Hoofdstuk 2
Een ander woord voor stofwisseling is metabolisme
Celmetabolisme vind plaats in het celplasme
Er zijn twee typen stofwisseling:
1. Anabole: weefselopbouwend en kost energie
2. Katabole: weefselafbrekend en leverd energie
Het proces van nieuwvorming als reactie op weefselbeschadiging heet regeneratie
De rustmetabolisme is de hoeveelheid verbuikte energie in volledige rust, bij een
omgevingstemparatuur van 20 graden celcius
De rustmetabolisme is overdag hoger dan ’s nachts
De lichaamsgrote is van invloed op het rustmetabolisme:
1. Ten eerste bevat een groter lichaam meer cellen
2. Naarmate het lichaamsgewicht toeneemt, neemt het lichaams oppervlakte per
kilogram gewicht af
De lichaamsamenstelling is van belang omdat niet alle lichaamsweefsels een even grote
stofwisselingscapaciteit hebben
Het geslacht beinvloed de rustmetabolisme
De leeftijd is ook van invloed op het rustmetabolisme. Kinderen hebben een grotere
rustmetabolisme. Tussen de dertig en zestig jaar neemt de rustmetabolisme met vijftien
procent af
Voeding is van invloed op de rustmetabolisme omdat na het nuttigen van een maaltijd de
stofwisseling enige tijd verhoogd is.
Alle cellen in ons lichaam hebben energie direct beschikbaar in energierijke
fosfaatverbindingen. Deze stoffen heten energierijke fosfaten. Een voorbeeld is ATP
(adenosine-trifosfaat)
Als er energie wordt gebruikt breekt er een fosfaat van het ATP af, dan wordt het ADP
(Adenosine-difosfaat)
De tweede direct te gebruiken energierijke fosfaat in de spiercel is creatinefosfaat (CP)
De voorraden ATP en CP die in een cel klaarliggen noemen we de fosfaatpool
Resynthese is het opnieuw opbouwen van ATP uit ADP en van CP uit creatine
Om te zorgen dat het lichaam altijd ATP ter beschikking heeft, beschikt het lichaam over drie
energiesystemen:
1. De fosfaatpool: de vooraad ATP en CP
2. Het lactische systeeem: na tien tot dertig seconde wordt het grootste deel van de
energie geleverd door het lactische systeem. De naam van het lactische systeen
komt van de stof lactaat die gevormd wordt, het is een restproduct van de verbrande
glucose
3. Het zuurstofsysteem: na twee tot drie minuten wordt het grootste gedeelte van de
energie geleverd door het zuurstofsysteem
Een aerobe energiesysteem is een energie systeem met zuurstof
Een anaeroob energiesysteem is een energiesysteem zonder zuurstof
De fosfaatpool/ anaeroob a-lactische systeem is een systeem zonder zuurstof en zonder
lactaat
De fosfaatpool is een anaeroob a-lactisch systeem