Op basis van het aantal persoonsvormen kunnen we zinnen indelen in enkelvoudige en
samengestelde zinnen.
Enkelvoudige zin
De enkelvoudige zin bestaat uit één vervoegd werkwoord (persoonsvorm) en een onderwerp. Voor
en na het onderwerp en de persoonsvorm kunnen nog allerlei zinsdelen staan, maar het blijft een
enkelvoudige zin.
(Onderwerp en persoonsvorm zijn onderstreept.)
Wij kopen.
Wij kopen een cadeaubon.
Wij kopen een cadeaubon voor Lina.
Morgen kopen wij een cadeaubon voor Lina.
Morgenmiddag om vier uur kopen wij een cadeaubon voor Lina en haar echtgenoot.
Uit de voorbeeldzinnen blijkt dat niet de lengte van een zin bepaalt of we te maken hebben met een
enkelvoudige zin, maar het feit dat er één vervoegd werkwoord (persoonsvorm) en één
onderwerp in staan.
Samengestelde zin
Een samengestelde zin bestaat uit meer dan één vervoegd werkwoord (persoonsvorm) en meer
onderwerpen. Een samengestelde zin kan bestaan uit twee of meer hoofdzinnen of hoofdzinnen en
bijzinnen.
(Onderwerp en persoonsvorm zijn onderstreept.)
Amina koopt een telefoon en Nisa kijkt naar een iPad. (hoofdzin, hoofdzin)
Omdat Kiki veel geld heeft, hoeft ze niet op de kleintjes te letten. (bijzin, hoofdzin)
Ik denk dat ik naar huis ga, omdat ik hier niets meer kan vinden. (hoofdzin, bijzin)
De persoonsvorm kun je vinden door de zin in een andere tijd te zetten (verleden tijd of
tegenwoordige tijd). Het woord dat verandert is de persoonsvorm. Zo kun je meer persoonsvormen
in een samengestelde zin vinden.