1. Aanhalingstekens (' ') (" ") worden gebruikt om citaten (de directe rede) weer te geven. Het gaat
dan om de letterlijke weergave van geschreven of gesproken woorden. Een citaat wordt ingeleid of
gevolgd door het werkwoord zeggen of een variant daarop, zoals antwoorden, vragen, vertellen, etc.
Citaat begin van de zin
Als een citaat aan het begin van de zin met een punt eindigt, vervalt de punt.
"Ik drink liever koffie dan thee", zei Cheng.
Als een citaat aan het begin van de zin met een vraag- of uitroepteken eindigt, blijft het teken staan.
"Weet je al wat voor cadeau je krijgt?", vroeg Bai.
Onderbroken citaat
Als een citaat onderbroken wordt, staan de komma’s buiten de aanhaling.
"De cliniclown", vertelde Kyon, "kwam het meisje in het ziekenhuis opvrolijken."
Het citaat wordt in de volgende zin(nen) voortgezet.
"Het is echt waar!", riep de kok. "Ik heb vanochtend nog drie kroppen sla besteld. Waarom denk je
dat ik lieg?"
Citaat einde van de zin
Bij een citaat aan het einde van een zin sluiten de aanhalingstekens het citaat af.
Bo vroeg: “Loopt dat onderzoek naar de voorlichting via internet nu eigenlijk al?”
Jeroen zei: “Ik ga morgenmiddag paintballen met mijn vrienden.”
• Bij ‘niet-specifieke’ citaten (de indirecte rede) worden er geen aanhalingstekens gebruikt.
Voorbeeld: Taleb zei dat hij er enorm tegen opzag.
• Bij het weergeven van gedachten worden er geen aanhalingstekens gebruikt.
Voorbeeld: Wat duurt deze dag toch lang, dacht de software-engineer.
2. Enkele aanhalingstekens worden gebruikt om aan te geven dat iets ‘zogenaamd’ zo is.
Iwan heeft weer eens een 'wetenschappelijk' artikel geschreven in het universiteitskrantje.
3. Enkele aanhalingstekens worden gebruikt om aan te geven dat het woord of begrip zélf wordt
bedoeld. Ze worden hier gebruikt in de zelfnoemfunctie.