Samengestelde werkwoorden
Samengestelde werkwoorden zijn werkwoorden die bestaan uit twee delen:
een werkwoordelijk deel en een niet-werkwoordelijk deel.
doorstaan
(door is het niet-werkwoordelijke deel en staan is het werkwoordelijke deel)
aanbellen
(aan is het niet-werkwoordelijke deel en bellen is het werkwoordelijke deel)
ingrijpen
(in is het niet-werkwoordelijke deel en grijpen is het werkwoordelijke deel)
Het niet-werkwoordelijke deel kan een bijwoord, bijvoeglijk naamwoord of een zelfstandig
naamwoord zijn:
achtervolgen
(achter is een bijwoord)
goedkeuren
(goed is een bijvoeglijk naamwoord)
paardrijden
(paard is een zelfstandig naamwoord)
Samengestelde werkwoorden kunnen we verdelen in scheidbaar en niet-scheidbaar samengestelde
werkwoorden.
Scheidbaar samengestelde werkwoorden
Scheidbaar samengestelde werkwoorden zijn werkwoorden waarvan het niet-werkwoordelijke deel
los kan staan van het werkwoord.
afwisselen
De host van de avond wisselde grappige momenten af met saaie stukken.
inleiden
De spreker leidde zijn verhaal in met een fragment gospelmuziek.
kwijtraken
De ondernemer raakte in het casino al zijn spaargeld kwijt.
ademhalen
Hij haalde opgelucht adem.