4.1 Hier-en-nuverhalen
Hier en nu verhalen spelen zich af in de leef- en belevingswereld van de kinderen. De herkenbaarheid
is daarom voor de jonge lezers erg groot. Hier en nu verhalen bieden een kijk op een mentaliteit,
bepaald door ideeën, normen en waarden. In kinder- en jeugdboeken wordt die kijk steeds gestuurd
door het kindbeeld van de auteur. Het kindbeeld kleurt de manier waarop auteurs de drie
belangrijkste milieus weergeven: het gezin, de school en de ruimere maatschappij. De weergave is
tijdgebonden en verschuilt ook naargelang van de leeftijd van de doelgroep. Jongere kinderen
hebben behoefte aan warmte, veiligheid, bescherming en geruststelling. Kinderen worden
tegenwoordig in de boeken steeds meer geconfronteerd met situaties is een echtscheiding of de
dood. Maar ook de grootouders worden of heel grappig neergezet of als heel vriendelijk. De relatie
tussen kinderen en hun ouders ziet er in de hedendaagse verhalen anders uit dan in de jaren
zeventig. In de boeken voor tieners is de relatie met de ouders meer gecompliceerd.
Naast het gezin is school de belangrijkste omgeving waarin hier- en nu verhalen zich afspelen. Net als
de scholen zijn de boeken erover ook geëvolueerd: er is een andere gezag houding tussen leerlingen
en leerkrachten en nat als in het gezin komen er ernstige problemen aan bod. Sinds de jaren
zeventig is er in jeugdliteratuur meer aandacht voor maatschappelijke problemen. Jeugdliteratuur
biedt ook een beeld van veranderende rollenpatronen. De stoere jongen wordt de emotionele
jongen.
De grootste bedreigingen voor hier en nu verhalen zijn banaliteit en clichés. Deze bedreigingen krijg
je als een auteur alleen maar uit is op herkenbaarheid en niets meer doet dan de realiteit weer geven
of als hij kiest voor weinig sensatie en personen die in het teken staan van het thema. Een auteur kan
een verhaal bijzonder maken door spanning of humor toe te voegen of door de lezers emotioneel te
betrekken. Vooral voor jongere kinderen proberen veel auteur de verhalen boeiend te maken door
spannende avonturen in te lassen.
In de meeste psychologische jeugdromans vloeit de spanning echter vooral voort uit de problemen
waarmee de jonge hoofdfiguren geconfronteerd worden. In veel verhalen verhoogt de auteur de
spanning door de bijzondere compositie. Hij maakt een spanningsboog en zo is de lezer geboeid.
Humor is het uitgelezen middel om het gewone, het banale door te prikken. In verhalen voor jonge
kinderen zijn het vooral ondeugende streken en ongerijmde tostanden. De humor zit in het feit dat
de volwassenen personages zich helemaal niet gedragen zoals kinderen van hen verwachten. Zo
maken kinderen zich even los van het gezag. In boeken met problemen kan humor helpen het
probleem op te lossen. Humor helpt het personage om zich er door heen te slaan.
Als kinderen of jongeren een goed geschreven realistisch verhaal lezen, vergeten ze vaak dat et een
fictief verhaal is. Ze leven heel erg mee. Om zich in te kunnen leven, heeft de lezer een minimum aan
herkenbaarheid nodig, maar om echt te kunnen boeien moet de auteur zijn personages bijzonder
maken. Dat kan de auteur doen door het personage een eigen persoonlijkheid te geven. De auteur
kan de personages ook bijzondere dingen laten beleven of hen confronteren met problemen die de
meeste lezers niet meemaken.
In veel prentenboeken, voorleesverhalen en boekjes voor beginnende lezers staat een gevoel
centraal namelijk het gevoel van herkenning. Het vaakst beschreven gevoel is angst. In boeken voor
jonge kinderen spelen de plaatjes ook een grote rol bij de emotie. In boeken voor kinderen van zes
tot negen concentreert de auteur zich vaak op de manier waarop de hoofdfiguur een probleem
verwerkt. In boeken oor lezers vanaf negen zijn de beschreven problemen vaak complexer. In veel
boeken gebeurt er ook minder, de gevoelens staan meer centraal. In boeken oor adolescenten wordt
de psychologische typering nog diepgaander. De hoofdpersoon heeft in jongerenromans vaak te
kampen met een kluwen van problemen dat hij probeert te ontwarren. Veel auteurs besteden ook
aandacht aan de seksualiteit en vriendschap. In veel adolescentenromans zien de hoofdpersonages
zich geconfronteerd met nauw dragelijke problemen.
Veel hier en nu verhalen raken de lezers omdat ze hen doen nadenken over wat wezenlijk of
belangrijk is in het leven. Ze roepen vragen op of confronteren hen met zichzelf en met normen en
Hier en nu verhalen spelen zich af in de leef- en belevingswereld van de kinderen. De herkenbaarheid
is daarom voor de jonge lezers erg groot. Hier en nu verhalen bieden een kijk op een mentaliteit,
bepaald door ideeën, normen en waarden. In kinder- en jeugdboeken wordt die kijk steeds gestuurd
door het kindbeeld van de auteur. Het kindbeeld kleurt de manier waarop auteurs de drie
belangrijkste milieus weergeven: het gezin, de school en de ruimere maatschappij. De weergave is
tijdgebonden en verschuilt ook naargelang van de leeftijd van de doelgroep. Jongere kinderen
hebben behoefte aan warmte, veiligheid, bescherming en geruststelling. Kinderen worden
tegenwoordig in de boeken steeds meer geconfronteerd met situaties is een echtscheiding of de
dood. Maar ook de grootouders worden of heel grappig neergezet of als heel vriendelijk. De relatie
tussen kinderen en hun ouders ziet er in de hedendaagse verhalen anders uit dan in de jaren
zeventig. In de boeken voor tieners is de relatie met de ouders meer gecompliceerd.
Naast het gezin is school de belangrijkste omgeving waarin hier- en nu verhalen zich afspelen. Net als
de scholen zijn de boeken erover ook geëvolueerd: er is een andere gezag houding tussen leerlingen
en leerkrachten en nat als in het gezin komen er ernstige problemen aan bod. Sinds de jaren
zeventig is er in jeugdliteratuur meer aandacht voor maatschappelijke problemen. Jeugdliteratuur
biedt ook een beeld van veranderende rollenpatronen. De stoere jongen wordt de emotionele
jongen.
De grootste bedreigingen voor hier en nu verhalen zijn banaliteit en clichés. Deze bedreigingen krijg
je als een auteur alleen maar uit is op herkenbaarheid en niets meer doet dan de realiteit weer geven
of als hij kiest voor weinig sensatie en personen die in het teken staan van het thema. Een auteur kan
een verhaal bijzonder maken door spanning of humor toe te voegen of door de lezers emotioneel te
betrekken. Vooral voor jongere kinderen proberen veel auteur de verhalen boeiend te maken door
spannende avonturen in te lassen.
In de meeste psychologische jeugdromans vloeit de spanning echter vooral voort uit de problemen
waarmee de jonge hoofdfiguren geconfronteerd worden. In veel verhalen verhoogt de auteur de
spanning door de bijzondere compositie. Hij maakt een spanningsboog en zo is de lezer geboeid.
Humor is het uitgelezen middel om het gewone, het banale door te prikken. In verhalen voor jonge
kinderen zijn het vooral ondeugende streken en ongerijmde tostanden. De humor zit in het feit dat
de volwassenen personages zich helemaal niet gedragen zoals kinderen van hen verwachten. Zo
maken kinderen zich even los van het gezag. In boeken met problemen kan humor helpen het
probleem op te lossen. Humor helpt het personage om zich er door heen te slaan.
Als kinderen of jongeren een goed geschreven realistisch verhaal lezen, vergeten ze vaak dat et een
fictief verhaal is. Ze leven heel erg mee. Om zich in te kunnen leven, heeft de lezer een minimum aan
herkenbaarheid nodig, maar om echt te kunnen boeien moet de auteur zijn personages bijzonder
maken. Dat kan de auteur doen door het personage een eigen persoonlijkheid te geven. De auteur
kan de personages ook bijzondere dingen laten beleven of hen confronteren met problemen die de
meeste lezers niet meemaken.
In veel prentenboeken, voorleesverhalen en boekjes voor beginnende lezers staat een gevoel
centraal namelijk het gevoel van herkenning. Het vaakst beschreven gevoel is angst. In boeken voor
jonge kinderen spelen de plaatjes ook een grote rol bij de emotie. In boeken voor kinderen van zes
tot negen concentreert de auteur zich vaak op de manier waarop de hoofdfiguur een probleem
verwerkt. In boeken oor lezers vanaf negen zijn de beschreven problemen vaak complexer. In veel
boeken gebeurt er ook minder, de gevoelens staan meer centraal. In boeken oor adolescenten wordt
de psychologische typering nog diepgaander. De hoofdpersoon heeft in jongerenromans vaak te
kampen met een kluwen van problemen dat hij probeert te ontwarren. Veel auteurs besteden ook
aandacht aan de seksualiteit en vriendschap. In veel adolescentenromans zien de hoofdpersonages
zich geconfronteerd met nauw dragelijke problemen.
Veel hier en nu verhalen raken de lezers omdat ze hen doen nadenken over wat wezenlijk of
belangrijk is in het leven. Ze roepen vragen op of confronteren hen met zichzelf en met normen en