je hoe het schrijft’ klopt niet!
Problemen bij het alfabetische schriftsysteem:
- Een foneem is een abstract begrip: kinderen koppelen de betekenis aan een woord, zij zullen
zeggen dat reus een langer woord is dan kabouter omdat een reus in het echt ook groter is.
- Ons alfabet heeft niet genoeg tekens om elk foneem weer te geven.
- Er zijn ook letters die een combinatie van fonemen weergeven
- Niet elk foneem wordt steeds met dezelfde grafeem weergegeven. Meerdere mogelijkheden
om de u uit te spreken: put, een, de, lelijk en aardig.
1.2 Hoofdregels van de Nederlandse spelling
Nederlandse woorden worden altijd gespeld volgens een spellingprincipe
1.2.1 Het fonologische principe
Fonologische principe: elke foneem staat voor apart grafeem en elk grafeem staat voor 1 en
hetzelfde foneem. Kortom: je schrijft wat je hoort: penseel, boom, dons. Zo leer je als eerste het
spellen. Klankzuivere woorden zijn de woorden die volgens het fonologisch principe gespeld kunnen
worden. Bijvoorbeeld: tent, reptiel, kwartet, dons, penseel, eensklaps, pels.
1.2.2 Het morfologisch principe
Woorden zijn vaak opgebouwd uit kleinere elementen die elk een betekenis hebben. Zulke betekenis
dragende elementen noemen we morfemen. Bijvoorbeeld ongelukkig, het stukje on- geeft een
ontkenning aan. Vrije morfemen zijn stukjes die ook als los woord voorkomen. Gebonden morfemen
kunnen alleen voorkomen als voor- of achtervoegsel (be-, ve-, -ig, -heid)
Het morfologische principe is op te delen in twee regels: de regel van gelijkvormigheid en de regel
van overeenkomst.
1.1 Ons schriftsysteem en leren spellen
Pictografisch schriftsysteem: woorden weer geven door middel van tekeningen en afbeeldingen. Was
heel vroeger het begin van schrijven maar nu nog steeds: denk aan verkeersborden, kort wordt met
een pictogram een hele betekenis uitgelegd. Ieder tekentje staat voor een woord
Logo grafisch schriftsysteem: elk plaatje staat voor 1 woord, maar woorden ook uit elkaar gehaald zo
krijg je meer woordencombinaties.(voor- en achtervoegsels staan dus los) Denk aan de Chinese taal.
Alfabetisch schriftsysteem: Een schriftsysteem waarbij taal wordt weergegeven door de afzonderlijke
spraakklanken van een woord in letter te noteren. Gebruiken we nu.
Foneem: een spraakklank die een betekenisverschil oplevert, voorbeeld: huis – muis. Grafeem: de
manier waarop je de fonemen opschrijft. Dat kan een letter zijn, maar ook een lettercombinatie,
voorbeeld: a, ui. Je hebt verschillende grafemen hoe je een foneem kan op schrijven! (figuur 1.1). Het
vaak gehoorde advies ‘Als je goed luistert, dan weet je hoe het schrijft’ klopt niet!
Problemen bij het alfabetische schriftsysteem:
- Een foneem is een abstract begrip: kinderen koppelen de betekenis aan een woord, zij zullen
zeggen dat reus een langer woord is dan kabouter omdat een reus in het echt ook groter is.
- Ons alfabet heeft niet genoeg tekens om elk foneem weer te geven.
- Er zijn ook letters die een combinatie van fonemen weergeven
- Niet elk foneem wordt steeds met dezelfde grafeem weergegeven. Meerdere mogelijkheden
om de u uit te spreken: put, een, de, lelijk en aardig.
1.2 Hoofdregels van de Nederlandse spelling
Nederlandse woorden worden altijd gespeld volgens een spellingprincipe
1.2.1 Het fonologische principe
Fonologische principe: elke foneem staat voor apart grafeem en elk grafeem staat voor 1 en
hetzelfde foneem. Kortom: je schrijft wat je hoort: penseel, boom, dons. Zo leer je als eerste het
spellen. Klankzuivere woorden zijn de woorden die volgens het fonologisch principe gespeld kunnen
worden. Bijvoorbeeld: tent, reptiel, kwartet, dons, penseel, eensklaps, pels.
1.2.2 Het morfologisch principe
Woorden zijn vaak opgebouwd uit kleinere elementen die elk een betekenis hebben. Zulke betekenis
dragende elementen noemen we morfemen. Bijvoorbeeld ongelukkig, het stukje on- geeft een
ontkenning aan. Vrije morfemen zijn stukjes die ook als los woord voorkomen. Gebonden morfemen
kunnen alleen voorkomen als voor- of achtervoegsel (be-, ve-, -ig, -heid)
Het morfologische principe is op te delen in twee regels: de regel van gelijkvormigheid en de regel
van overeenkomst.