Door de eenzinsdeelproef of de vervangingsproef toe te passen krijg je meer inzicht in de opbouw
van een zin. De eenzinsdeelproef laat zien wat één zinsdeel is. De vervangingsproef laat op
eenvoudige wijze zien hoe grotere woordgroepen vervangen kunnen worden door kleine.
Eenzinsdeelproef
Alles wat maximaal voor de persoonsvorm kan staan, is één zinsdeel.
De bemanning van het schip werd in alle vroegte afgelost door een 20-tal ervaren matrozen uit
Thailand.
Door een 20-tal ervaren matrozen uit Thailand werd de bemanning van het schip in alle vroegte
afgelost.
In alle vroegte werd de bemanning van het schip afgelost door een 20-tal ervaren matrozen uit
Thailand.
Als het erg heet wordt, wijken de koala’s uit naar Australische acacia's.
De koala’s wijken uit naar Australische acacia's, als het erg heet wordt.
Naar Australische acacia's wijken de koala's uit als het erg heet wordt.
In de bovenstaande voorbeelden vormen de onderstreepte delen elk één zinsdeel.
Vervangingsproef
Als je een wat langere zin overzichtelijker wilt maken, pas je de vervangingsproef toe. Je vervangt
dan een zinsdeel dat bestaat uit bijvoorbeeld vier of meer woorden door één of enkele woorden. De
opbouw van de zin blijft hetzelfde.
1. Als in december de temperatuur onder het vriespunt komt, worden de schaatsen van de
zolder gehaald.
2. Dan worden de schaatsen van de zolder gehaald.
Hierboven is de bijzin (1) vervangen door één woord (2). In beide zinnen is het onderstreepte deel
een bijwoordelijke bepaling. In (1) heeft die bijwoordelijke bepaling de vorm van een zin, in (2) van
slechts één woord: dan.
1. Tijdens de zomerspelen in die bloedhete augustusmaand van 2014 kwamen de Nederlanders
er niet aan te pas.
2. Toen kwamen de Nederlanders er niet aan te pas.
Hierboven is het zinsdeel (1) vervangen door één woord (2). In beide zinnen is het onderstreepte
deel een bijwoordelijke bepaling.