Verleden tijd zwak ³ ⁴
Zwakke werkwoorden zijn werkwoorden die in de verleden tijd niet van klinker veranderen. Achter
de ik-vorm schrijf je dan -de of -te (enkelvoud) of -den of -ten (meervoud).
De fakkel brandt op waterstof.
De fakkel brandde op waterstof. (verleden tijd enkelvoud: ik-vorm + -de)
De jongens fietsen mee voor het goede doel.
De jongens fietsten mee voor het goede doel. (verleden tijd meervoud: ik-vorm + -ten)
Zijn broer Levi print de kaarten voor het concert.
Zijn broer Levi printte de kaarten voor het concert. (verleden tijd enkelvoud: ik-vorm + -te)
Mijn moeder verhuist nog liever.
Mijn moeder verhuisde nog liever. (verleden tijd enkelvoud: ik-vorm + -de)
De bassist belooft mee te gaan op tournee.
De bassist beloofde mee te gaan op tournee. (verleden tijd enkelvoud: ik-vorm + -de)
Twijfel je of het -te of -de moet zijn, dan kun je het ezelsbruggetje van ‘t ex-kofschip gebruiken:
• als de letter vóór -en in het hele werkwoord een t, x, k, f, s, ch, of p is (dus in de
lettercombinatie ’t ex-kofschip zit): schrijf de ik-vorm + -te.
• als de letter vóór -en in het hele werkwoord niet een t, x, k, f, s, ch, of p is (dus niet in de
lettercombinatie ’t ex-kofschip zit): schrijf de ik-vorm + -de.
juichde of juichte? juichen: ‘ch’ zit in ’t ex-kofschip, dus juichte
blafde of blafte? blaffen: ‘f’ zit in ’t ex-kofschip, dus blafte
beloofde of beloofte? beloven: ‘v’ zit niet in ’t ex-kofschip, dus beloofde
reisde of reiste? reizen: ‘z’ zit niet in ’t ex-kofschip, dus reisde
Zwakke werkwoorden zijn werkwoorden die in de verleden tijd niet van klinker veranderen. Achter
de ik-vorm schrijf je dan -de of -te (enkelvoud) of -den of -ten (meervoud).
De fakkel brandt op waterstof.
De fakkel brandde op waterstof. (verleden tijd enkelvoud: ik-vorm + -de)
De jongens fietsen mee voor het goede doel.
De jongens fietsten mee voor het goede doel. (verleden tijd meervoud: ik-vorm + -ten)
Zijn broer Levi print de kaarten voor het concert.
Zijn broer Levi printte de kaarten voor het concert. (verleden tijd enkelvoud: ik-vorm + -te)
Mijn moeder verhuist nog liever.
Mijn moeder verhuisde nog liever. (verleden tijd enkelvoud: ik-vorm + -de)
De bassist belooft mee te gaan op tournee.
De bassist beloofde mee te gaan op tournee. (verleden tijd enkelvoud: ik-vorm + -de)
Twijfel je of het -te of -de moet zijn, dan kun je het ezelsbruggetje van ‘t ex-kofschip gebruiken:
• als de letter vóór -en in het hele werkwoord een t, x, k, f, s, ch, of p is (dus in de
lettercombinatie ’t ex-kofschip zit): schrijf de ik-vorm + -te.
• als de letter vóór -en in het hele werkwoord niet een t, x, k, f, s, ch, of p is (dus niet in de
lettercombinatie ’t ex-kofschip zit): schrijf de ik-vorm + -de.
juichde of juichte? juichen: ‘ch’ zit in ’t ex-kofschip, dus juichte
blafde of blafte? blaffen: ‘f’ zit in ’t ex-kofschip, dus blafte
beloofde of beloofte? beloven: ‘v’ zit niet in ’t ex-kofschip, dus beloofde
reisde of reiste? reizen: ‘z’ zit niet in ’t ex-kofschip, dus reisde